ECLI:NL:TGZCTG:2026:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3142 VZ
| ECLI: | ECLI:NL:TGZCTG:2026:148 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-07-2026 |
| Datum publicatie: | 14-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | C2026/3142 VZ |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een huisarts. De huisarts is werkzaam bij een grote huisartsenpraktijk. Klaagster heeft een klacht ingediend tegen vier huisartsen van deze praktijk. Klaagster is niet tevreden over de zorgverlening door de praktijk. De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat het klaagschrift van klaagster niet voldoet aan de wettelijk vereisten. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. |
D E V O O R Z I T T E R V A N H E T C E N T R A A L T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg
Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3142 van:
A.,
wonende in B.,
appellante, klaagster in eerste aanleg,
hierna: klaagster,
tegen
C.,
huisarts,
werkzaam in B.,
verweerder in beide instanties,
hierna: de huisarts.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 De huisarts is werkzaam bij een grote huisartsenpraktijk. Klaagster heeft
een klacht ingediend tegen vier huisartsen van deze praktijk. Klaagster is niet tevreden
over de zorgverlening door de praktijk.
1.2 De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat het klaagschrift van klaagster niet voldoet aan de wettelijk vereisten. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.
2. Verloop van de procedure in beroep
2.1 Klaagster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter van
het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam van 13 januari 2026
met nummer A2025/8999. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage
aan deze beslissing gehecht.
2.2 De voorzitter heeft kennisgenomen van het procesdossier in eerste aanleg, het beroepschrift, het aanvullend beroepschrift en het verweerschrift.
3. De feiten
3.1 Bij de beoordeling van het beroep gaat de voorzitter uit van de volgende
feiten.
3.2 Klaagster en haar dochter zijn sinds 2020 patiënt bij Huisartsenpraktijk B. De huisarts was samen met twee andere huisartsen uit de praktijk betrokken bij de zorgverlening aan klaagster.
3.3 De huisarts heeft klaagster op 26 januari 2024 gezien op het spreekuur voor een SOA onderzoek. Klaagster gaf toen aan bang te zijn voor inkijk door het raam van de spreekkamer. De huisarts heeft vastgesteld dat inkijk niet mogelijk was en dit aan klaagster uitgelegd.
3.5 Op 21 maart 2024 heeft de huisarts klaagster nog een keer gezien. Klaagster heeft toen haar onvrede over de praktijk geuit en aangegeven dat zij een andere huisarts wil gaan zoeken.
3.6 Op 22 maart 2024 heeft een collega van de huisarts klaagster na contact met de crisisdienst aangemeld bij het FACT-team.
3.5 In november 2025 heeft klaagster haar dochter en zichzelf uitgeschreven bij de praktijk.
4. De klacht
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege begrijpt uit het klaagschrift dat klaagster
de huisarts verwijt dat zij geen gehoor heeft gegeven aan haar verzoek om de luxaflex
te sluiten en daarmee haar privacy heeft geschonden.
5. De beoordeling
5.1 De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster
niet-ontvankelijk verklaard.
5.2 De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de klacht van klaagster voldoende duidelijk is.
5.3 Privacy is van groot belang in de huisartsenpraktijk. Huisartsenpraktijken zijn in de regel zo ingericht dat gesprekken tussen de huisarts en de patiënten niet te horen zijn door derden en er geen zicht is op de onderzoeksbank.
5.4 De huisarts heeft toegelicht dat inkijk vanaf de straatzijde onmogelijk was omdat de behandelkamer waar het onderzoek plaatsvond zich op de eerste etage bevindt, grenzend aan een privédakterras met een halfhoge betonnen muur en dat de lamellen naar boven gekanteld waren.
5.5 Het is de voorzitter niet duidelijk geworden waarom klaagster meent dat desalniettemin haar privacy is geschonden tijdens de afspraak met de huisarts. Klaagster heeft haar bezwaren tegen de vier uitspraken die het Regionaal Tuchtcollege heeft gedaan in de vier aanhangige tuchtzaken opgenomen in een beroepschrift en een aanvullend beroepschrift. In deze stukken heeft klaagster niets vermeld over haar contact met de huisarts en haar verwijt in eerste aanleg over de schending van haar privacy. Zij heeft op geen enkele manier onderbouwd dat de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege in deze zaak niet correct is. Dit alles bij elkaar maakt dat de voorzitter van het Centraal Tuchtcollege van oordeel is dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege klaagster terecht niet ontvankelijk heeft verklaard in haar klacht jegens de huisarts.
5.6 Op basis van het bovenstaande komt de voorzitter tot het oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege. Het beroep wordt daarom afgewezen.
6. Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
wijst het beroep af.
Aldus gewezen op 8 juli 2026 en ondertekend door Z.J. Oosting, voorzitter, bijgestaan
door K.M. ten Pas, secretaris.
Voorzitter w.g. Secretaris w.g.
Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van
het afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de
Gezondheidszorg.