ECLI:NL:TGZRAMS:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8313
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:165 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-07-2026 |
| Datum publicatie: | 10-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8313 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in het kader van een strafrechtelijke vervolging van klager een Pro Justitia onderzoek uitgevoerd. Een paar jaar later heeft de toenmalig directeur van de psychiatrische observatiekliniek waar klager toen verbleef, tijdens een procedure bij het tuchtcollege in Zwolle onderdelen van het medisch dossier van klager overgelegd. Klager verwijt de psychiater dat zij toestemming heeft gegeven om de informatie uit het medisch dossier te verstrekken, dat zij hiertegen onvoldoende is opgetreden en dat zij onvoldoende waarborg heeft geboden voor de vertrouwelijkheid en veiligheid van het medisch dossier. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. |
A2025/8313
Beslissing van 10 juli 2026
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 10 juli 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
psychiater,
werkzaam in D,
verweerder, hierna ook: de psychiater,
gemachtigde: mr. V.C.A.A.V. Daniels, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager is opgenomen geweest in het E (hierna: E) waar in het kader van een strafrechtelijke
vervolging een Pro Justitia onderzoek werd uitgevoerd, onder anderen door de psychiater.
Enkele jaren later heeft de toenmalig directeur van het E tijdens een procedure bij
het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (hierna: RTG) in Zwolle die klager
tegen de directeur was begonnen, onderdelen van het medisch dossier van klager overgelegd
aan het RTG Zwolle. Klager verwijt de psychiater nu dat zij toestemming heeft gegeven
om de informatie uit het medisch dossier te verstrekken aan het RTG Zwolle of dat
zij onvoldoende hiertegen is opgetreden en dat zij onvoldoende waarborg heeft geboden
voor de vertrouwelijkheid en veiligheid van het medisch dossier.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 21 maart 2025;
- het aanvullend klaagschrift;
- het verweerschrift;
- de aanvullende schriftelijke reactie van de gemachtigde van verweerster van
22 januari 2026, ontvangen op 23 januari 2026;
- de reactie van klager op het verweerschrift van 7 februari 2026, ontvangen op
10 februari 2026.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.
3. De feiten
3.1 Klager is in de periode 2014/2015 opgenomen geweest in het E voor een onderzoek
naar zijn geestesvermogens. Dit onderzoek vond plaats in opdracht van de rechtbank
die een strafzaak tegen klager in behandeling had. De psychiater was één van de onderzoekers.
3.2 In 2018 was bij het RTG Zwolle een tuchtklacht van klager tegen de directeur van het E in behandeling. De directeur heeft tijdens die procedure zonder toestemming van klager onderdelen van het medisch dossier van klager, waaronder conceptrapportages van de psychiater, overgelegd aan het RTG Zwolle. Een klacht daarover tegen de directeur is gegrond verklaard.
4. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
4.1 De vraag is of de psychiater de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners
alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
4.2 Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
4.3 Volgens klager heeft de psychiater haar beroepsgeheim geschonden. Klager verwijt haar dat zij toestemming heeft gegeven om de informatie uit het medisch dossier te verstrekken aan het RTG Zwolle of dat zij onvoldoende hiertegen is opgetreden en dat zij onvoldoende waarborg heeft geboden voor de vertrouwelijkheid en veiligheid van het medisch dossier. De psychiater betwist dat zij toestemming heeft gegeven voor het verstrekken van delen van het medisch dossier aan het RTG Zwolle. Zij voert verweer tegen de klachtonderdelen.
4.4 Het college overweegt allereerst dat niet is gebleken dat de psychiater toestemming heeft verleend voor het verstrekken van onderdelen uit het medisch dossier. De psychiater betwist dat zij dit heeft gedaan. Dat de directeur handelde met toestemming van de psychiater blijkt nergens uit. Het enige dat klager in dit verband ter onderbouwing naar voren heeft gebracht, is de mededeling die kennelijk namens de minister in een procedure bij de Raad van State is gedaan, dat over de verstrekking contact met de psychiater had plaatsgevonden. Die enkele opmerking, zonder context en door een derde, is naast de stellige betwisting door de psychiater onvoldoende om aan te nemen dat zij toestemming heeft gegeven aan de directeur.
4.5 Het college beoordeelt vervolgens of de psychiater een verwijt kan worden gemaakt van de verstrekking van die gegevens zonder haar toestemming. Dat is niet het geval. Een zorginstelling of organisatie, zoals in dit geval het E, draagt primair de zorg voor de beveiliging van medische dossiers. Daarbij hoort ook het beheren en monitoren van autorisaties van zorgverleners die toegang hebben tot de medische dossiers. Het is vervolgens de verantwoordelijkheid van de individuele zorgverleners om zich te houden aan de beveiligingsvoorschriften. Uit niets blijkt dat de psychiater de voorschriften voor omgang met de medische gegevens heeft geschonden. Dat een ander binnen de organisatie wel op onjuiste wijze met de medische gegevens is omgaan of de voorschriften heeft geschonden, kan de psychiater persoonlijk niet worden verweten. Vanwege het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen, treffen de klachten geen doel.
Slotsom
4.6 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.
5. De beslissing
Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 10 juli 2026 door M.M. van ‘t Nedereind, voorzitter,
E.M. Deen, lid-jurist, A.M. van Hemert, A.E. van ‘t Hoog en H.J. de Boer, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door M.A. Valé, secretaris.