We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8958

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:150
Datum uitspraak: 30-06-2026
Datum publicatie: 30-06-2026
Zaaknummer(s): A2025/8958
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Onder verantwoordelijkheid van de neuroloog is onderzocht of klaagster multiple sclerose (MS) had. Intakegesprek en neurologisch onderzoek door arts-onderzoeker waren zorgvuldig en volledig. Daarbij zijn geen zaken onbesproken gelaten. Het onderzoek was ook slechts een van de invalshoeken van het MDO. De neuroloog valt noch als supervisor van de arts, noch als behandelaar een verwijt te maken. Met betrekking tot de (aanwezige en beoordeelde) MRI-scans geldt dat de beoordeling van de beeldvorming de verantwoordelijkheid is van de radiologen. Overigens zijn tot twee keer toe nog ontbrekende scans opgevraagd en beoordeeld en heeft de neuroloog alle MRI-scans nog eens samen met klaagster bekeken en besproken. Het wel of niet afwijkende looppatroon van klaagster is geen doorslaggevende factor bij het stellen van de diagnose MS.

A2025/8958
Beslissing van 30 juni 2026
 

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 30 juni 2026 op de klacht van:

A,
wonende in B,
klaagster,

tegen

C,
neuroloog,
werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de neuroloog,
gemachtigden: mr. E en mr. F, werkzaam in D.

1. De zaak in het kort
1.1 De neuroloog heeft klaagster gezien in het kader van een second opinion, waarbij is onderzocht of klaagster mogelijk multiple sclerose (MS) had. Een onder supervisie van de neuroloog werkende arts-onderzoeker heeft het intakegesprek met klaagster gevoerd en neurologisch onderzoek verricht. Klaagster verwijt de neuroloog dat zij klaagsters klachten niet (volledig) heeft besproken in het multidisciplinair overleg (MDO) en geen correcte diagnose heeft gesteld. Ook verwijt klaagster de neuroloog dat niet alle MRI-scans bij de second opinion aanwezig waren, dat deze naderhand niet (objectief) zijn beoordeeld en dat de neuroloog tijdens een later gesprek achter de bevindingen van de arts bleef staan. De neuroloog heeft verweer gevoerd tegen de klacht.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 22 augustus 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de aanvullende stukken van klaagster, ontvangen op 13 januari 2026;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 22 januari 2026, met de bijlagen.


2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De feiten
3.1 Klaagster is op 22 november 2024 door haar behandelend neuroloog verwezen naar de polikliniek H, onderdeel van de polikliniek neurologie van het G waar de neuroloog werkzaam is. In de verwijsbrief staat onder meer (alle citaten zijn letterlijk weergegeven):


Er is sprake van lang bestaande progressieve loopstoornis, krachsverlies, sensibele stoornissen en pijnklachten waarbij in het verleden en ook bij recent onderzoek geen duidelijke verklaring.
Bij beeldvorming zijn er witte stof afwijkingen welke mijns inziens meer vasculair bepaald zijn. Deze zijn in vergelijking met 9 jaar terug progressief (waarbij verbeterde Flair sequentie ook een rol speelt), een klinische relevantie van de witte stof afwijkingen lijkt mij er niet.
Voor patiënte is het lastig om bovenstaande bevindingen te accepteren waarbij bij haar de vraag speelt of er toch niet sprake is van MS, eventueel primair progressieve vorm (er is echter normale myelum). Een voor patiënte onprettig contact met neuroloog in verder verleden helpt niet mee om vertrouwen te hebben in de huidige bevindingen.
Om bovenstaande redenen graag beoordeling van patiënte. Is er een onderliggende neurologische oorzaak voor haar klachten? Kunne witte stof afwijkingen inderdaad als vasculair beschouwd worden? (…)


3.2 Op 18 december 2024 is klaagster gezien op het H-spreekuur. Een arts-onderzoeker (hierna: de arts) verrichtte onder supervisie van de neuroloog het intake-consult. Klaagster heeft ook tegen de arts een klacht ingediend. De arts heeft een anamnese afgenomen en neurologisch onderzoek verricht. Aansluitend aan de intake zijn de bevindingen van de arts besproken in het MDO van de in MS gespecialiseerde neurologen, arts-assistenten neurologie en arts-onderzoekers, waarbij ook een neuroradioloog aanwezig was. Daarbij zijn ook de herbeoordeelde eerdere MRI-beelden besproken. Vervolgens hebben de neuroloog en de arts klaagster samen op de hoogte gesteld van de uiteindelijke bevindingen.

