We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8913

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174
Datum uitspraak: 15-07-2026
Datum publicatie: 15-07-2026
Zaaknummer(s): A2025/8913
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het zoontje van klager was onder behandeling bij de kliniek waar de fysiotherapeut werkzaam is. Tussen de ouders was sprake van een relationeel conflict. De fysiotherapeut heeft een emailbericht aan de ex-partner van klager gestuurd over de gevolgen voor de gezondheid van het zoontje van een door klager voorgenomen reis, waarna de rechter klagers verzoek om die reis te maken heeft afgewezen. De fysiotherapeut had zich moeten realiseren dat sprake was van een ernstig relationeel conflict. Bovendien was er sprake van een behandelrelatie en had de fysiotherapeut zich sowieso dienen te onthouden van het delen van dergelijke opvattingen. Tot slot heeft de fysiotherapeut zich buiten haar deskundigheidsgebied begeven. De overige klachtonderdelen, over het verstrekken van informatie aan Veilig Thuis en bejegening tijdens een consult, zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing opgelegd.

A2025/8913
Beslissing van 14 juli 2026
 

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing van 14 juli 2026 op de klacht van:

A,
wonende in B,
klager,

tegen

C,
fysiotherapeut,
werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de fysiotherapeut,
gemachtigde: mr. J.M. de Vries, werkzaam in Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1 Klager en zijn ex-partner hebben een zoontje, E, geboren in 2024, bij wie zich sinds de vroeggeboorte long- en ademhalingsproblemen voordoen, waarvoor hij onder behandeling is bij een polikliniek waar de fysiotherapeut werkzaam is. Tussen de ouders doen zich al geruime tijd ernstige spanningen voor. Klager verwijt de fysiotherapeut dat zij een emailbericht aan zijn ex-partner heeft gestuurd over de gevolgen voor E’s gezondheid van een door klager voorgenomen reis met E, waarna de rechter klagers verzoek om die reis te maken heeft afgewezen. Verder verwijt klager de fysiotherapeut dat zij eenzijdige informatie aan Veilig Thuis heeft verstrekt en dat zij hem bij een controle afspraak van E kil en boos heeft bejegend en de zijde van de ex-partner heeft gekozen. De fysiotherapeut heeft verweer gevoerd.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 13 augustus 2025;
- het verweerschrift;
- het proces-verbaal van het op 18 december 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- het aanvullend klaagschrift en bijlagen;
- het aanvullend verweerschrift;
- aanvullende stukken van klager, ontvangen op 19 mei 2026.

2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 2 juni 2026. Partijen zijn verschenen, de fysiotherapeut werd bijgestaan door haar gemachtigde. De standpunten zijn mondeling toegelicht.

3. De feiten
3.1 De fysiotherapeut is sinds 2021 tevens Infant Mental Health (IMH) consulent en is uit dien hoofde werkzaam in de jeugdzorg, waarbij het signaleren van mogelijke verstoringen in de ontwikkeling of ouder/kind relatie centraal staat.

3.2 Klagers zoon E is elf weken voor de uitgerekende datum geboren. Bij de geboorte bleek bij hem sprake te zijn van BPD (longaandoening BrochoPulnomale Dysplasie) en soms van kortademigheid. Hiervoor is hij onder behandeling geweest van de fysiotherapeut bij het zogeheten TOP programma, gericht op de ontwikkelingsondersteuning van prematuren. Na 7 april 2025 is de begeleiding voortgezet door de prematurenpoli waar de fysiotherapeut werkzaam is.

3.3 Klager heeft zijn zoon erkend op 4 oktober 2024. In april 2025 hebben beide ouders 50 procent ouderschap verkregen.

3.4 Op 24 juni 2025 heeft klager via de rechter vervangende toestemming gevraagd om E samen met zijn twee andere zonen mee te mogen nemen op vakantie naar F.

