We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8762

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:154
Datum uitspraak: 30-06-2026
Datum publicatie: 30-06-2026
Zaaknummer(s): A2025/8762
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen een tandarts. De praktijk van verweerster is overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klager. Klager verwijt verweerster dat zij een preventieassistente de diepte van de tandvleespockets heeft laten opmeten, dat zij niet althans onvoldoende zorgvuldig, tandsteen verwijderd en dat zij diverse laesies heeft gemist. Het opmeten van de PPS-score door de preventieassistente onder verantwoordelijkheid van de tandarts is niet ongebruikelijk en ook niet verwijtbaar. De laatste tandsteenreiniging is mogelijk niet optimaal uitgevoerd, maar dit is onvoldoende ernstig voor een tuchtrechtelijk verwijt. Op het beeldmateriaal zijn geen zo vergevorderde cariëslaesies te zien dat verweerster die had moeten behandelen.

A2025/8762
Beslissing van 30 juni 2026

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing van 30 juni 2026 op de klacht van:

A,
wonende in B,
klager,
gemachtigde: C, werkzaam in B,

tegen

D,
tandarts,
destijds werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. K.M. Bonke-Iwanczyk, werkzaam in Amsterdam.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klager is sinds 2005 patiënt in de praktijk waarvan verweerster tot 1 oktober 2024 eigenaresse/praktijkhoudster was. Per die datum is de tandartspraktijk overgenomen door een andere tandarts, zijnde de gemachtigde van klager (hierna ook: de opvolgende tandarts). Klager verwijt de tandarts – verweerster – onzorgvuldig te hebben gehandeld, omdat zij telkens een preventieassistente de diepte van de tandvleespockets (PPS-score, waarbij PPS staat voor Periodiek Parodontaal Screenen) heeft laten opmeten in plaats van dit zelf te doen. Ook heeft de tandarts volgens klager niet, althans onvoldoende zorgvuldig, tandsteen verwijderd en heeft zij diverse laesies gemist. De tandarts voert verweer.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 21 juli 2025;
- de usb-stick met aanvullende informatie (röntgenfoto’s) van de zijde van klaagster, ontvangen op 1 oktober 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het op 20 januari 2026 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- de e-mail van de gemachtigde van klaagster van 7 mei 2026, met bijlagen;
- de e-mail van de gemachtigde van verweerster van 8 mei 2026, met als bijlage een aanvullend verweerschrift met bijlagen.

2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 19 mei 2026. De gemachtigde van klager is verschenen. Klager was afwezig met bericht van verhindering. Verweerster is verschenen, bijgestaan door haar waarnemend gemachtigde mr. drs. A. Dekker. Verweerster en de gemachtigden van partijen hebben hun standpunten mondeling toegelicht. De gemachtigde van verweerster heeft een pleitnota voorgelezen en aan de wederpartij en het college overhandigd. Verweerster heeft een slotwoord voorgelezen en aan het college overhandigd.

2.3 Naast klager hebben nog drie patiënten van de praktijk een tuchtklacht tegen verweerster ingediend, allen met de huidige tandarts/eigenaresse van de praktijk als gemachtigde (A2025/8764, A2025/8765 en A2025/8766). De klacht met zaaknummer A2025/8766 is gelijktijdig met de onderhavige klacht op de zitting behandeld.

3. De feiten
3.1 Verweerster was van 1 december 2004 tot 1 oktober 2024 eigenaresse van de tandartsenpraktijk E in B (hierna: de praktijk). Per 1 oktober 2024 is de praktijk overgenomen door de gemachtigde van klager. Verweerster is nog tot 21 januari 2025 op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaam geweest in de praktijk. Klager is sinds 30 augustus 2005 als patiënt ingeschreven in de praktijk. Hij kwam jaarlijks op controle.

3.2 Op 14 juli 2022 zijn er door de tandarts voor het laatst bitewingfoto’s gemaakt van het gebit van klager. Hierover heeft zij in het patiëntendossier genoteerd (citaten alleen voor zover van belang en letterlijk weergegeven:


Patiënt geeft toestemming voor het maken van bitewings voor de aanvullende cariësdiagnostiek in opdracht van de tandarts door de assistente (…)
ts + polijsten
poetst 2x p/d, had niet het idee dat hij open stond voor instr
18-07-2022 x12 Röntgendiagnose
Geen cariësactiviteit, geen horizontaal of verticaal botverlies.
Nieuwe BW: 2026
3.3 De tandarts heeft op 16 oktober 2024 voor het laatst een periodiek mondonderzoek bij klager uitgevoerd. Zij heeft hierover genoteerd:
(…)
IO: gb
B: pmo+tst 12mnd
M03 Gebitsreiniging: (20)


Als PPS-score staat bij 16 oktober 2024 viermaal een score van 2 genoteerd. In 2022 en 2023 was deze score hetzelfde.

