ECLI:NL:TGZCTG:2026:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3225 VZ

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:147
Datum uitspraak: 08-07-2026
Datum publicatie: 14-07-2026
Zaaknummer(s): C2026/3225 VZ
Onderwerp: Onvoldoende informatie
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een forensisch milieuonderzoeker. De voorzitter van Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht omdat het op basis van de wet niet mogelijk is om een tuchtklacht te behandelen tegen een zorgverlener die niet is opgenomen in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.

D E  V O O R Z I T T E R  V A N  H E T  C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2026/3225 van:

A.,
verblijvende te B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager,


tegen


C.,
(destijds) werkzaam in het D. te E.,
verweerster in beide instanties.

1.    Verloop van de procedure in beroep 
1.1    Klager heeft op 10 december 2025 bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam tegen verweerster een klacht ingediend. Bij beslissing van 4 maart 2026, onder nummer A2025/9416, heeft de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Klager heeft op tijd beroep ingesteld tegen die beslissing. 

2.    Beoordeling van het beroep
2.1    De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep beoordeeld op basis van de volgende stukken:

-    het beroepschrift, ontvangen op 8 april 2026 en het aanvullend beroepschrift, ontvangen op 26 mei 2026;
-    de stukken uit het dossier van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam met nummer A2025/9416.

2.2    Voordat kan worden beoordeeld of verweerster ter zake van de haar verweten gedraging een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, moet worden beoordeeld of zij is onderworpen aan het tuchtrecht ingevolge de Wet BIG. Het Regionaal Tuchtcollege heeft terecht geoordeeld dat dit niet het geval is. Verweerster is/was werkzaam als forensisch milieuonderzoeker. Uit artikel 47 lid 1 Wet BIG volgt dat aan tuchtrechtspraak is onderworpen degene die in een der in het tweede lid vermelde hoedanigheden in het BIG-register ingeschreven staat, dit zijn die van: arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige, verpleegkundige, physician assistant, orthopedagoog-generalist en klinisch technoloog. Forensisch milieuonderzoekers staan dus niet ingeschreven in het BIG-register. 

2.3    De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is op basis van het bovenstaande van oordeel dat de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege terecht en op goede gronden klager niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn klacht omdat het op basis van de wet niet mogelijk is om een tuchtklacht te behandelen tegen een zorgverlener die niet is opgenomen in het BIG-register. Dit leidt ertoe dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan de beslissing van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege van 4 maart 2026. De voorzitter zal het beroep daarom afwijzen.

3.    Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

                wijst het beroep af.

Aldus genomen op 8 juli 2026 en ondertekend door Z.J. Oosting, voorzitter, bijgestaan door K.M. ten Pas, secretaris. 
Voorzitter w.g. Secretaris  w.g.

Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.