We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9415

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:172
Datum uitspraak: 14-07-2026
Datum publicatie: 14-07-2026
Zaaknummer(s): A2025/9415
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. De fysiotherapeut is praktijkeigenaar. Klager is drie keer behandeld door een collega-fysiotherapeut binnen de praktijk, zonder dat hiervan een medisch dossier is opgesteld. Het is de fysiotherapeut niet persoonlijk tuchtrechtelijk aan te rekenen dat geen dossier is bijgehouden. De casus en het belang van zorgvuldige dossiervoering is uitgebreid binnen de praktijk besproken, zodat situaties als deze in de toekomst worden voorkomen. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

A2025/9415

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing in raadkamer van 14 juli 2026 op de klacht van:

A,
wonende in B, klager,

tegen

C,
fysiotherapeut,
werkzaam in D,
verweerder, hierna ook: de fysiotherapeut, gemachtigde: mr. L. Greebe, werkzaam in Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1   Klager is drie keer behandeld door een collega-fysiotherapeut binnen de praktijk, zonder dat 
hiervan een medisch dossier is opgesteld. Volgens klager heeft de fysiotherapeut als 
praktijkeigenaar geen afdoende en zelfs tegenstrijdige verklaringen gegeven voor het ontbreken 
daarvan. Ook zou hij geen duidelijkheid hebben verschaft na verzoeken om de gegevens aan te vullen, 
zijn administratieve verplichtingen binnen de praktijk hebben verzaakt en – ondanks erkenning dat 
de werkwijze van de collega afweek van interne standaarden – de gevolgen daarvan niet hebben 
hersteld. De fysiotherapeut heeft verweer gevoerd.

1.2   Het college verklaart de klacht ongegrond. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure 
is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1  Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
-  het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 15 december 2025,
-  het aanvullende klaagschrift;
-  het verweerschrift met de bijlagen;
-  het proces-verbaal van het op 11 mei 2026 gehouden mondelinge vooronderzoek.

2.2   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.

3. De feiten
3.1  Klager heeft in korte tijd drie behandelingen bij de fysiotherapeut gehad: op 19, 23 en 30 
augustus 2021.

3.2   Klager was destijds getrouwd met de dochter van een medewerkster van de praktijk. Op verzoek 
van deze medewerkster — omdat klager ernstige schouderklachten had — is hij als ‘aantekening’ in de 
agenda van de collega-fysiotherapeut geplaatst.

3.3   In oktober 2025 vroeg klager de praktijk om bevestiging van de behandelingen en om het 
bijbehorende medisch dossier, dat hij nodig had voor een civiele procedure tegen het UWV. Toen 
bleek dat de collega-fysiotherapeut geen medisch dossier had aangelegd en de behandelingen niet 
waren gedeclareerd of in rekening gebracht.

3.4   De fysiotherapeut heeft als praktijkhouder contact opgenomen met klager. Ook de 
collega-fysiotherapeut (tegen wie klager eveneens een tuchtklacht heeft ingediend, kenmerk 
A2025/9414) heeft klager benaderd. De fysiotherapeut heeft klager meegedeeld dat er geen medisch 
dossier was opgesteld, terwijl dit wel had moeten gebeuren, en heeft namens de 
collega-fysiotherapeut erkend dat dit ten onrechte was. Afgesproken werd dat de
collega-fysiotherapeut een retrospectief verslag zou opstellen waarin de uitgevoerde behandelingen 
en hun doel werden uiteengezet. Dit verslag is vervolgens — op basis van diens herinneringen — door 
de collega-fysiotherapeut opgesteld.

3.5   Na ontvangst van dit verslag richtte klager meerdere verzoeken aan de praktijk. Op 4 december 
2025 nodigde de fysiotherapeut hem uit voor een gesprek op 8 december 2025. Klager ging niet op 
deze uitnodiging in, maar stuurde wel een e-mail met een groot aantal vragen.

3.6  Op 15 december 2025 diende klager deze tuchtklacht in, evenals de klacht tegen de 
collega-fysiotherapeut.

4. De klacht en de reactie van de fysiotherapeut
4.1 Klager verwijt de fysiotherapeut als praktijkeigenaar dat hij geen afdoende en zelfs 
tegenstrijdige verklaringen heeft gegeven voor het ontbreken van een medisch dossier (a). Daarnaast 
stelt klager dat de fysiotherapeut geen duidelijkheid heeft verschaft na zijn verzoeken om de 
gegevens aan te vullen (b), zijn administratieve verplichtingen binnen de praktijk niet is 
nagekomen (c) en – hoewel hij heeft erkend dat de werkwijze van de collega-fysiotherapeut afweek 
van de interne standaarden – de gevolgen daarvan niet heeft hersteld (d).

