ECLI:NL:TGZCTG:2026:80 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3134
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:80 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 13-04-2026 |
| Datum publicatie: | 13-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2026/3134 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Herziening, terugverwijzing naar Regionaal Tuchtcollege |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat klaagster het griffierecht niet (op tijd) had betaald. Het Centraal Tuchtcollege heeft vastgesteld dat het griffierecht wel tijdig is voldaan. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst de zaak terug. |
D E V O O R Z I T T E R V A N H E T C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3134 van:
A.,
wonende in B.,
appellante, klaagster in eerste aanleg,
hierna: klaagster,
gemachtigde: mr. I van Baaren,
tegen:
C.,
reumatoloog,
werkzaam in D.,
verweerster,
hierna: de reumatoloog.
1. Verloop van de procedure
Klaagster heeft op 13 november 2025 bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Amsterdam een klacht ingediend tegen de reumatoloog. Bij voorzittersbeslissing
van 6 januari 2026, met nummer A2025/9253, heeft de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege
klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht omdat klaagster het griffierecht
niet (op tijd) had betaald.
2. De beoordeling van het beroep
2.1 Klaagster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter van
het Regionaal Tuchtcollege. Klaagster stelt in beroep dat zij het griffierecht wel
op tijd heeft betaald. Bij het beroepschrift zit een bewijs van een betaling van 21
november 2025.
2.2 Uit navraag door de secretaris van het Centraal Tuchtcollege is gebleken dat het Regionaal Tuchtcollege nadat de beslissing tot niet-ontvankelijkheid was genomen, heeft geconstateerd dat de betaling van het griffierecht wel is ontvangen. Omdat de vordering was aangemaakt op naam van de gemachtigde van klaagster en klaagster de betaling zelf heeft gedaan en bij de betaling geen vorderingsnummer was vermeld, kon het Regionaal Tuchtcollege de betaling niet koppelen aan een openstaande vordering. Daarom is de betaling teruggestort naar de rekening waarvan deze afkomstig was.
2.3 Op basis van het bovenstaande stelt het Centraal Tuchtcollege vast dat het griffierecht tijdig is voldaan. Dit betekent dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege klaagster ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar klacht.
2.4 De voorzitter van het Centraal tuchtcollege zal daarom de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege vernietigen en de zaak terugwijzen naar het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam, zodat dat college de zaak na (opnieuw) betaling van het griffierecht kan behandelen en beoordelen.
3. De beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
vernietigt de beslissing waarvan beroep;
wijst de zaak ter verdere behandeling en beoordeling terug naar het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam;
gelast dat VWS-Financieel Dienstencentrum aan klager het betaalde griffierecht ten bedrage van € 50,00 (zegge: vijftig euro) voor de behandeling van het beroep vergoedt.
Aldus genomen op 31 maart 2026 en ondertekend door mr. Z.J. Oosting, voorzitter, bijgestaan
door
mr. K.M. ten Pas, secretaris.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.
Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van
het afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de
Gezondheidszorg.