ECLI:NL:TGZRAMS:2026:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8358

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:20
Datum uitspraak: 20-01-2026
Datum publicatie: 20-01-2026
Zaaknummer(s): A2025/8358
Onderwerp:
  • Geen of onvoldoende zorg
  • Onjuiste declaratie
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een keel-, neus- en oorarts. Het college komt tot de conclusie dat de KNO-arts de juiste diagnostische stappen ten aanzien van de klachten van klaagster heeft genomen. Het is verder niet gebleken dat de KNO-arts de behandeling van klaagster niet had mogen afsluiten; de KNO-arts heeft meerdere onderzoeken uitgevoerd en de oorzaak van de klachten is niet gevonden. Het college heeft er verder geen enkel aanknopingspunt voor gevonden dat de KNO-arts aan klaagster zorg zou hebben geweigerd of dat klaagster door de KNO-arts het ziekenhuis zou zijn uitgezet. Hoewel het college de verwarring van klaagster ten aanzien van de facturen begrijpt aangezien de facturen niet geheel lijken te corresponderen met de data van de consulten, kan de KNO-arts hier niet persoonlijk verantwoordelijk voor worden gehouden.

A2025/8358

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing in raadkamer van 20 januari 2026 op de klacht van:

A,
wonende te B, klaagster,

tegen

C,
keel-, neus- en oorarts,
werkzaam te D,
verweerster, hierna ook: de KNO-arts,
gemachtigde: mr. M.F. Mooibroek, werkzaam te Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster verwijt de KNO-arts dat zij geen medische hulp van de KNO-arts heeft ontvangen en
dat de KNO-arts bij een onderzoek een wondje in de keel van klaagster heeft veroorzaakt. Verder
verwijt zij de KNO-arts dat zij twee onjuiste facturen heeft ontvangen.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen.
Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 7 april 2025;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 1 oktober 2025.

2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Klaagster is zonder bericht van verhindering
niet verschenen. Verweerster was aanwezig met haar gemachtigde.

2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klaagster is door haar huisarts doorverwezen naar de KNO-arts in verband met klachten in de
keel met in het begin helder bloedverlies. Op 27 juli 2023 is klaagster op consult bij de KNO-arts
geweest. Er was op dat moment onder meer sprake van wekelijks bloed in de mond, spontaan tijdens
eten en drinken, en vaker last van bloed ophoesten. De KNO-arts heeft lichamelijk onderzoek
verricht en een otoscopie, rhinoscopia naterior en intra-orale inspectie uitgevoerd. Zij vond
hierbij geen afwijkingen. De KNO-arts heeft
klaagster voor verder onderzoek doorverwezen naar de afdeling Maag, Darm en Lever (MDL) van het
ziekenhuis.

3.2 De MDL-arts besloot tot een gastroscopie. Op 28 juli 2023 mislukte de scopie, waarna deze
alsnog op 2 augustus 2023 onder een roesje plaatsvond. Bij de gastroscopie werd een wondje in de
keel gezien, waarna de KNO-arts klaagster weer voor een controle heeft opgeroepen.

3.3 Op 5 september 2023 vond de controle plaats bij de KNO-arts. De KNO-arts heeft bij klaagster
een flexibele scopie verricht. Vanwege een mogelijke afwijking net boven de stembanden heeft de
KNO-arts met klaagster een stroboscopisch onderzoek afgesproken.

3.4 Dit onderzoek vond plaats op 21 september 2023 bij de KNO-arts. Uit de stroboscopie kwamen
geen afwijkingen. De KNO-arts en klaagster hebben afgesproken elkaar weer te zien bij terugkerende
klachten.

3.5 In september 2024 werd de KNO-arts door de huisarts van klaagster gebeld met de vraag of zij
nog eens zou willen kijken bij klaagster, omdat klaagster veel keelklachten had. Nog voordat er een
afspraak kon worden ingepland, heeft klaagster een tuchtklacht tegen de KNO-arts ingediend.

3.6 De KNO-arts nam contact op met klaagster op 8 oktober 2024. In dit gesprek vertelde klaagster
dat zij graag een afspraak bij een andere arts wilde. Hierna is de KNO-arts niet meer bij de
behandeling van klaagster betrokken geweest.

4. De klacht en de reactie van de KNO-arts
4.1 Klaagster verwijt de KNO-arts dat:
a) zij tijdens onderzoek in de keel en slokdarmen van klaagster de pijnlijke plek in haar keel
raakte, waardoor klaagster meer bloedingen en pijn in de keel kreeg;
b) zij klaagster tot vier keer toe geen medische hulp heeft willen verlenen en dat zij klaagster
het ziekenhuis uit heeft gezet;
c) klaagster een factuur ontving voor een gesprek om een klacht af te handelen, die bij de
klachtenfunctionaris was ingediend;
d) klaagster een factuur kreeg voor een afspraak die op 19 juni 2024 zou hebben plaatsgevonden.