3.4 Klager is op 1 april 2025 bij de opvolgende tandarts geweest voor een controle. Zij heeft hierover genoteerd:
(…)
IO:
- Par:
- Car: 26dop, 17dop, 27mo, 28mopc, 48bc
- Monitoren: 24m, 14m, 36bc, 45md, 47md
Advies: mh gaan. ik haal nu al veel zwart tst eruit.
Mnr is geschrokken en begrijpt niet hoe dit kan. Hij geeft aan dat er voorheen door iemand (meisje) beetje werd gekrabd, tussendoor kwam D en die zei dat er niks aan de hand was (behalve linksboven) en dan kon hij weer gaan. Stond binnen 30min buiten.
Dit klopt als ik kijk naar hoeveel min er is gereinigd (20min). Echter meet ik op sommige plekken 6mm en dan meet ik warschijnlijk nog op tandsteen
!! Dit is niet accuraat! Advies eerst MH en dan gaan beginnen aan de laesies.
Mnr is erg kwaad en stelt D hiervoor verantwoordelijk. Ik heb hem wel rustig kunnen maken. Geeft volmacht. Ik ga in gesprek met D.
Xrbw Bitewing foto

Als PPS-score staat bij 1 april 2025 viermaal een score van 3 genoteerd.

4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klager verwijt de tandarts een foutieve diagnose, in het bijzonder dat zij
a) niet zelf de PPS-score heeft gemeten, aanwezig tandsteen niet – althans onvoldoende zorgvuldig – heeft verwijderd en klager niet heeft doorverwezen voor reiniging van het gebit;
b) diverse laesies heeft gemist die met het blote oog te zien waren.

4.2 De tandarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Zij voert aan dat de preventieassistente bevoegd en bekwaam is om de PPS-score te meten en de gebitsreiniging uit te voeren, waarbij de meting en de reiniging bovendien door verweerster werden gecontroleerd. Ook betwist de tandarts laesies te hebben gemist.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Bevoegdheid
5.1 Op grond van de bepalingen in het Tuchtrechtbesluit BIG is dit college formeel niet bevoegd in deze zaak. Nu beide partijen hebben ingestemd met voortzetting van de behandeling door dit college, ziet het college geen aanleiding zich (kennelijk) onbevoegd te verklaren.

5.2 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. In deze normen zit een zekere beoordelingsmarge voor de zorgverlener. Dat betekent dat het feit dat iets in een behandeling wellicht beter had gekund, niet zonder meer een tuchtrechtelijk verwijt oplevert.

Klachtonderdeel a) het uitvoeren van de PPS en de gebitsreiniging
5.3 Volgens klager heeft de tandarts gedurende de behandeljaren onvoldoende zorgvuldig gehandeld door een preventieassistente de PPS te laten uitvoeren en door zijn gebit onvoldoende te reinigen. Zo stond hij na een afspraak vaak binnen dertig minuten alweer buiten en was de tandarts zelf nauwelijks bij een afspraak aanwezig. Toen klager op 1 april 2025 op controle kwam bij zijn huidige tandarts, tevens zijn gemachtigde, werd hij direct doorverwezen naar de mondhygiëniste omdat er diepe pockets en parodontitis werden geconstateerd en zwart tandsteen. Klager heeft vervolgens vele (en kostbare) behandelingen ondergaan.

