ECLI:NL:TGZRAMS:2026:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8961
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:148 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 30-06-2026 |
| Datum publicatie: | 30-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8961 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Klaagster lijdt aan multiple sclerose en is door haar behandelaar verwezen naar de neuroloog met de vraag of er sprake was van secundaire progressie van haar ziekte en of er alternatieve behandeling (stamceltransplantatie) mogelijk was. Stamceltherapie komt in Nederland alleen onder zeer strikte voorwaarden in aanmerking. De beslissing dat klaagster niet aan de voorwaarden voldeed is in overeenstemming met de professionele standaard. |
A2025/8961
Beslissing van 30 juni 2026
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 30 juni 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klaagster,
tegen
C,
neuroloog,
werkzaam in D,
verweerder, hierna ook: de neuroloog,
gemachtigde: mr. E, werkzaam in D.
1. De zaak in het kort
1.1 Bij klaagster, geboren in 1979, is eerder de diagnose multiple sclerose gesteld.
Zij is door haar behandelaar in 2023 opnieuw verwezen naar de neuroloog met de vraag
of er sprake was van secundaire progressie van haar ziekte en of er alternatieve behandeling
mogelijk was. Klaagster verwijt de neuroloog dat hij haar klinische achteruitgang
heeft miskend en het advies uitsluitend heeft gebaseerd op MRI-stabiliteit zonder
nader onderzoek in te stellen, en dat hij ten onrechte geen indicatie heeft gegeven
voor behandeling door Autologe Hematopoïëtische Stamceltransplantatie (aHSCT). De
neuroloog heeft verweer gevoerd en heeft verzocht om de klachten ongegrond te verklaren.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 26 augustus 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de repliek van klaagster en de correctie daarop;
- de dupliek van verweerder.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.
3. De feiten
3.1 Klaagster is in september 2023 door haar behandelend neuroloog verwezen naar
de polikliniek neurologie van het F waar de neuroloog werkzaam is. Deze polikliniek
kent een speciaal daarvoor ingericht second opinion spreekuur voor patiënten met (de
verdenking op) multiple sclerose (MS). Klaagster was daar in 2020 ook geweest en toen
werd de diagnose MS bevestigd. Omdat sprake was van een actieve ziekte, werd destijds
geadviseerd te starten met ziekte modulerende therapie (ocrelizumab), wat onder controle
van klaagsters behandelend neuroloog is gebeurd.
3.2 De verwijzing in september 2023 vond plaats vanwege progressie van de neurologische klachten van klaagster. De vraagstelling van de behandelend neuroloog luidde of er sprake was van secundaire progressie en of er alternatieve behandeling mogelijk was.
3.3 Op 2 november 2023 is klaagster gezien op het second opinion spreekuur. Een arts-assistent heeft onder verantwoordelijkheid van de neuroloog het intake-consult verricht en daarbij een anamnese afgenomen en neurologisch onderzoek verricht. Aansluitend aan de intake zijn de bevindingen van de arts besproken in het multidisciplinaire overleg, waarbij ook de neuroloog aanwezig was. Vervolgens hebben de neuroloog en de arts-assistent klaagster samen op de hoogte gesteld van de uiteindelijke bevindingen.
3.4 Voorafgaand aan het consult waren de oude gegevens en brieven van de verwijzend neuroloog en de elders gemaakte scans opgevraagd. De relevante scans zijn beoordeeld door de eigen neuroradioloog in het F, die daarvan ook een verslag heeft opgemaakt. Daarnaast heeft klaagster zelf een schriftelijke tijdlijn opgesteld en ter beschikking gesteld.
3.5 De bevindingen van de neuroloog zijn neergelegd in zijn brief aan de behandelend neuroloog van klaagster van 7 november 2023. Voor zover relevant is in die brief vermeld dat klaagster zelf heeft gemeld dat haar gezondheid de afgelopen anderhalf jaar alleen maar achteruit is gegaan en dat het medicijn Ocrevus bij haar inmiddels niet meer werkt, en dat klaagster een timelijn van het beloop van haar klachten heeft overgelegd. Verder staat in de brief dat klaagster neurologisch is onderzocht, waarbij bleek dat zij met ondersteuning slechts enkele stappen kon zetten. Ook is vermeld dat eerder gemaakte MRI-scans uit 2022 van hoofd/hals, wervels en hersenen opnieuw zijn beoordeeld, waarbij is aangetekend: “geen nieuwe cerebrale T2 laesies, geen tekenen van opportunistische infectie. Ongewijzigd multifocale myelopathie, geen nieuwe myelumlaesies”. Op een scan van voor de start van ocrelizumab (april 2021) was nog wel radiologische ziekteactiviteit te zien. Tot slot bevat de brief een samenvatting van de bespreking van de casus van klaagster in het MS MDO, waarbij geconcludeerd is dat er progressie is van de klachten ondanks ocrelizumab, waarbij sprake is van stabiele beeldvorming, met klinische achteruitgang passend bij neurodegeneratie. In de brief staat dat in het MDO is besproken dat klaagster niet in aanmerking komt voor stamceltherapie. Verweerder concludeert dat er bij klaagster sprake is van Relapse remitting multipele sclerose (RRMS), met klinische progressie.
