ECLI:NL:TGZRAMS:2026:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8666

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:10
Datum uitspraak: 13-01-2026
Datum publicatie: 13-01-2026
Zaaknummer(s): A2025/8666
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen:
  • Niet-ontvankelijk
  • Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klager verwijt de psychiater dat hij meerdere malen opgenomen is geweest zonder psychische diagnose. Ook verwijt klager de psychiater dat hij op onjuiste gronden een zorgmachtiging heeft aangevraagd, dat hij een valse verklaring heeft afgelegd en dat hij een telefonisch gesprek heeft afgekapt. Klager is in de klacht over de onterechte opname niet ontvankelijk omdat dit klachtonderdeel onvoldoende concreet is. De overige klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond omdat het niet kan worden vastgesteld of omdat de psychiater niet betrokken was bij het handelen waarover geklaagd wordt.

A2025/8666
Beslissing van 13 januari 2026

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 13 januari 2026 op de klacht van:

A,
wonende te B,
klager,

tegen

C,
psychiater,
destijds werkzaam te B,
verweerder, hierna ook: de psychiater,
gemachtigde: mr. D, werkzaam te B.

1. De zaak in het kort
1.1 Klager is opgenomen geweest in de ggz-instelling waar de psychiater werkzaam was. Klager verwijt de psychiater dat hij meerdere malen opgenomen is geweest zonder psychische diagnose. Ook verwijt klager de psychiater dat hij op onjuiste gronden een zorgmachtiging heeft aangevraagd, dat hij een valse verklaring heeft afgelegd en dat hij een telefonisch gesprek heeft afgekapt. De psychiater voert verweer.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat klager niet kan worden ontvangen in zijn klacht over de onterechte opnames omdat dit klachtonderdeel jegens de psychiater onvoldoende concreet is. De klacht is voor het overige kennelijk ongegrond. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 27 juni 2025;
- het aanvullende klaagschrift;
- het verweerschrift met de bijlagen.

2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De feiten
3.1 Klager is op 8 november 2023 opgenomen met een crisismaatregel in de spoedkliniek waar verweerder als psychiater werkzaam was. De crisismaatregel is op 13 november 2023 voortgezet.

3.2 Op 9 december 2023 ontving klager bezoek van twee personen van zijn kerk. Dit bezoek escaleerde. De twee bezoekers steunden klager in zijn visie dat hij onterecht was opgenomen en geen medicatie nodig had.

3.3 De volgende dag had de psychiater dienst en werd hij verzocht om klager psychiatrisch te beoordelen en om te beoordelen of de inzet van verplichte zorg noodzakelijk was. De reden van het consult was de escalerende situatie van de dag ervoor. Tijdens dit gesprek heeft klager, met goedkeuring van de psychiater, zijn kerkvader ingebeld. In het dossier staat over dit consult het volgende genoteerd (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):


(…) “gesprek met pt, hij belt kerkvader in (…)
HA/kerkvader vindt dat medicatie niet natuurlijk is, en dus volgens de bijbel niet moet. hij zegt dat hij pt heeft geadviseerd het te nemen om situaties waarin veel vpk hem dwingen te voorkomen. hij vindt als ik mijn besluit om het beozke en contact te beperken deel, dat ik doe alsof ik god ben. (…)
In dit gesprek met kerkvader niet gelukt om nader tot elkaar te komen omdat de kerkvader zijn afwijzing van psychiatrische behandeling blijft herhalen (hij moedigt pt wel aan tot nemen van medicatie, maar om machtsgebruik door vpk te voorkomen, er is wat kerkvader betreft geen interne reden tot het nemen van medicatie voor pt).”
(…)

3.4 Naar aanleiding van het consult heeft de psychiater twee beslissingen genomen. De beslissing tot het inzetten van tijdelijke verplichte zorg en de beslissing tot het verlenen van verplichte zorg.
In de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg is het volgende opgenomen:


U heeft bezoek gekregen van leden van uw kerk. Deze mensen vertellen u dat u de medicatie tegen psychose niet moet nemen en versterken uw opvatting dat u naar de kliniek “ontvoerd” bent en onterecht wordt vastgehouden. Hierdoor gaat de toediening van medicatie moeilijker en u belt ook 112 rondom de toediening. Het bezoek en u hebben zich dusdanig imponerend opgesteld naar het verpleegkundig personeel, dat ze u naar buiten hebben gelaten om een onveilige situatie op de afdeling te voorkomen. Dit terwijl het personeel al vermoedde dat u zich aan onze behandeling zou onttrekken. U bent inderdaad pas laat in de avond teruggekomen.
Om herhaling te voorkomen beperken wij bij deze uw toegang tot bezoek, leden van uw kerk zijn niet welkom op de afdeling, in ieder geval tot een gesprek tussen leden van uw kerk en uw behandelaren heeft plaatsgevonden.