4.2 De KNO-arts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de KNO-arts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende KNO-arts. Bij de beoordeling wordt rekening
gehouden met de voor de KNO-arts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder
geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun
eigen handelen.

5.2 Het college oordeelt dat de KNO-arts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Klachtonderdelen a en b) de medische behandeling door de KNO-arts
5.3 De klachtonderdelen a en b zien op de behandeling van klaagster door de KNO-arts en zullen
gezamenlijk worden behandeld.

5.4 Klaagster heeft in het klaagschrift toegelicht dat zij aan de behandeling van de KNO-arts een
wondje in de keel heeft overgehouden en dat zij over het algemeen niet tevreden is over de
behandeling, omdat zij zich na het laatste onderzoek weggestuurd en niet geholpen voelt.

5.5 De KNO-arts heeft in het verweerschrift en tijdens het mondelinge vooronderzoek uiteengezet
hoe de behandeling is verlopen. Zij heeft uitgelegd welke onderzoeken zij heeft ingezet en dat zij
geen wondje in de keel van klaagster kan hebben aangebracht, omdat zij met haar onderzoeken niet zo
diep de keel is ingegaan als klaagster heeft gesteld. Daarnaast heeft zij telkens op de klachten
van klaagster ingespeeld door de bijbehorende onderzoeken uit te voeren. Om andere oorzaken dan die
op het gebied van keel, neus en oor uit te sluiten heeft de KNO-arts klaagster doorverwezen naar de
afdeling MDL. Op het moment dat zij op het gebied van keel, neus en oor geen afwijkingen kon
vinden, heeft zij de behandeling afgesloten en klaagster geadviseerd terug te komen bij
terugkerende klachten.

5.6 Deze chronologische weergave van het verloop van de behandeling is volgens het college een
juiste wijze van behandeling. Het college acht het niet aannemelijk dat klaagster een wondje of
bloeding in haar keel/slokdarm heeft gekregen van de door de KNO-arts uitgevoerde onderzoeken; de
uitgevoerde onderzoeken door de KNO-arts kunnen niet zo diep in de keel hebben plaatsgevonden dat
die dergelijke verwondingen zouden kunnen veroorzaken. Mogelijk doelt klaagster hier op de
gastroscopie die op 28 juli 2023 plaatsvond waarbij er wel een camera door de keel en de slokdarm
gaat. Dit onderzoek is echter niet verricht door de KNO-arts maar door de MDL-arts. Bij dit
onderzoek is er door de MDL-arts overigens een wondje in de keel gezien, waarvoor klaagster juist
naar de KNO-arts is terugverwezen om de oorzaak van een wondje in de keel verder uit te zoeken.

5.7 Het college komt tot de conclusie dat de KNO-arts de juiste diagnostische stappen ten aanzien
van de klachten van klaagster heeft genomen. Het is verder niet gebleken dat de KNO-arts de
behandeling van klaagster niet had mogen afsluiten; de KNO-arts heeft meerdere onderzoeken
uitgevoerd en de oorzaak van de klachten is niet gevonden. Het college heeft er verder geen enkel
aanknopingspunt voor gevonden dat de KNO-arts aan klaagster zorg zou hebben geweigerd of dat
klaagster door de KNO-arts het ziekenhuis zou zijn uitgezet. De behandeling werd laagdrempelig
afgesloten, waarbij klaagster terug kon komen bij terugkerende klachten. Het college oordeelt dat
hier sprake is geweest van adequate zorgverlening. De klachtonderdelen a en b zijn kennelijk
ongegrond.

Klachtonderdelen c en d) verkeerde facturen
5.8 De klachtonderdelen c en d zien beide op facturen en zullen eveneens gezamenlijk worden
behandeld.

5.9 Klaagster verwijt de KNO-arts dat er facturen zijn uitgestuurd die niet overeenkomen met de
consulten die zij heeft gehad. Zij heeft kopieën van deze facturen overgelegd. De ene factuur lijkt
betrekking te hebben op een gesprek bij de klachtenfunctionaris en de andere factuur kan niet
worden gekoppeld aan een bestaand consult.

5.10 Hoewel het college de verwarring van klaagster begrijpt aangezien de facturen niet geheel
lijken te corresponderen met de data van de consulten, kan de KNO-arts hier niet persoonlijk
verantwoordelijk voor worden gehouden. De KNO-arts is niet verantwoordelijk voor het versturen van
de facturen, dit is een administratieve handeling. Bovendien was de KNO-arts bij deze consulten, na
het consult van 21 september 2023 en het telefoongesprek van 8 september 2024 niet meer
(inhoudelijk) bij de behandeling van klaagster betrokken. Het college merkt hierbij op dat
klaagster uit coulance een vergoeding van de laatste factuur aangeboden heeft gekregen. De
klachtonderdelen c en d zijn kennelijk ongegrond.

Slotsom
5.11 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond
zijn.

6. De beslissing

De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 20 januari 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
R.A. Scheeren en M.P. Copper, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.C. Brand,
secretaris.