3.5 Op 17 juli 2025 heeft de fysiotherapeut een emailbericht gestuurd aan de ex-partner van klager, waarin zij onder meer schrijft:


(…) Voor een baby van 15 maanden die een zware stressvolle start in het ziekenhuis heeft meegemaakt (neonatologie intensive care in het academisch ziekenhuis) is iedere stressverhogende situatie in zijn dagelijks leven ongewenst. Als therapeut gespecialiseerd in begeleiding Prematuren baby’s en hun ouders ben ik middels het TOPprogramma (…) betrokken bij E zijn lichamelijke en emotionele ontwikkeling. Vanuit die positie meen ik te kunnen zeggen dat het voor E zijn ontwikkeling niet aan te raden is om een lange zware reis te maken naar F. Tevens is deze reis stressverhogend omdat E langer dan de afgesproken 3 dagen en nachten, nl 14 dagen gescheiden is van zijn moeder. (…) Zijn longen mogen niet extra belast worden met langdurig erco van een vliegtuig of en warm klimaat van F. Ik zie deze reis als een groot risico voor E zijn longtoestand zijn veilgheid en zijn emotionele binding met zijn moeder.”


3.6 Klagers ex-partner heeft het e-mailbericht van de fysiotherapeut gebruikt in de rechtszaak over het reisverzoek van klager en de rechter heeft klagers verzoek vervolgens afgewezen, zich deels baserend op het e-mailbericht.


3.7 Naar aanleiding van een melding van het kinderdagverblijf in B is Veilig Thuis een onderzoek gestart. Tijdens dat onderzoek heeft een medewerker van Veilig Thuis op 6 februari 2025 met de fysiotherapeut gebeld met het verzoek om informatie over de relatie tussen de ex-partner en E. Van het telefoongesprek is door Veilig Thuis een verslag gemaakt, dat met beide ouders is gedeeld. Op 11 maart 2025 is door Veilig Thuis in een afsluitbrief onder meer vermeld dat Veilig Thuis geen zorgen heeft over de veiligheid van E als die bij zijn moeder -klagers ex-partner- is en dat er nergens zorgen worden geuit over de zorg die moeder biedt aan E.

3.8 Tijdens een JGZ-consult (jeugdgezondheidszorg) over E op 27 maart 2025 waren zowel klager als zijn ex-partner aanwezig, waarbij tussen hen en in aanwezigheid van E een conflict is ontstaan. De fysiotherapeut was ook bij dit consult aanwezig. Zij heeft klager op zijn gedrag aangesproken.

4. De klacht en de reactie van de fysiotherapeut
4.1 Klager verwijt de fysiotherapeut dat zij:
a) het e-mailbericht van 17 juli 2025 aan zijn ex-partner heeft gestuurd, wetende dat dit bericht tegen klager zou worden ingezet, en daarbij buiten de grenzen is getreden van haar deskundigheid, terwijl zij op dat moment niet langer de behandelaar van E was;
b) onvolledige en onjuiste informatie heeft verstrekt aan Veilig Thuis, waardoor er een onjuist en gekleurd beeld is ontstaan bij Veilig Thuis dat er geen zorgen waren over de zorg van zijn ex-partner aan E.
c) klager bij het JGZ-consult van E op 27 maart 2025 boos en kil bejegende en partij koos voor zijn ex-partner en haar visie op de gang van zaken.

4.2 De fysiotherapeut heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
5.1 Het college stelt in de eerste plaats vast dat duidelijk is dat er tussen klager en zijn ex-partner sprake is van een diepgeworteld onderling wantrouwen, dat onder meer tot uiting komt rondom de zorgen voor E. Gaandeweg lijkt de fysiotherapeut in dit conflict terecht te zijn gekomen.

De criteria voor de beoordeling
5.2 De vraag is of de fysiotherapeut de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende fysiotherapeut. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.


Klachtonderdeel a) het e-mailbericht van 17 juli 2025
5.3 De fysiotherapeut heeft aangevoerd dat zij regelmatig contact had met de ex-partner van klager over E, en dat zij het e-mailbericht heeft verstuurd op verzoek van de ex-partner na een telefoongesprek omdat zij wilde dat het goed zou gaan met E.

5.4 De fysiotherapeut zegt zich daarbij niet bewust te zijn geweest van de gevolgen van het versturen van dit bericht. Over haar deskundigheid heeft zij opgemerkt dat zij wel degelijk een zekere deskundigheid bezit aangezien zij medisch geschoold is en gespecialiseerd in prematuren en dat zij wegens haar expertise op het gebied van Infant Mental Health uitspraken mag doen over het samenspel tussen omgeving, biologische factoren en de ouder-kind relatie. Wel erkent zij dat haar verklaring in het e-mailbericht gezien zou kunnen worden als een geneeskundige verklaring en dat zij als behandelaar dergelijke verklaringen niet mag afgeven. Destijds heeft zij zich dit echter niet onderkend.