3.3 Tot slot hebben de neuroloog en de arts hun bevindingen neergelegd in een brief van 18 december 2024 aan de behandelend neuroloog van klaagster. In die brief staat onder meer:


Anamnese:
Sinds 25 jaar gaat het op verschillende domeinen niet goed. Meer moeite met lopen, gaat steeds meer achteruit. Had honden en liep hier veel mee, iedereen in de buurt kende haar. Loopt sinds 1.5 jaar met een kruk rechts. Fietsen lukt niet meer. (…)
(…)
Er heerst veel onrust over de diagnostiek. Er zijn meerdere MRI scans gemaakt, waaruit haar steeds werd verteld dat er geen afwijkingen waren die haar klachten kunnen verklaren. Echter is er in 2021 op een pre-scan sprake geweest van mogelijk gliose cervicaal, waarvan het [naam] ziekenhuis ook heeft gezegd het niet te kunnen “wegpoetsen”. Daarnaast zijn er al eerder vasculaire aspecifieke witte stof afwijkingen beschreven, die ook niet gedeeld zijn met patiënte. Vindt dit erg vervelend en wil graag duidelijkheid.
(…)
Neurologisch onderzoek: (…)
Komt binnen met kruk. Loopt verder in spreekkamer zonder hulpmiddel. Gaat vlot zitten en staat vlot op. Is gedurende anamnese beweeglijk met de armen en iets motorisch onrustig.
Algemeen: Helder bewustzijn, reageert adequaat, geen afasie of dysartrie.
Hersenzenuwen: pupillen isocoor en lichtreactief, GVO geen bijzonderheden, OVB intact, sensibiliteit en motoriek gelaat intact.
Motoriek: PUA zakt niet uit en proneert niet, kracht armen: biceps 5/5 (intermitterend aanspannen links, echter piekkracht is maximaal), triceps 5/5, knijpkracht symmetrisch, kracht benen: iliopsoas 5/5, quadriceps 5/5, hamstrings 5/5, voetflexoren 5/5, voetextensoren 5/5.
Sensibiliteit: Gestoorde scherp-stomp discriminatie voeten. Vibratiezin intact.
Reflexen: BPR 0/0, TPR 0/0, KPR 0/0, APR 0/0,VZR plantairlexie bdz.
Coördinatie: TNP ongestoord, KHP ongestoord.
Lopen: normaal gangspoor, niet breed-basisch, koorddansersgang zonder uitstappen. Kan op tenen staan, geeft aan niet op hakken te kunnen staan.
Herbeoordeling radiologisch onderzoek elders:
MRI-hersenen en myelum (04-11-2024):
Multipele witte stof laesies in de hersenen en thalamus laesie rechts, welke qua aspect en distributie vooralsnog meest passen bij vasculo-ischemische origine.
Aanvullende externe en MRI myelum wordt nog opgevraagd.
(…)
Bespreking: Patiënt werd in ons MS MDO besproken. Er is geen sprake van de diagnose MS op basis van het klinisch beeld en de beeldvorming. De afwijkingen op MRI-hersenen passen het meest bij vasculo-ischemische schade, waarvoor patiënte meerdere risicofactoren heeft (roken, obesitas en hypertensie). Patiënte ervaart veel klachten die een grote impact hebben op het dagelijks leven. Dit is lastig te relateren aan het radiologische beeld en het weinig afwijkende neurologische onderzoek, en lijkt toch het meest passend bij een FNS diagnose. Heden hebben wij enkel de meest recente MRI-hersenen beoordeeld. Ter volledigheid zullen we de MRIs van hersenen en myelum elders opvragen en herbeoordelen, waarna patiënte nog de uitslagen hiervan van ons zal krijgen. We verwachten geen andere bevindingen. Dit hebben we zodanig met patiënte besproken.
Conclusie:
Geen aanwijzingen voor MS of andere demyeliniserende aandoenig, klachten zijn meest passend bij FNS.” [noot college: Functionele Neurologische Stoornis]
.


3.4 Op 12 maart 2025 heeft de neuroloog klaagster telefonisch gesproken naar aanleiding van de herbeoordeling van de opgevraagde MRI’s. Uit het verslag van dit gesprek blijkt dat de conclusie uit de herbeoordeling luidde dat er “geen myelopathie” (het proces waarbij de beschermende laag rond de zenuwstelsels verdwijnt) te zien was. Klaagster vertelde dat ze zich niet herkende in de beoordeling, die in de brief van 19 december 2024 werd beschreven, en dat ze zelf vond dat ze geen FNS heeft. Er waren nog twee MRI’s (uit maart 2021 en uit 2015) niet opnieuw beoordeeld en juist deze wilde klaagster herbeoordeeld zien. Op die van 2021 zou gliose (een reactie op schade van het centraal zenuwstelsel) te zien zijn. Afgesproken is dat deze scans ook opgevraagd en beoordeeld zouden worden, waarna klaagster voor een consult bij de neuroloog zou worden uitgenodigd.