4.2 De fysiotherapeut heeft deze verwijten inhoudelijk weersproken.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college

Het tuchtrechtelijk kader
5.1   Uitgangspunt bij de beoordeling van de klacht is of sprake is van persoonlijke 
verwijtbaarheid van de fysiotherapeut. De vraag is dus of hij de zorg heeft verleend die van een 
redelijk bekwame en redelijk handelende fysiotherapeut mocht worden verwacht. Daarbij wordt 
rekening gehouden met de voor hem geldende beroepsnormen en professionele standaarden. Verder geldt 
dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen of nalaten. 
Een praktijkhouder is in beginsel niet tuchtrechtelijk aansprakelijk voor fouten van een 
BIG-geregistreerde
collega-medewerker, tenzij bijvoorbeeld sprake is van directe betrokkenheid of supervisie. Daarvan 
is hier geen sprake.

5.2 Vaststaat dat tussen klager en de fysiotherapeut geen (fysiotherapeutische) behandelrelatie 
bestond. De eerste tuchtnorm is daarom niet van toepassing. Als praktijkhouder kan de 
fysiotherapeut echter wel worden aangesproken op grond van de tweede tuchtnorm.

Klachtonderdeel a) tegenstrijdige verklaringen ontbreken medisch dossier
5.3  De fysiotherapeut heeft erkend dat hij heeft bevestigd dat door de
collega-fysiotherapeut geen medisch dossier van klager is bijgehouden, terwijl dit wel had moeten 
gebeuren. Uit de stukken blijkt dat de fysiotherapeut van zijn collega had begrepen dat het dossier 
ontbrak vanwege de familiaire relatie en omdat het om relatief korte,
niet-gedeclareerde behandelingen ging. De fysiotherapeut heeft betwist dat hij hierover wisselende 
verklaringen heeft afgelegd. Klager heeft dit niet weersproken. Het college ziet daarom geen 
aanleiding om aan te nemen dat sprake was van tegenstrijdige verklaringen over het ontbreken van 
het medisch dossier.

5.4  Klachtonderdeel a is ongegrond.

Klachtonderdeel b) geen duidelijkheid na verzoek om gegevens aan te vullen
5.5   Uit de stukken blijkt dat de fysiotherapeut juist heeft geprobeerd duidelijkheid te 
verschaffen aan klager, maar dat dit telkens tot nieuwe vragen van klager leidde. Daarom heeft de 
fysiotherapeut klager uitgenodigd voor een gesprek op de praktijk. Klager heeft deze uitnodiging 
niet aanvaard, maar stelde wel aanvullende vragen. De fysiotherapeut heeft toegelicht dat hij in de 
uitnodiging had vermeld dat het gesprek bedoeld was om de voor klager benodigde gegevens — ten 
behoeve van zijn procedure tegen het UWV — te verstrekken. Gelet op deze gang van zaken is het 
college van oordeel dat de fysiotherapeut op dit punt geen tuchtrechtelijk verwijt treft.

5.6  Klachtonderdeel b is ongegrond.

Klachtonderdeel c) schending administratieve verplichtingen praktijk
5.7   De fysiotherapeut heeft toegelicht dat binnen de praktijk het dossier moet worden ingericht 
conform het Keurmerk-document ‘Dataverzameling’. Hij heeft erkend dat dit bij de behandeling van 
klager niet is gebeurd. Dat de collega-fysiotherapeut dit heeft verzuimd, is de fysiotherapeut niet 
persoonlijk tuchtrechtelijk aan te rekenen. Uit de aan het college verstrekte informatie blijkt dat 
deze casus uitgebreid binnen de praktijk is besproken en dat het belang van zorgvuldige 
dossiervoering nadrukkelijk onder de aandacht is gebracht, zodat situaties als deze in de toekomst 
worden voorkomen.

5.8  Ook klachtonderdeel c is ongegrond.

Klachtonderdeel d) gevolgen fout niet hersteld
5.9   Voor zover klager hiermee doelt op de gevolgen die het ontbreken van een medisch dossier over 
de behandelingen in 2021 voor zijn UWV-procedure heeft gehad, is het college niet gebleken hoe het 
handelen van de fysiotherapeut daarop van invloed is geweest. De fysiotherapeut heeft — in overleg 
met klager en de collega-fysiotherapeut — geïnventariseerd welke informatie klager nodig had en op 
welke wijze hij hem daarbij kon ondersteunen. Afgesproken werd dat de collega-fysiotherapeut op 
korte termijn een retrospectief verslag zou opstellen, hetgeen ook is gebeurd. Het college is niet 
gebleken dat de fysiotherapeut in dit verband onzorgvuldig of onprofessioneel heeft gehandeld.

5.10  Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Slotsom
5.11  Het college oordeelt dat de fysiotherapeut niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. 
Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.

6  De beslissing
Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 14 juli 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
M.J. Roetert Steenbruggen-Hulshof, lid-jurist, M.J.F. Vuister, W. Langoor en K.C. van Beek,
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door C.I.M. de Haan, secretaris.