5.5 Het college is van oordeel dat de fysiotherapeut zich bij het versturen van het e-bericht van 17 juli 2025 had moeten realiseren dat de ex-partner en klager tegenover elkaar stonden in een relationeel conflict en dat dit ook een rol speelde rondom de voorgenomen reis van klager. Het onderzoek van Veilig Thuis in februari 2025, waarvoor de fysiotherapeut door Veilig Thuis benaderd werd, suggereerde immers al een zekere problematiek. De tussen ouders bestaande relationele problemen moeten de fysiotherapeut in ieder geval zijn opgevallen bij de botsing tussen de ouders tijdens het JGZ-consult op 27 maart 2025, bij welk gesprek de fysiotherapeut zelf aanwezig was. Zij had dan ook rekening moeten houden met de mogelijkheid dat het verzoek van de ex-partner om het eerder gegeven telefonisch advies te formaliseren tot doel had om te worden ingezet in het tussen ouders bestaande conflict. In een dergelijke situatie moet terughoudend worden omgegaan met het verstrekken van informatie en al helemaal het verstrekken van informatie aan één ouder. Bovendien was er op het moment van versturen van het e-mailbericht, anders dan klager stelt, sprake van een behandelrelatie tussen de fysiotherapeut en E. Te weten op de prematurenpoli waar de fysiotherapeut werkzaam is. Wanneer sprake is van een behandelrelatie dient een behandelaar zich sowieso te onthouden van het delen van opvattingen zoals die die in het e-mailbericht zijn opgenomen. Deze opvattingen kunnen immers worden aangemerkt als een geneeskundige verklaring. Een geneeskundige verklaring is een schriftelijke verklaring die een oordeel bevat over een patiënt en over de (medische) geschiktheid of ongeschiktheid van een patiënt om bepaalde dingen wel of niet te doen. Als behandelend zorgverlener (dus ook fysiotherapeut) mag je geen geneeskundige verklaring afgeven over eigen patiënten.

5.6 Tot slot stelt het college vast dat de fysiotherapeut zich met de in het e-mailbericht weergegeven opvattingen ook heeft begeven buiten het deskundigheidsgebied van fysiotherapeut. Het feit dat zij als fysiotherapeut werkzaam is op een prematurenpoli en kennis heeft op het gebied van Infant Mental Health maakt dit niet anders. In het
e-mailbericht staan namelijk ook opmerkingen die zijn voorbehouden aan medisch specialisten, zoals bijvoorbeeld longartsen. Het maken van opmerkingen buiten het eigen beroepsdomein is in strijd met artikel 7 onderdeel 1.2 van de voor de fysiotherapeut geldende Beroepscode voor de Fysiotherapeut (2022) van het KNGF. Het college acht het geheel van de handelwijze van de fysiotherapeut op dit gebied tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dit klachtonderdeel is gegrond.

Klachtonderdeel b) informatie van die de fysiotherapeut heeft verstrekt aan Veilig Thuis
5.7 Over het tweede klachtonderdeel heeft klager gezegd dat de fysiotherapeut bij haar berichtgeving aan Veilig Thuis een onvolledige verklaring heeft afgelegd en dat de door Veilig Thuis getrokken conclusies hierdoor zijn gekleurd. Klager meent dat ten onrechte niet aan de orde is gekomen dat zijn ex-partner ernstige medische problemen heeft. De fysiotherapeut heeft volgens klager zijn ex-partner vrijwel steeds bezocht bij de ouders van de ex-partner, door wie zij werd ondersteund, en de bezoeken duurden bovendien maar kort. Klager is van oordeel dat de fysiotherapeut onder die omstandigheden de ex-partner niet goed heeft kunnen observeren.

5.8 Het college heeft vastgesteld dat de fysiotherapeut mondeling informatie heeft verstrekt aan Veilig Thuis over haar waarnemingen tijdens haar bezoeken aan E en zijn moeder. Veilig Thuis heeft deze informatie vervolgens verwerkt in een gespreksverslag. Dit gespreksverslag is ook aan klager toegestuurd. De in het gespreksverslag opgenomen informatie bevat voornamelijk eigen waarnemingen van de fysiotherapeut over E’s ontwikkeling, hoe de relatie is tussen moeder en E en hoe het contact is met moeder. De waarnemingen gaan vrijwel niet over klager en daar waar het gaat over klager zijn deze niet negatief van aard. Verder heeft het college in het gespreksverslag geen aanknopingspunten kunnen vinden voor een bevooroordeelde opvatting van de fysiotherapeut.