5.4 De tandarts bevestigt dat voor het uitvoeren van de controle en gebitsreiniging bij klager de laatste jaren dertig minuten werden gepland en dat tijdens die afspraak door de preventie-assistente de diepte van de pockets werd opgemeten. De preventieassistente die de laatste meting van de PPS op 16 oktober 2024 heeft uitgevoerd was een gediplomeerd preventie-assistent, die sinds 1 november 2020 werkzaam was in de praktijk en ervaren en bekwaam is in het uitvoeren van preventieve mondzorghandelingen. Daarbij is het de preventieassistente alleen toegestaan om tandsteen boven het tandvlees te verwijderen. De behandeling door de preventieassistente werd door de tandarts naderhand gecontroleerd en als zij hierbij constateerde dat niet al het tandsteen was verwijderd, deed zij dit ter plekke alsnog. Ook werd eventueel aanwezig tandsteen onder het tandvlees door de tandarts zelf verwijderd. De tandarts heeft verder toegelicht dat het gebruikelijk was dat, indien het maken van bitewingfoto’s was geïndiceerd, deze foto’s aan het begin van de afspraak werden gemaakt en dat tandsteen dat op die foto’s zichtbaar was, tijdens diezelfde afspraak werd verwijderd. In het – soms ook voorkomende – geval dat de foto’s pas na afloop van een gebitsreiniging werden gemaakt en er nog tandsteen aanwezig bleek te zijn, werd de afweging gemaakt of de patiënt op korte termijn hiervoor terug moest komen of dat het kon wachten tot de volgende behandelafspraak. Tijdens de zitting heeft de tandarts verklaard dat zij al reflecterend concludeert dat het beter is om aan het begin van de afspraak foto’s te maken. De vaste werkwijze van de tandarts was dat zij alle röntgenopnamen structureel aan haar takenlijst toevoegde onder de code X12, waarna zij zelf de foto’s achteraf (nogmaals) beoordeelde. De tandarts constateerde op de bitewingfoto’s van 2025 wel tandsteen onder het tandvlees tussen de elementen 16/17 en 27/28. Dit zou erop kunnen duiden dat het tandsteen niet volledig is verwijderd tijdens de controle van klager op 16 oktober 2024. Als dat zo is, dan betreurt de tandarts dat. Zij wijst er daarbij wel op dat zij bij het verwijderen van tandsteen een inspanningsverplichting heeft en dat zij de gebitsreiniging van klager naar haar beste vermogen heeft uitgevoerd. Door de jaren heen was bij hem sprake van een stabiele mond.

5.5 Het college is van oordeel dat de tandarts heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend tandarts mag worden verwacht. Zij heeft de aanbevelingen in de richtlijn Parodontale Screening, Diagnostiek en Behandeling in de Algemene Praktijk van de Nederlandse Vereniging voor Parodontologie (2020) gevolgd. Uit het dossier volgt dat klager de laatste jaren een stabiele PPS-score had van 2; dat betekent dat de pockets een diepte hadden tot en met 5 mm en dat de toestand van het tandvlees aandacht behoefde. Nu die score in oktober 2024 niet slechter was dan in 2022 en 2023, was de behandeling van de tandarts, inhoudende reiniging en inzetten op preventie door het geven van advies, een daarbij passende behandeling. Dat de PPS-score door de preventieassistente werd opgemeten onder verantwoordelijkheid van de tandarts – een zogeheten verlengde-armconstructie – is niet ongebruikelijk en ook niet verwijtbaar. Wel constateert het college, net als de tandarts, dat uit de bitewingfoto’s van 2025 geconcludeerd kan worden dat de laatste tandsteenreiniging op 16 oktober 2024 mogelijk niet optimaal is uitgevoerd. Dit is echter onvoldoende ernstig voor een tuchtrechtelijk verwijt. Tussen de laatste controle door de tandarts en de controle op 1 april 2025 zit een periode van bijna zes maanden. Het college kan niet vaststellen – en het is ook niet aannemelijk – dat het tandsteen zoals dat te zien is op de bitewingfoto’s van 2025, ook allemaal reeds aanwezig was op 16 oktober 2024, en daarmee ook niet dat deze laatste reiniging dermate onzorgvuldig is geweest dat dit een tuchtrechtelijk verwijt oplevert. Uit het patiëntendossier volgt dat er jaarlijks is gereinigd en dat er zich geen bijzonderheden voordeden. Het college heeft geen aanleiding om aan de inhoud van het patiëntendossier te twijfelen. Daarbij merkt het college op dat op de door de tandarts laatstelijk gemaakte bitewingfoto’s van 2022 nagenoeg geen tandsteen te zien is en ook geen afbraak van kaakbot. Het college is dan ook van oordeel dat gelet op de stellingen van partijen en de aanwezige onderliggende stukken er geen aanleiding bestaat voor de conclusie dat verweerster onzorgvuldig heeft gehandeld.