3.5 Dat consult heeft plaatsgevonden op 16 april 2025. De neuroloog heeft in het dossier genoteerd:


Reden van komst: bespreken uitslag aanvullende herbeoordelingen van MRI scans na bezoek tweede meningen poli multiple sclerose
Dit consult werd gepland om de herbeoordeling van aanvullende MRI scans te bespreken die bij het vorige consult nog niet hier aanwezig waren. Tevens was afspraak gepland omdat patiënte bij een belafspraak aan had gegeven zich niet te herkennen in sommige onderdelen van de door ons uitgestuurde brief en bevindingen bij neurologisch onderzoek.
Intervalanamnese:
Patiente merkt dat ze al vele jaren achteruit gaat, waaronder mobiliteit en energie en dat ze er van alles aandoet om het beter te krijgen zoals werken aan het opbouwen van conditie en oefenen bij fysiotherapeut maar dat het desondanks niet helpt en minder wordt. Patiente vindt het frustrerend dat zorgverleners elkaar nogal eens napartan, tegenstrijdige berichten geven, klachten geduid worden als functioneel neurologische stoornis (FNS) waar patiente zich niet in herkent. Bij vorige consult is het neurologisch onderzoek als normaal afgegeven, patiente koppelt terug dat dit onjuist is, looppatroon en koorddansersgang zijn niet normaal.
Aanvullend onderzoek:
Herbeoordeling externe MRI LWK van 3 februari 2017 met externe verslaglegging in Sectra en MRI wervelkolom van 24 maart 2021 zonder externe verslaglegging. In 2021 geen absoluut overtuigende myelum laesies. Minimale rest herniatie bij in 2017 uitgebreide hernia L5/S1 mediaan. Geen aanwijzingen voor demyeliniserende ziekte. Aanvullende herbeoordeling MRI brein en myelum van 21 december 2015: geen aanwijzing voor demyeliniserende of andere ziekte.
Bespreking en advies:
Tijdens het consult werd gesproken over de beperkende klachten die patiente heeft zonder tot op heden duidelijke diagnose met veel impact op functioneren. De MRI scans werden tijdens het consult samen bekeken met uitleg over de bevindingen waarbij aangegeven dat de scans geen voor demyelinisatie verdachte afwijkingen laat zien. Op MRI hersenen wel witte stoflaesies meest passend bij vasculo-ischemische schade, in het myelum geen myelopathie zichtbaar. De kliniek en bevindingen bij aanvullend onderzoek geven geen aanwijzingen voor multiple sclerose (MS) of een aanverwante aandoening. Deze conclusie (hetgeen ook de verwijsreden was) werd besproken met patiente, patiente bedankte voor de uitleg maar gaf ook duidelijk aan dat ze zich afvroeg hoe dan nu verder met haar klachten. Voor verder beleid werd patiënte terugverwezen naar verwijzend neuroloog.
Conclusie:
Geen aanwijzingen voor MS of een aanverwante aandoening

4. De klacht en de reactie van de neuroloog
4.1 Klaagster verwijt de neuroloog dat:
a) zij bij de second opinion op 18 december 2024 de erkende en gerapporteerde klachten van klaagster (in het bijzonder haar loopproblemen) niet heeft besproken in het MDO en geen bijpassende correcte diagnose heeft gesteld;
b) niet alle eerder gemaakte MRI-scans op 18 december 2024 aanwezig waren en naderhand niet (objectief) zijn beoordeeld;
c) zij op 16 april 2025 achter de bevindingen van de arts bleef staan en zelf niet heeft gezien dat klaagster niet goed loopt, waardoor bij klaagster alleen maar meer vragen zijn opgeroepen.

4.2 De neuroloog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college gaat hierna voor zover nodig nader in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de neuroloog de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende neuroloog. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de neuroloog geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

Klachtonderdeel a) loopproblemen

5.2 Klaagster is van mening dat zij meer klachten heeft dan de arts bij het neurologisch onderzoek heeft gezien en opgeschreven en dus ook dat die niet beschreven klachten in het MDO niet zijn meegenomen. De neuroloog heeft aangevoerd dat de arts tijdens de intake uitgebreid is ingegaan op de klachten van klaagster en dat zij bij het neurologisch onderzoek (dat volgens een vast protocol plaatsvindt) de loopproblemen van klaagster, zoals in de verwijsbrief zijn beschreven, in acht heeft genomen. De arts heeft zowel in het bewuste als in het onbewuste looppatroon van klaagster geen aanwijzingen gezien die zouden kunnen duiden op MS.

