ECLI:NL:TGZRAMS:2026:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8233

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:15
Datum uitspraak: 16-01-2026
Datum publicatie: 16-01-2026
Zaaknummer(s): A2025/8233
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Klaagster verwijt de dermatoloog dat zij niet goed geholpen is bij de behandeling van een schimmelnagel (onychomycose). Het college stelt vast dat sprake is geweest van een behandeling volgens gebruikelijke wijze, met daarvoor geschikte medicatie. Dat klaagster te maken heeft gekregen met bijwerkingen is vervelend, maar kan de dermatoloog niet worden verweten. Na het optreden van de bijwerkingen is de behandeling vroegtijdig gestopt. Kennelijk ongegrond.

A2025/8233
Beslissing van 16 januari 2026


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 16 januari 2026 op de klacht van:

A,
wonende te B,
klaagster,

tegen

C,
dermatoloog,
werkzaam te D,
verweerster, hierna ook: de dermatoloog,
gemachtigde: mr. R.J. Peet, werkzaam te Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1 De dermatoloog heeft klaagster behandeld in verband met klachten van afwijkingen van haar teennagels. Er was sprake van een schimmel Trichophyton rubrum, waarvoor medicatie is voorgeschreven. Klaagster verwijt de dermatoloog dat zij niet goed geholpen is bij de behandeling van de schimmelnagel (onychomycose). De dermatoloog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 28 februari 2025;
- het aanvullende klaagschrift, binnengekomen op 26 maart 2025;
- de aanvullende informatie van klaagster, binnengekomen op 22 mei 2025;
- het verweerschrift met de bijlage;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 5 september 2025;
- de brief van (de gemachtigde van) verweerster van 7 oktober, binnengekomen op
8 oktober 2025, met bijlagen.

2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De feiten
3.1 Het eerste consult van klaagster bij de dermatoloog was op 13 september 2024, na verwijzing van de huisarts naar E (hierna: de kliniek). Klaagster kampte al lange tijd met klachten van afwijkingen van haar teennagel. Tijdens het consult gaf klaagster aan eerder een (onsuccesvolle) kuur te hebben gehad, maar dat zij niet meer wist welke medicatie dit betrof. De dermatoloog heeft een anamnese afgenomen en de nagel onderzocht. Ook is er een nagelkweek afgenomen voor verder onderzoek.

3.2 Op 1 oktober 2024 is klaagster teruggebeld voor de uitslag en bleek dat sprake was van een schimmelinfectie met Trichophyton rubrum. In overleg met klaagster is vervolgens gestart met een orale itraconazol pulse kuur. In het medisch dossier heeft de dermatoloog het volgende opgenomen (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):


Anamnese: Patient werd gebeld. Uitslag kweek: beeld van T. Rubrum, meegedeeld.
Diagnose: Onychomycose.
Behandeling en beleid: Na uitleg evt. bijwerkingen volgt behandeling met Itaconazol pulse therpie. Uitleg recidiefkans. Heeft ’t begrepen, geen vragen meer. (…)

3.3 Op 20 november 2024 heeft klaagster naar de kliniek gebeld dat zij jeukklachten kreeg van de medicatie. In overleg met de dermatoloog heeft de doktersassistent geadviseerd om met de kuur te stoppen en na een week te starten met terbinafine. Verder is klaagster verzocht om foto’s in te sturen.

3.4 Vervolgens heeft klaagster contact gehad met de huisarts, waarna de huisarts op
2 december 2024 urticaria (netelroos) heeft gediagnosticeerd waarvoor desloratadine is voorgeschreven. Op 3 december 2024 staan er foto’s in het dossier, waarop de urticaria te zien is. De dermatoloog heeft vervolgens levocetirizine en een mometason vetzalf voorgeschreven en een belafspraak voor 20 december 2024 geadviseerd. In het medisch dossier is het volgende opgenomen:


Na zien van foto’s recept levocetirizine 1-2 dd 5 mg zo nodig icm Mometason vetzalf 1 dd 4 dagen per week.
Controle bellen na 6-8 weken indien geen verbetering
.”


En ook de volgende notitie:


Mw is gebelt: huid uitslag en jeuk is begonnen bij start itraconazol, toen recept gekregen voor terbinafine, maar nooit aan begonnen.
Kreeg gisteren desloratadine tbl van huisarts, blijft deze gebruiken. En gaat starten met mometason zalf 4 dgn per week, 3 dagen niet. 20 dec TC ingeland, mw stuurt vooraf foto’s
.”


3.5 Op 20 december 2024 hebben de dermatoloog en klaagster telefonisch contact
gehad. Op de foto's was nog roodheid zichtbaar in de plooien geduid als rest ontstekingsbeeld/ intertrigo/ 'eczeem', nog restbeeld van de urticaria. De dermatoloog heeft geadviseerd om met de mometason vetzalf door te gaan.

3.6 De dermatoloog heeft klaagster op 10 januari 2025 op consult gezien. Klaagster
had op dat moment nog wel jeuk, maar de huidafwijkingen waren sterk verminderd. Het afbouwschema voor de zalf is besproken en uitgelegd. In het medisch dossier heeft de dermatoloog het volgende opgenomen:

Anamnese: Nog klachten. Onduidelijkheid over afbouwschema. Krabt. Had geen nieuwe foto’s gestuurd voor vorige belcp waren nog oude foto’s.
Onderzoek: Symfyseregio erytheem. Overige postinflammatoire hyperpigmentatie.
Diagnose: Intertrigineus eczeem
Behandeling en beleid: Na uitleg z.n. mometason vetzalf 1 dd 4 dagen per week. emolliens cont. Controle belt z.n. (…)

3.7 Op 22 januari 2025 belde klaagster met de kliniek en vertelde dat zij met de terbinafine gestart was en dat zij een dag eerder was flauw gevallen.

