We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8866

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:146
Datum uitspraak: 30-06-2026
Datum publicatie: 30-06-2026
Zaaknummer(s): A2025/8866
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen neuroloog. Klaagster is het niet eens met het verslag van de neuroloog van het consult en verwijt de neuroloog onder meer daarmee de noodzakelijke verwijzing naar een neurochirurg te blokkeren. Verschil van inzicht betekent niet dat de beoordeling door de neuroloog onjuist is. De neuroloog heeft het afwijkende inzicht van haar collega in haar beoordeling betrokken en heeft bovendien het verslag op verzoek van klaagster meerdere malen aangepast.

A2025/8866
Beslissing van 30 juni 2026
 

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 30 juni 2026 op de klacht van:

A,
wonende in B,
klaagster,

tegen

C,
neuroloog,
werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de neuroloog,
gemachtigde: mr. L. Greebe, werkzaam in Utrecht.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klaagster, geboren in 1970, komt voor een consult bij de neuroloog (verweerster). Klaagster verwijt de neuroloog onder meer de blokkering van de noodzakelijke verwijzing naar een neurochirurg, voor de behandeling van een ruggenmergcompressie. De neuroloog betwist de klacht en stelt dat zij in de verwijsbrief haar eigen professionele afweging heeft gemaakt.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is voor zover zij klaagt over geleden schade en dat de klacht voor het overige kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 7 augustus 2025;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 19 februari 2026.

2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.


3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klaagster bezocht wegens nekklachten een Belgische neurochirurg. Deze neurochirurg adviseerde chirurgisch ingrijpen om de pijnklachten te verhelpen.

3.2 Klaagster heeft vervolgens het E in F benaderd om een afspraak te maken voor verdere behandeling. Het E heeft aangegeven dat -voorafgaand aan chirurgische behandeling - klaagster eerst gezien moest worden door een neuroloog. Zonder verwijzing van de neuroloog kon er geen verdere chirurgische behandeling plaatsvinden.

3.3 Klaagster is doorverwezen naar verweerster die als neuroloog verbonden is aan G te D.

3.4 Op 23 mei 2025 zag de neuroloog klaagster op een vervroegd consult c.q. intakegesprek. Zoals afgesproken is klaagster diezelfde dag door de neuroloog teruggebeld voor de toelichting op haar bevindingen (anamnese, conclusies, het voorgestelde beleid en de verwijzing naar de neurochirurgie van het E). Daaropvolgend heeft de neuroloog een terugkoppeling (de brief) opgesteld.

3.5 Klaagster ging niet akkoord met de inhoud van de terugkoppeling en heeft aangegeven dat de brief niet naar het E verzonden mocht worden. Klaagster wenste daarop geen contact meer met de neuroloog. Wel heeft zij in gesprek met de manager van G verzocht de verwijsbrief inhoudelijk aan te passen.

3.6 In overleg met de neuroloog is de brief aangepast en op 10 juni 2025 aan klaagster verzonden met daarbij een toelichting op al dan niet gemaakte wijzigingen en waarom.

3.7 Ondanks de aanpassingen kon klaagster zich niet vinden in de inhoud van de brief. Dit heeft geleid tot een klacht over de neuroloog bij de directie van de kliniek. Hierna is de brief op andere momenten nog aangepast. De laatste versie dateert van 10 juli 2025. Ook met die laatste versie is klaagster niet akkoord gegaan.

3.8 Op 18 juli 2025 heeft klaagster aangekondigd een klacht in te dienen bij het tuchtcollege.

4. De klacht en de reactie van de neuroloog
4.1 Klaagster verwijt de neuroloog:
a) een onjuiste weergave van medische informatie en dossiervervalsing;
b) weigering van noodzakelijke medische doorverwijzing;
c) suggestieve en grensoverschrijdende interpretaties;
d) structurele weigering tot correctie en zorgvertraging;
e) het opleggen van een communicatieverbod en handelen in strijd met de artikelen 7:454 BW en 7:448 BW;
f) geleden schade als gevolg van het handelen van verweerder.


4.2 De neuroloog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de neuroloog de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende neuroloog. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de neuroloog geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

5.2 Het college oordeelt dat de neuroloog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Klachtonderdeel a), b) en d) Onjuiste weergave medische informatie, dossiervervalsing, weigering doorverwijzing en correctie en zorgvertraging
5.3 Vanwege de onderlinge samenhang zal het college de onderdelen a, b en d gezamenlijk bespreken.

5.4 Klaagster verwijt de neuroloog essentiële medische informatie in het verslag van 23 mei 2025 aantoonbaar verkeerd te hebben weergegeven of te hebben weggelaten. De neuroloog betwist deze stelling en verwijst onder meer naar de brief aan de huisarts waarin wel degelijk wordt verwezen naar de bevindingen van de Belgische specialist. Verder heeft de neuroloog diverse malen op verzoek van klaagster de verwijsbrief aangepast, met uitzondering van haar advies omtrent de terughoudendheid voor operatie. Dat betrof haar medische beoordeling als inhoudsdeskundige, aldus de neuroloog.