3.6 In maart 2024 heeft klaagster in G een behandeling met stamceltherapie ondergaan.
4. De klacht en de reactie van de neuroloog
4.1 Klaagster verwijt de neuroloog dat hij:
a) in strijd heeft gehandeld met de professionele standaard door een onvolledige
beoordeling te verrichten, beleid uitsluitend op MRI-stabiliteit te baseren en HSCT
(stamceltherapie) zonder toetsing en motivering af te wijzen;
b) daarmee onvoldoende deskundig en onzorgvuldig heeft gehandeld gezien zijn functie
en de beschikbare kennis.
4.2 De neuroloog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college gaat hierna voor zover nodig nader in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de neuroloog de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende neuroloog.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de neuroloog geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden.
Klachtonderdeel a) handelen in strijd met de professionele standaard
5.2 Klaagster stelt dat de neuroloog uitsluitend naar MRI-activiteit heeft gekeken
en niet naar ziekteactiviteit. Daarbij heeft hij alleen oude MRI’s gezien, die bovendien
allemaal zonder contrastvloeistof zijn uitgevoerd, zodat een nieuwe scan vereist was.
Deze MRI’s zien niet op de klinische achteruitgang in 2023. Deze eenzijdige interpretatie
staat haaks op internationale literatuur. Ook het Standpunt Stamceltransplantatie
van Zorginstituut Nederland (ZN) uit december 2022 is niet adequaat overwogen. Er
is niet onderbouwd waarom stamceltherapie werd afgewezen, terwijl sprake was van overduidelijke
klinische achteruitgang en signalen van medicatiefalen. De neuroloog heeft niet zorgvuldig
onderzocht of klaagster aan de criteria voldeed. De EDSS (Expanded Disability Status
Scale, een schaal van 0 tot 10 die de ernst van lichamelijke beperkingen door MS meet)
is niet bepaald. Het is te kort door de bocht om een geschatte EDSS van hoger dan
6,5 als doorslaggevend argument te hanteren. De conclusies van de neuroloog in het
verweerschrift berusten op een reconstructie achteraf, aldus klaagster.
5.3 De neuroloog heeft aangevoerd dat ZN heeft bepaald dat stamceltransplantatie
vergoed kan worden uit het basispakket van de zorgverzekering bij patiënten met zeer
actieve relapsing remitting multiple sclerose (RRMS), die onvoldoende baat hebben
bij behandeling met hoog effectieve tweedelijns ziekte modulerende medicatie. Er gelden
echter zeer strikte criteria om hiervoor in aanmerking te komen. Er geldt een leeftijdsgrens
tussen de 18 en 55 jaar en een ziekteduur van minder dan 10 jaar.
5.4 Hoewel klaagster voldoet aan deze eisen, geldt volgens de neuroloog ook nog de eis van een EDSS-score van groter of gelijk aan 3 en maximaal 6.0. Daaraan voldoet klaagster niet. Klaagster noemt zelf een EDSS van 6.5 en daarover spreekt ook de arts uit G. Klaagster heeft volgens de neuroloog bij het onderzoek zelf aangegeven dat ze sinds december 2022 niet verder kan lopen dan 10 meter en zij kon tijdens het onderzoek alleen met steun een paar passen zetten (zie ook hiervoor in 3.5). Bij de EDSS kan volgens de neuroloog sprake zijn van momentopnames, maar was bij klaagster duidelijk dat de score al heel lang boven de bovengrens van 6.0 uitkwam. De score is overigens niet doorslaggevend, maar onderdeel van de integrale beoordeling.
