ECLI:NL:TGZRAMS:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9245
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:137 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 04-06-2026 |
| Datum publicatie: | 04-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/9245 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een onbekend gebleven zorgverlener. De klacht gaat over de overplaatsing van klager naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum en de oplegging van een zorgmachtiging. Nu klager, op wie de verantwoordelijkheid rust om de naam van de beklaagde te verstrekken, de identiteit van de beklaagde niet heeft kunnen achterhalen en gelet op deze informatie, is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Bij gebrek aan nadere informatie over de psycholoog die het zou betreffen, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit geval niet van het tuchtcollege gevergd kunnen worden. |
A2025/9245
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Voorzittersbeslissing van 4 juni 2026 naar aanleiding van de klacht van:
A,
verblijvende in de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) B, klager,
gemachtigde: mr. D.L. Vlielander, werkzaam in Utrecht,
tegen
een onbekend gebleven zorgverlener.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg ‘s-Hertogenbosch
op 17 juli 2025;
- het aanvullend klaagschrift met de bijlagen;
- de brief van de gemachtigde van klager, binnengekomen op 23 december 2025, met
als bijlage een mailwisseling met de Penitentiaire Inrichting (PI) D, locatie E,
- de e-mail van de PI van 16 februari 2026;
- de e-mail van de gemachtigde van klager van 18 maart 2026.
2. De overwegingen
2.1 De voorzitter moet beoordelen of klager in zijn klacht kan worden ontvangen.
De voorzitter is
van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. ‘Kennelijk’
betekent dat het
niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de
klacht niet
inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende van
belang.
2.2 De klacht gaat – verkort en zakelijk weergegeven – over de overplaatsing van
klager naar het
Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) in F en de oplegging van een zorgmachtiging.
2.3 De voorzitter overweegt dat een klaagschrift moet voldoen aan een aantal wettelijke
eisen. Op
grond van artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
(Wet BIG) en
artikel 4 lid 1 sub c van het Tuchtrechtbesluit BIG moet een klaagschrift onder
meer de naam van de
beklaagde bevatten. Meer specifiek behoort het tot de processuele verantwoordelijkheid
van klager om bij het indienen van een tuchtklacht de naam van de zorgverlener aan
het tuchtcollege te verstrekken. Alleen wanneer aannemelijk is dat klager de naam
niet kan verstrekken, maar wel andere concrete en bruikbare aanknopingspunten heeft
aangedragen omtrent de identiteit van de zorgverlener, kan voor het tuchtcollege
een
inspanningsverplichting ontstaan om zelf te proberen de naam te achterhalen. Omdat
het uitgangspunt
blijft dat klager de naam van de zorgverlener verstrekt, dient de inspanningsverplichting
van het
tuchtcollege beperkt te worden opgevat.
2.4 In dit geval is door (de gemachtigde van) klager getracht de naam van de zorgverlener,
door
klager omschreven als psycholoog “G”, bij de PI te achterhalen. Het Regionaal Tuchtcollege
voor de
Gezondheidszorg ‘s-Hertogenbosch, waar de klacht aanvankelijk was ingediend, heeft
eveneens contact
opgenomen met de PI. Uit de informatie van de PI is gebleken dat er geen psycholoog
werkzaam is en
was bij de PI met deze naam en dat het niet duidelijk is welke medewerker wordt
bedoeld.
2.5 Nu klager, op wie de verantwoordelijkheid rust om de naam van de beklaagde te
verstrekken, de
identiteit van de beklaagde niet heeft kunnen achterhalen en gelet op deze informatie,
is klager
kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Bij gebrek aan nadere informatie over
de psycholoog die
het zou betreffen, is de voorzitter van oordeel dat verdere inspanningen in dit
geval niet van het
tuchtcollege gevergd kunnen worden.
2.6 De voorzitter maakt klager erop attent dat hij, indien gewenst, opnieuw een
klacht bij het
college kan indienen, maar dat dan van belang is dat duidelijk wordt vermeld tegen
welke
BIG-geregistreerde zorgverlener de klacht zich richt, wat de zorgverlener precies
wordt verweten en
wanneer het verweten handelen of nalaten heeft plaatsgevonden.
3. De beslissing
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
Deze beslissing is gegeven op 4 juni 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door M.A. Valé, secretaris.