5.5 Het college heeft vastgesteld dat op basis van het neurologisch onderzoek de neuroloog tot een andere inschatting is gekomen dan de Belgische neurochirurg voor wat betreft de chirurgische ingreep.

5.6 Volgens het college betekent het enkele feit dat er een mogelijk verschil van inzicht is geenszins dat daarmee de inschatting van de neuroloog onjuist zou zijn. Het college is van oordeel dat de inschatting van de neuroloog in deze zaak deskundig is, ook al heeft de Belgische neurochirurg een andere inschatting gemaakt. Hooguit maakt het verschil van inzicht duidelijk dat het Nederlandse beleid de voorkeur geeft aan revalidatie en fysiotherapie boven opereren.

5.7 Naar het oordeel van het college heeft de neuroloog op basis van het neurologisch onderzoek haar bevindingen en advies in de brief voldoende adequaat vastgelegd en de mogelijkheid voor een operatie wel degelijk onderkend. Van onjuistheden is het college dan ook niet gebleken. De neuroloog heeft in de documentatie ook het standpunt van de Belgische neurochirurg aangehaald.

5.8 De gestelde dossiervervalsing heeft klaagster niet onderbouwd en zij heeft daarvoor geen aanwijzingen overgelegd. Het college zelf heeft ook geen enkele aanwijzing voor vervalsing gevonden.

5.9 Van een weigering of blokkering van doorverwijzing door de neuroloog is volgens het college evenmin sprake. Integendeel, het was klaagster die de brief van de neuroloog tegenhield vanwege haar onvrede over de inhoud ervan, met name over het advies tot terughoudendheid bij operatie.

5.10 Naar het oordeel van het college heeft de neuroloog adequaat gehandeld door klaagster erop te wijzen dat zij een ‘second opinion’ kon aanvragen bij een andere neuroloog. Van dat aanbod heeft klaagster geen gebruik gemaakt. Zij volhardde in haar weigering om de specialistenbrief door te (laten) sturen.

5.11 Door die volharding heeft de verdere behandeling vertraging opgelopen. Dat valt de neuroloog niet te verwijten. Zij heeft in alle redelijkheid meermaals getracht klaagster tegemoet te komen en alternatieven aan te reiken. Van structurele weigering tot correctie en zorgvertraging door de neuroloog is geen sprake.

5.12 Deze klachtonderdelen zijn daarmee kennelijk ongegrond. Klachtonderdeel c) Suggestieve en grensoverschrijdende interpretaties

5.13 De psychosomatische component bij chronische pijn wordt in de medische literatuur onderschreven bij de diagnose Whiplash Associated Disorder (WAD). Het betreft een objectieve conclusie die geenszins suggestief van aard is. Van grensoverschrijdende interpretaties is evenmin sprake. De neuroloog heeft in haar conclusies de bevindingen van de Belgische collega betrokken en niet genegeerd. Dat haar uiteindelijk advies anders luidde, maakt haar advies niet grensoverschrijdend.

5.14 Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel e) Het opleggen van een communicatieverbod en handelen in strijd met de artikelen 7:454 BW en 7: 448 BW
5.15 Volgens klaagster zou de neuroloog zich aan haar zorgplicht hebben onttrokken door verdere communicatie te verbieden en klaagster te verwijzen naar een externe klachtenfunctionaris.

5.16 De neuroloog is juist heel ver gegaan in haar zorgplicht door de specialistenbrief op verzoek van klaagster meerdere malen aan te passen. Zij heeft daarmee veel tijd en aandacht besteed aan klaagster, die desondanks ontevreden bleef. Klaagster bleef vervolgens de neuroloog benaderen met verzoeken ondanks dat haar op een gegeven moment was uitgelegd dat verweerster daaraan niet zou voldoen.

5.17 Het college acht in een dergelijke situatie van onvrede verwijzing naar de klachtenfunctionaris het enig juiste advies en het verzoek om de neuroloog niet meer te benaderen, geenszins onredelijk. De artikelen 7:454 BW en 7:448 BW zijn hierop niet van toepassing en blijven buiten beschouwing.

5.18 Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel f) Geleden schade
5.19 Uit het voorgaande blijkt dat alle inhoudelijke klachten kennelijk ongegrond worden verklaard, zodat alleen daarom al een vergoeding van geleden schade niet aan de orde is. Bovendien is het in een tuchtrechtelijke procedure ook niet mogelijk om als gevolg van het handelen van verweerder een schadevergoeding te vorderen, omdat in artikel 48 Wet BIG de maatregelen die kunnen worden opgelegd limitatief zijn opgesomd, en schadevergoeding daar niet genoemd wordt. Dit verzoek van klaagster is dan ook niet ontvankelijk.

Slotsom
5.20 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klaagster in klachtonderdeel f) kennelijk niet-ontvankelijk is en dat de overige onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.

6. De beslissing
Het college:
- verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft klachtonderdeel f en
- verklaart de klacht voor het overige kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven op 30 juni 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
A.P. den Exter, lid-jurist, J.A. Carpay, J. Poelen en W.P. Vandertop, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door N.A.M. Sinjorgo, secretaris.