5.9 Voor zover klager meent dat Veilig Thuis door de informatie van de fysiotherapeut in de afsluitbrief tot de conclusie is gekomen dat Veilig Thuis geen zorgen heeft over de veiligheid van E als hij bij moeder is, geldt dat het college dit niet kan vaststellen. Deze afsluitbrief is immers ook gestoeld op andere verklaringen dan die van de fysiotherapeut, zoals klager ook tijdens de zitting heeft onderkend.

5.10 Gelet op het voorgaande, is dit klachtonderdeel ongegrond.

Klachtonderdeel c) boze en kille bejegening van klager tijdens het JGZ-consultop 27 maart 2025 en partij kiezen voor zijn ex-partner en haar visie op de gang van zaken
5.11 Klager zegt dat hij op 27 maart 2025 naar JGZ-consult was gegaan omdat hij steeds niets hoorde over zijn zoontje. Bij het onderzoek trof hij zijn ex-partner en de fysiotherapeut. De fysiotherapeut koos volgens klager de zijde van zijn ex-partner en bejegenende klager daarbij boos en kil. Volgens klager overlaadde zijn ex-partner hem tijdens het gesprek voortdurend met bittere verwijten, waardoor hij zich genoopt voelde om zijn stem te verheffen. De fysiotherapeut heeft gesteld dat Veilig Thuis had geadviseerd om klager en zijn ex-partner niet meer in één ruimte te laten zijn omdat dit onveilig was voor E. Zij vond dat klager zich tijdens het gesprek verbaal en fysiek intimiderend gedroeg in bijzijn van E, waarop zij klager heeft verzocht om daarmee te stoppen. Zij heeft ontkend dat er sprake was van vooringenomenheid jegens klager.

5.12 Het college stelt vast dat de lezingen over de gebeurtenissen op 27 maart 2025 uiteenlopen. Het is daarom niet goed vast te stellen wat er precies is gebeurd en wiens schuld dat was. Dat betekent dat het college ook geen vaststellingen kan doen over de bejegening door de fysiotherapeut. Dat zij zonder meer de kant zou hebben gekozen van klagers ex-partner, is het college niet gebleken. Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.

Slotsom
5.13 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klachtonderdeel a gegrond is. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond.

Maatregel
5.14 Door het e-mailbericht van 17 juli 2025 aan de ex-partner van klager te versturen, heeft de fysiotherapeut tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Zij heeft zich bij het verzenden van dit bericht onvoldoende professioneel kritisch opgesteld, terwijl zij had behoren te weten dat tussen klager en zijn ex-partner sprake was van een ernstig relationeel conflict dat zich voor een groot deel toespitste op hun zoontje E. Bovendien heeft zij informatie gedeeld die zij als behandelaar op die manier niet had mogen delen en is zij met de verklaring in haar e-mail buiten de grenzen van haar deskundigheidsgebied als fysiotherapeut getreden. Aan de andere kant heeft zij door het maken van het e-mailbericht het goede willen doen voor -de kwetsbare- E. Ook heeft de fysiotherapeut duidelijk gemaakt dat zij het betreurt dat dit zo gelopen is, heeft zij uitgebreid gereflecteerd op de gebeurtenissen, en heeft zij haar aanpak op dit gebied veranderd. Al met al is het college van oordeel dat in dit geval de maatregel van waarschuwing op zijn plaats is.

Publicatie
5.15 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere fysiotherapeuten mogelijk iets kunnen leren van wat hiervoor onder overwegingen 5.4 tot en met 5.6 is overwogen. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.

6. De beslissing
Het college:
- verklaart klachtonderdeel a gegrond;
- legt de fysiotherapeut de maatregel op van waarschuwing;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Fysio Praxis.


Deze beslissing is gegeven door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, M.J. Roetert Steenbruggen-Hulshof, lid-jurist, M.J.F. Vuister, W. Langoor en K.C. van Beek, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door C.I.M. de Haan, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2026.