3.8 De volgende dag heeft de dermatoloog met klaagster gebeld en aangegeven te
staken met de nieuwe antischimmeltabletten en te starten met Daktacortcreme (een lichtere hormonencreme). Met klaagster werd een belafspraak over een week gemaakt om te evalueren.

3.9 Op een later moment heeft de dermatoloog te horen gekregen dat klaagster geen
contact meer wenste en dat zij een andere specialist voor een second opinion zou consulteren. In het medisch dossier heeft de dermatoloog het volgende opgenomen:

Datum eerste consult::
13-09-2024
Verwijsreden::
Graag behandeling afwijkingen teennagels. Medicatie oraal geen effect
Voorgeschiedenis (relevante)::
Gezond
Medicatie::
Geen
Anamnese::
Sinds enkele jaren bestaand. eerdere antischimmelkuur gaf geen baat. Welke gegeven?
Lichamelijk onderzoek::
Onychodystrofie nagels voeten.
Differentiaal diagnose::
Onychymycose obv Trichophybon rubrum. Met schimmelkweek bevestigd.
Behandeling::
Na uitleg volgde schimmelkweek en belafspraak 4 weken.
Aanvankelijk gestart met itraconazol pulsekuur echter patient kreeg jeukklachten na inname. Deze werden gestaakt waarna gestart werd met terbinafine tabletten.
Huidafwijkingen ontstonden bestaande uit rode plekken waarvoor mometason vetzalf afbouwend werd gestart.
Meest waarschijnlijke diagnose: allergische reactie op de orale antimycotica.
Desloratadine tabletten en daktacort creme toen gestart met het verzoek of patient ter controle wilde komen. Echter patient is niet meer verschenen op de poli.

3.10 Verder staat in het medisch dossier nog de volgende opmerking van de dermatoloog:

Nav klacht patient gebeld. Uitleg gegeven hoe het beloop is gegaan. Ze heeft Urticaria ontwikkeld (zelf niet geobjectiveerd maar bij huisarts gezien) na inname terbinafine tabletten. Was al flauw gevallen na itraconazol tabletten.
Heeft nu nog plekken over is daar verdrietig over.
Aangegeven dat we betreuren hoe ’t voor haar verlopen is en dat we haar graag nogmaals ter controle eenmalig willen zien (kan onbetaald evt. een keer) om huid te bekijken en evt. adviezen te geven.
Denkt hier over na
.”

3.11 Op 28 februari 2025 heeft het college het klaagschrift ontvangen.

4. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
4.1 De vraag is of de dermatoloog de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende dermatoloog. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de dermatoloog geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

4.2 Het college oordeelt dat de dermatoloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en overweegt hiertoe als volgt.

4.3 Klaagster verwijt de dermatoloog dat zij niet goed geholpen is bij de behandeling van de schimmelnagel. Zij stelt dat zij voor de behandeling van haar nagel is gekomen, maar er alleen maar meer klachten aan heeft overgehouden. Toen klaagster last kreeg van bijwerkingen van de medicatie, kreeg zij nieuwe medicatie voorgeschreven die volgens
klaagster de klachten verergerde. Ook stelt klaagster niet goed te zijn voorbereid op de medicatie en mogelijke bijwerkingen.

4.4 De dermatoloog heeft aangevoerd dat het de vraag is of de urticaria die klaagster heeft ontwikkeld zou zijn veroorzaakt door de itraconazol kuur, gezien het tijdsverloop tussen de klachten van klaagster en het effect van de itraconazol kuur die op 20 november 2024 was gestaakt. Verder stelt zij dat in eerste instantie is gestart met die kuur om de schimmel te behandelen. Eventuele bijwerkingen heeft de dermatoloog met klaagster besproken. Het beeld van urticaria was op een later moment, op 3 december 2024, bij verweerster bekend. De dermatoloog stelt dat zij de zorg van een goed hulpverlener in acht heeft genomen en dat de klacht (kennelijk) ongegrond is.

4.5 Het college overweegt dat door de dermatoloog tijdens het eerste consult gedegen onderzoek is gedaan naar de oorzaak van de schimmelnagel. Vervolgens is een gerichte behandeling gestart met itraconazol. Dit wordt veel toegepast en voorgeschreven voor de behandeling van onychomycose veroorzaakt door schimmels en gisten. Een bijwerking van deze medicatie kan, blijkens het farmacotherapeutisch kompas is er een kans van 0,1-1%, het ontstaan van jeukklachten zijn.

4.6 Als alternatief heeft de dermatoloog vervolgens terbinafine gegeven, wat ook een gebruikelijke behandeling is voor onychomycose door Trichophyton rubrum. Urticaria is hier een bekende bijwerking van. Gelet op het voorgaande stelt het college vast dat sprake is geweest van een behandeling volgens gebruikelijke wijze, met daarvoor geschikte medicatie. Dat klaagster te maken heeft gekregen met bijwerkingen is vervelend, maar kan de dermatoloog niet worden verweten. In het medisch dossier staat bovendien vermeld dat eventuele bijwerkingen met klaagster zijn besproken. Het college heeft geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Na het optreden van de bijwerkingen is de behandeling vroegtijdig gestopt. Dat de klachten van klaagster uiteindelijk niet zijn verholpen, kan de dermatoloog ook niet worden verweten. Het college concludeert dat de dermatoloog heeft gehandeld conform de voor haar geldende beroepsnorm.

Slotsom
4.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.

5. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven op 16 januari 2026 door J.F. Aalders, voorzitter, L.J. Knap, lid-jurist, E.J.M. van Leent, J.M. Mommers en S.M. Schmidt-Rikama, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.A. Valé, secretaris.