5.3 Het college vermeldt op voorhand dat het heeft gezien dat in de brief van 18 december 2024 direct na het kopje ‘neurologisch onderzoek’ vier regels zijn opgenomen met ‘standaard’-bevindingen die van toepassing zijn als het onderzoek geen bijzonderheden oplevert. Uit de daarna volgende tekst blijkt echter dat de daadwerkelijke bevindingen van de arts pas na die vier regels zijn weergegeven (en dat die bevindingen ook deels afwijken van de ‘standaard’). Het college gaat er dan ook vanuit dat de arts (en de neuroloog) zijn vergeten de standaardtekst (die in dit geval dus niet van toepassing is) te wissen. Hiervoor (in 3.3) heeft het college alleen de daadwerkelijke bevindingen van de arts overgenomen.

5.4 Het college is op grond van het dossier en het verslag van het neurologisch onderzoek van oordeel dat de arts een zorgvuldig en volledig neurologisch onderzoek heeft uitgevoerd en dat zij daarbij geen zaken onbesproken heeft gelaten. De beoordeling door de arts is bovendien slechts een van de invalshoeken van het MDO, dat na het onderzoek heeft plaatsgevonden. Bij een MDO zijn verschillende specialisten aanwezig, die ieder vanuit het eigen specialisme een beoordeling geven en toelichten. Op basis van alle bevindingen uit alle verschillende disciplines wordt dan een conclusie getrokken, die vervolgens met de patiënt wordt besproken. Het is dus ook niet aan de neuroloog om een diagnose te stellen, maar aan het MDO op basis van alle gezamenlijke conclusies. Naar het oordeel van het college heeft het totale onderzoek, inclusief het MDO, naar behoren plaatsgevonden. De neuroloog valt noch als supervisor van de arts, noch als behandelaar een verwijt te maken. Dat betekent dat dit klachtonderdeel kennelijk ongegrond is.

Klachtonderdeel b) MRI-scans en beoordeling

5.5 De beoordeling van de beeldvorming, in het bijzonder de MRI-scans, is de verantwoordelijkheid van de radiologen. Alleen al om die reden kan de neuroloog geen verwijt worden gemaakt van een mogelijk onvolledige of niet objectieve beoordeling. Het college overweegt ten overvloede dat op 18 december 2024 al is vastgesteld dat niet alle beeldvorming aanwezig was en vervolgens tot twee keer toe nog ontbrekende scans zijn opgevraagd en beoordeeld. Uit het feit dat de neuroloog op 16 april 2025 (zie hiervoor in 3.5) de MRI-scans nog eens samen met klaagster heeft bekeken en de bevindingen aan klaagster heeft uitgelegd, blijkt verder dat er wel degelijk een serieuze en degelijke beoordeling van de scans heeft plaatsgevonden. Ook dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel c) gesprek 16 april 2025
5.6 Het is voor het college duidelijk dat de second opinion voor klaagster anders is gelopen dan klaagster had verwacht en dat klaagster ook moeite is blijven houden met de bevindingen en conclusies van de neuroloog en haar collega’s. Uit het dossier wordt duidelijk dat ook de neuroloog daar oog voor heeft gehad en daarom niet eenmaal, maar tweemaal een herbeoordeling van eerder gemaakte scans heeft toegezegd en dat zij na de tweede herbeoordeling een nieuwe afspraak op de kliniek met klaagster heeft gemaakt om een en ander nog eens goed met klaagster door te spreken en toe te lichten. Het getuigt van een bijzondere zorgvuldigheid van de neuroloog dat zij klaagster hiermee is tegemoetgekomen en geprobeerd heeft klaagster zo goed mogelijk te laten zien op grond waarvan een diagnose MS wel of juist niet gesteld kan worden.


5.7 Met de neuroloog is het college van oordeel dat het looppatroon van klaagster, of dat nu wel of niet afwijkend was of is, geen doorslaggevende factor is bij het stellen van de diagnose MS. Voor een diagnose MS is noodzakelijk dat op de beeldvorming verdachte afwijkingen in de hersenen of het ruggenmerg te zien zijn, die duiden op schade aan (de beschermlaag om) de zenuwvezels. Dit klachtonderdeel is eveneens kennelijk ongegrond.

Slotsom
5.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.

6. De beslissing


Het college verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven op 30 juni 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
J.A. Carpay en J. Poelen, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door N.A.M. Sinjorgo, secretaris.