5.6 Het college merkt op dat in het klaagschrift ook wordt gesteld dat bij klager op 1 april 2025 parodontitis is geconstateerd en dat hij daarvoor nog nooit van die term had gehoord. Voor zover klager daarmee bedoelt dat hij hierover door de tandarts onvoldoende is geïnformeerd, treft deze klacht geen doel. Uit het patiëntendossier volgt, en dit is tijdens de mondelinge behandeling ook besproken, dat er in 2012 een parodontaal onderzoek heeft plaatsgevonden en dat klager ook wel eens – op verwijzing van de tandarts – bij een mondhygiëniste is geweest, maar dat hij ervoor koos hier niet meer naartoe te gaan. Zo is in het patiëntendossier op 30 juni 2015 genoteerd: “Meneer belde en gaf aan dat hij af ziet van verdere behandeling bij de mh. Meneer geeft aan nergens meer last van te hebben en vindt het goed zo.” De gebitsreiniging heeft nadien bij de tandarts plaatsgevonden tijdens de jaarlijkse controle. Er hebben zich in de jaren daarna geen problemen voorgedaan en zoals hierboven is geoordeeld was de behandeling van de tandarts, inhoudende reiniging en inzetten op preventie door het geven van advies, gezien de stabiele situatie een passende behandeling. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat bij klager in oktober 2024 of in de periode daarvoor sprake was van parodontitis. Het college kan dan ook niet constateren dat klager ten onrechte niet over parodontitis is geïnformeerd.

5.7 Klachtonderdeel a) is ongegrond.

Klachtonderdeel b) de laesies
5.8 Volgens klager heeft de tandarts tijdens haar laatste periodieke controle op 16 oktober 2024 meerdere forse laesies gemist die met het blote oog te zien waren. Dit volgt volgens klager uit het gegeven dat tijdens de controle op 1 april 2025 door de gemachtigde van klager meerdere laesies zijn geconstateerd.

5.9 De tandarts betwist dat de in april 2025 door de opvolgend tandarts geconstateerde laesies al aanwezig waren op 16 oktober 2024, alsook dat deze laesies zonder meer kunnen worden toegerekend aan een tekortkoming in de door haar verleende zorg. Door de tandarts zijn op 16 oktober 2024 geen laesies, caviteiten of andere afwijkingen geconstateerd. Het patiëntendossier vermeldt ook dat er “gb” – geen bijzonderheden – waren. Tijdens het mondeling vooronderzoek heeft de tandarts opgemerkt dat niet elke tandarts dezelfde handelwijze heeft; de ene tandarts besluit eerder restauratief in te grijpen, waar de andere tandarts voor monitoring kiest. Zij heeft daaraan toegevoegd dat – alleen afgaande op de door klager overgelegde foto’s van april 2025 – zij de door de gemachtigde van klager behandelde elementen zelf niet allemaal zou hebben behandeld.

5.10 Het college overweegt als volgt. Op het overgelegde beeldmateriaal zijn geen zo vergevorderde cariëslaesies te zien dat verweerster die voor of op 16 oktober 2024 had moeten behandelen. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat verweerster laesies heeft gemist en dat ook klachtonderdeel b) ongegrond is.

Slotsom 

5.11 Het is duidelijk dat de tandheelkundige visies van de opvolgende tandarts van klager (tevens zijn gemachtigde) en van verweerster ver uiteen liggen. Het heeft er ook de schijn van dat verweerster na de overname van de praktijk in een negatief daglicht is komen te staan bij een aantal van haar voormalige patiënten – met wie zij in sommige gevallen een behandelrelatie van vele jaren heeft gehad –, voortkomende uit het feit dat de gemachtigde van klager een meer proactieve werkwijze voorstaat en anders zou hebben gehandeld dan verweerster heeft gedaan. Dat de werkwijze van verweerster meer afwachtend en reactief is dan de proactieve werkwijze van de gemachtigde van klager, betekent echter niet dat de werkwijze van verweerster niet binnen de norm van een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts valt. Verweerster heeft de beslissingen die zij in de behandeling van klager heeft genomen duidelijk toegelicht. Uit die toelichting, het verweerschrift en het patiëntendossier blijkt dat zij die beslissingen weloverwogen heeft genomen. Het college acht het handelen van verweerster ook goed navolgbaar en verdedigbaar. Zij heeft conform de richtlijnen en als een betrokken en zorgvuldige tandarts gehandeld. Bovendien heeft zij laten zien goed in staat te zijn om kritisch op haar eigen handelen te reflecteren en waar mogelijk lering te trekken uit wat in deze zaak aan de orde is gekomen.

5.12 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht ongegrond zijn.

Publicatie
5.13 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere tandartsen mogelijk iets kunnen leren van wat hiervoor is overwogen. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.

6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde en NT/Dentz.


Deze beslissing is gegeven door N.B. Verkleij, voorzitter, L.J. Knap, lid-jurist, M.M.L.F. Smulders, H.W. Luk en R.J. Overmars, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026.