ECLI:NL:TGZCTG:2026:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3132 VZ

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:49
Datum uitspraak: 26-03-2026
Datum publicatie: 26-03-2026
Zaaknummer(s): C2026/3132 VZ
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat de klacht zich richt tegen een zorgverlener die niet staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

D E  V O O R Z I T T E R  V A N  H E T  C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3132 van:

A., wonende te B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager, 
gemachtigde: de heer C., 

tegen

D., (destijds) werkzaam te B, 
verweerster in beide instanties.

1.    Verloop van de procedure in beroep 
1.1    Klager heeft op 18 februari 2025 bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam tegen verweerster een klacht ingediend. Bij beslissing van 6 november 2025, onder nummer A2025/8179, heeft het Regionaal Tuchtcollege klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Klager heeft beroep ingesteld tegen die beslissing. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage aan deze beslissing gehecht. 

2.    Beoordeling van het beroep
2.1    De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep beoordeeld op basis van de volgende stukken:
-     het beroepschrift, ontvangen op 18 december 2025; 
-    de stukken uit het dossier van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam met nummer A2025/8179;
-     de e-mail van het BIG-register d.d. 21 februari 2025.

2.2    Voordat kan worden beoordeeld of verweerster ter zake van de haar verweten gedraging een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, moet worden vastgesteld dat verweerster is onderworpen aan het tuchtrecht ingevolge de Wet BIG.  Het Regionaal Tuchtcollege heeft terecht geoordeeld dat dit niet het geval is. Verweerster is/was werkzaam als ergotherapeut. Uit artikel 47 lid 1 Wet BIG volgt dat aan tuchtrechtspraak is onderworpen degene die in een der in het tweede lid vermelde hoedanigheden in het BIG-register ingeschreven staat, dit zijn die van: arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige, physician assistant, orthopedagoog-generalist en klinisch technoloog. Ergotherapeuten staan dus niet ingeschreven in het BIG-register. 

2.3    Uit een e-mail van het BIG-register aan het Regionaal Tuchtcollege van 21 februari 2025 blijkt ook dat verweerster niet in dat register staat ingeschreven. Dit betekent dat het niet mogelijk is om een tuchtklacht tegen haar in behandeling te nemen. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is op basis van het bovenstaande van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege van 
6 november 2025. Zij zal het beroep daarom afwijzen.

3.    Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

                wijst het beroep af.

Aldus genomen op 23 maart 2026 en ondertekend door Z.J. Oosting, voorzitter, bijgestaan door C.J.M. Manders, secretaris. 
        

Voorzitter w.g.                            Secretaris  w.g.


Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
 

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG 
AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 6 november 2025 naar aanleiding van de klacht van:

A., wonende te B.,
klager,
gemachtigden: C., zoon van klager, en E.,

tegen

D.,  
(destijds) werkzaam te B.,
verweerster. 

1.    De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-    het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 18 februari 2025;
-    de brief van de gemachtigde van klager, met bijlagen, binnengekomen op 2 mei 2025; 
-    de e-mail van de heer F., ontvangen op 3 juni 2025
-    de brief van de gemachtigde van klager, met bijlagen, binnengekomen op 8 juli 2025.

2.    De overwegingen
2.1    De zoon van klager heeft namens klager een tuchtklacht ingediend tegen vier medewerkers van zorgaanbieder G., locatie H.: een centrum voor verpleeghuiszorg waar klager ten tijde van het indienen van de klacht verbleef. Verweerster is/was daar werkzaam als ergotherapeut.  

2.2    De voorzitter moet beoordelen of klager in zijn klacht kan worden ontvangen. De voorzitter is van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Voor die beslissing is het volgende van belang.

2.3    Bij het tuchtcollege kan alleen worden geklaagd over handelen of nalaten door BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaren. Na onderzoek door het tuchtcollege is gebleken dat degene tegen wie de klacht is gericht niet is ingeschreven in het BIG-register. 

2.4    Dat betekent dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn klacht en dat de klacht dus niet inhoudelijk kan worden behandeld. ‘Kennelijk’ wil zeggen dat er geen nader onderzoek naar de klacht nodig is.

3.    De beslissing
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

Deze beslissing is gegeven op 6 november 2025 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter, bijgestaan door E.A. Weiland, secretaris.
Secretaris  w.g.                                voorzitter  w.g.


Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

a.    Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als 
- de voorzitter of het college u geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of 
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard. 
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

b.    Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.

c.    Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.

U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG), maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (RTG) te Amsterdam. Het beroepschrift moet zijn ontvangen binnen zes weken nadat het RTG de beslissing aan u heeft verstuurd. 

Vanwege mogelijke vertraging bij de bezorging van post, kunt u uw beroep ook per e-mail indienen. Dan weet u zeker dat het RTG uw beroep op tijd ontvangt. U stuurt dan binnen die zes weken uw e-mail naar TG-Amsterdam@minvws.nl. U moet het originele beroepschrift nog wel per post nasturen.

U hoeft bij uw brief of e-mail niet meteen de reden(en) van uw beroep op te geven. U ontvangt van het CTG bericht over de extra tijd die u krijgt om die redenen later toe te sturen.

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.