5.5 Het vierde en laatste criterium is volgens de neuroloog dat sprake moet zijn van een zeer actieve RRMS met bij voorkeur twee medicatietherapieën gedurende ten minste zes maanden. De neuroloog heeft aangevoerd dat klaagster één therapie had gebruikt (ocrelizumab) en dat klaagster bovendien niet voldeed aan het criterium dat sprake moet zijn van zeer actieve RRMS. Daarvoor moeten naast klinisch relevante relapsen ook actieve laesies (zichtbare ontstekingshaarden) op de MRI aanwezig zijn. Voor de start van ocrelizumab (april 2021) was nog radiologische ziekteactiviteit te zien op de MRI-scans, maar na de start van de behandeling was daarvan geen sprake meer. Bij klaagster was sprake van een klinisch voortschrijdende ziekte bij een stabiel blijvende MRI (waarvan een aantal met contrastvloeistof gemaakt is) in de periode waarin de klachten toenamen. De neuroloog heeft betwist dat er een nieuwe scan gemaakt had moeten worden, aangezien de laatste scan minder dan een jaar oud was. Bij de beoordeling of klaagster in aanmerking kon komen voor stamceltherapie in Nederland heeft verweerder zich gebaseerd op de geldende richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie, waarvan hij heeft betoogd dat deze goed aansluiten bij de internationale aanbevelingen van destijds. Uitspraken over het ziekteverloop zijn altijd een kwestie van reconstructie achteraf, aldus de neuroloog.
5.6 Het college overweegt als volgt. De stamceltherapie, die klaagster in Nederland
had willen ondergaan, komt hier alleen onder zeer strikte voorwaarden voor in aanmerking.
Deze voorwaarden staan beschreven in de vigerende richtlijn van de Nederlandse Vereniging
voor Neurologie en het waarborgendocument van ZN, waarnaar ook de neuroloog heeft
verwezen. Het is een zware operatie met hoge risico’s zoals het optreden van ernstige
bijwerkingen, zodat daaraan terecht strikte voorwaarden worden gesteld. Het college
is van oordeel dat de neuroloog in zijn verweer op heldere wijze uiteen heeft gezet
welke eisen er voor deze stamtherapie gelden en waarom klaagster niet aan deze eisen
voldeed. Het betoog van de neuroloog stemt overeen met de gegevens uit het dossier
en met de bestaande richtlijnen.
Het college is van oordeel dat de neuroloog in overeenstemming heeft gehandeld met
de professionele standaard. Er is geen sprake van een onvolledige beoordeling, integendeel.
Er heeft een uitgebreid intakegesprek met klaagster plaatsgevonden, waarin het ziekteverloop
is doorgenomen en waarbij een neurologisch onderzoek heeft plaatsgevonden. Vervolgens
is er een multidisciplinair overleg geweest, waarin met meerdere specialistische disciplines
naar alle aspecten van klaagsters situatie is gekeken en waaruit een gezamenlijke
beslissing is voortgekomen. Deze beslissing is gebaseerd op basis van de geldende
criteria en voldoende onderbouwd.
5.7 Klachtonderdeel a) is op grond van het voorgaande kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b) onvoldoende deskundig en onzorgvuldig
5.8 Klaagster heeft aangevoerd dat er al jaren internationale consensus bestaat
dat ocrelizumab bij ca. 10% van de MS-patiënten tot medicatiefalen leidt en dat de
wetenschappelijke literatuur over MS-activiteit zonder nieuwe laesies uitgebreid is
gedocumenteerd. Onbekendheid van de neuroloog met deze specialistische kennis van
medicatiefalen en alternatieve therapieën is moeilijk te verenigen met de professionele
standaarden die van hem verwacht mogen worden, aldus klaagster.
5.9 Verweerder heeft aangevoerd dat klaagster ten onrechte twijfelt aan zijn deskundigheid, professionaliteit en zorgvuldigheid. Verweerder heeft daarbij onder meer verwezen naar een publicatie die mede van zijn hand is, en is ingegaan op wat klaagster over de ter zake relevante literatuur heeft vermeld.
5.10 Gelet op hetgeen hiervoor, bij klachtonderdeel a) is overwogen, is ook klachtonderdeel b) kennelijk ongegrond. Het college kan niet anders concluderen dan dat een zorgvuldig proces van beoordeling en besluitvorming heeft plaatsgevonden dat valt binnen de kaders van een adequate - en deskundige – beroepsuitoefening, waarbij het college niet twijfelt aan de deskundigheid van de neuroloog op het gebied van medicatiefalen en alternatieve therapieën. Het college realiseert zich dat het voor klaagster verschrikkelijk is dat zij met deze nare ziekte moet leven en dat het voor haar ook heel moeilijk moet zijn geweest om te worden geconfronteerd met een afwijzende beslissing om de door haar gewenste behandeling in Nederland te ondergaan. Anderzijds heeft de neuroloog zich te houden aan de bestaande regels en richtlijnen en kan hem daarvan geen verwijt gemaakt worden.
Slotsom
5.11 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat beide onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.
6. De beslissing
Het college verklaart de klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 30 juni 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
J.A. Carpay en J. Poelen, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door N.A.M. Sinjorgo,
secretaris.