In de beslissing tot het verlenen van verplichte zorg is het volgende opgenomen:

Deze verplichte zorg is nodig i.v.m. gedrag dat als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel:
U belt 112 en u belt met leden van uw kerk die vinden dat u geen medicatie zou moeten gebruiken en niet opgenomen zou moeten zijn. Dat gaat namelijk tegen hun interpretatie van de bijbel in.
U ontkent uw psychische kwetsbaarheid. Hoewel u onderkent dat u psychotisch kunt worden, ontkent u het risico op terugval, dat gezien uw recente opname met een psychose kort na het staken van medicatie zeer groot is (…)
U wilt uw telefoon gebruiken en geen afspraken over beperken van het gebruik; als wij uw telefoongebruik reguleren, hebben wij beter zicht op de invloed van kerkgenoten op uw gedrag. Ook kunt u geen 112 meer bellen.”

3.5 De psychiater heeft na het consult van 10 december 2023 geen betrokkenheid meer gehad bij klager.

4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 Klager verwijt de psychiater dat:
a) hij achtmaal onterecht opgenomen is geweest zonder psychische diagnose;
b) hij op onjuiste gronden een zorgmachtiging heeft ingediend;
c) hij een valse verklaring heeft afgelegd;
d) hij een telefonisch gesprek heeft afgekapt.

4.2 De psychiater heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.


5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de psychiater de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

Klachtonderdeel a) opgesloten zonder psychische diagnose
5.2 Klager stelt dat hij ‘onder verantwoordelijkheid van diverse zorgverleners binnen de ggz-instelling’ inmiddels acht keer onterecht en gedwongen is opgenomen. Telkens onder de kwalificatie van een vermeend psychotisch toestandsbeeld dat nooit met objectieve medische gronden is onderbouwd, aldus klager.

5.3 Klager heeft hiermee geen duidelijke omschrijving gegeven van het handelen of nalaten van de psychiater waarop zijn klacht betrekking heeft. Per brief van 22 juli 2025 heeft de secretaris klager gevraagd zijn klacht te verduidelijken en hem gevraagd te laten weten wat precies de klacht is die hij heeft over de psychiater, wat er is gebeurd en wanneer dit is gebeurd. Uit de aanvulling van de klacht die klager vervolgens heeft ingediend volgt geen concretisering van het verwijt jegens de psychiater over de meerdere onterechte opnames.

5.4 Het is dus niet duidelijk wat de psychiater wat betreft dit klachtonderdeel wordt verweten. Dit betekent dat de klacht voor wat betreft dit onderdeel niet voldoet aan de daaraan in de wet gestelde eisen volgend uit artikel 65 lid 2 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en artikel 4 lid 1 van het Tuchtrechtbesluit BIG.

5.5 Klager is daarom niet ontvankelijk voor wat betreft klachtonderdeel a.

Klachtonderdelen b), c) en d) het incident
5.6 Klager stelt dat er een incident heeft plaatsgevonden waarin hij de psychiater wees op een onjuiste verklaring in een beschikking waarin onterecht stond vermeld dat er met de contactpersoon van klager zou zijn overlegd over het toedienen van dwangmedicatie. Volgens klager heeft hij op dat moment de betreffende persoon gebeld om de kwestie te verifiëren, waarbij de psychiater het gesprek afkapte. Enkele dagen later diende de psychiater onterecht een zorgmachtiging in, aldus klager.

5.7 Het college overweegt als volgt. Onduidelijk is welke beschikking met (onjuiste) verklaring klager bedoelt. Klager heeft dit niet nader toegelicht of onderbouwd. De psychiater heeft gesteld en met het medisch dossier onderbouwd dat hij alleen voor het consult op 10 december 2023 bij klager betrokken is geweest. Tijdens dit consult is de kerkvader (contactpersoon) van klager ingebeld. Dat de psychiater dit gesprek zou hebben afgekapt wordt door de psychiater betwist en kan het college dan ook niet vaststellen. Het college was immers niet aanwezig bij dit gesprek. Het voorgaande betekent dat niet kan worden vastgesteld dat de psychiater een valse verklaring heeft afgelegd en ook niet dat hij het telefoongesprek heeft afgekapt. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond.

5.8 De psychiater heeft betwist dat door hem een zorgmachtiging is aangevraagd. Het consult van 10 december 2023 is de enige betrokkenheid van de psychiater bij de behandeling van klager geweest en was in het kader van een op 13 november 2023 voortgezette crisismaatregel. Mogelijk is kort na 10 december 2023 een zorgmachtiging met betrekking tot klager aangevraagd (aangezien een voortgezette crisismaatregel een beperkte geldigheidsduur heeft) maar er zijn geen aanwijzingen dat de psychiater hierbij betrokken is geweest. Ook dit klachtonderdeel treft daarom geen doel. Voor zover klager heeft bedoeld te klagen over de door de psychiater genomen beslissingen (tijdelijk) verplichte zorg, overweegt het college dat de psychiater deze beslissingen zorgvuldig heeft gemotiveerd. De beperkende maatregelen zijn niet ongebruikelijk en zij waren doelmatig en proportioneel.

Slotsom
5.9 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klager niet-ontvankelijk is in klachtonderdeel a) en de klachtonderdelen b), c) en d) ongegrond zijn.

6. De beslissing
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk voor wat betreft klachtonderdeel a en de klacht is voor het overige kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 13 januari 2026 door W.A.H. Melissen, voorzitter, A.C.M. Kleinsman en A.E. van ‘t Hoog, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.