ECLI:NL:TGZCTG:2026:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2948 VZ

ECLI: ECLI:NL:TGZCTG:2026:14
Datum uitspraak: 19-01-2026
Datum publicatie: 19-01-2026
Zaaknummer(s): C2025/2948 VZ
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: .

D E  V O O R Z I T T E R  V A N  H E T  C E N T R A A L  T U C H T C O L L E G E
voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2948 van:

A., verblijvende te B.,
appellant, klager in eerste aanleg,
hierna: klager, 

tegen

C., GZ-psycholoog, werkzaam in D.,
verweerster in beide instanties,
hierna: de GZ-psycholoog
gemachtigde: mr. S.F. Tiems, werkzaam in Leiden.

1.    Waar gaat de zaak over?
1.1    De GZ-psycholoog is werkzaam bij een instelling forensische ambulante zorg, klinische zorg en reclassering verleent. Klager is bij die instelling onder behandeling geweest en de GZ-psycholoog was zijn behandelaar. De behandeling is door de GZ-psycholoog gestaakt in verband met ernstige bedreigingen die zij van klager ontving. Ondanks een contactverbod is de GZ-psycholoog ernstige bedreigingen blijven ontvangen, ook tijdens deze procedure. 

1.2    Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht wegens misbruik van procesrecht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.

2.    Verloop van de procedure in beroep 
2.1    Klager heeft beroep ingesteld tegen de beslissing het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle van 16 juli 2025 met nummer H2024/7222 (ECLI:NL:TGZRSHE:2025:81). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage aan deze beslissing gehecht. 

2.2    De voorzitter heeft kennisgenomen van het procesdossier in eerste aanleg, het beroepschrift en het aanvullend beroepschrift. 

3.    De beoordeling van het beroep
3.1    Het Regionaal Tuchtcollege heeft overwogen dat klager zijn klacht enkel heeft willen indienen met als doel het contactverbod te omzeilen en bedreigingen te kunnen uiten aan het adres van de GZ-psycholoog. Dit is een ander doel dan het bewaken en verbeteren van de gezondheidszorg. Nu klager het tuchtrecht heeft gebruikt met een volstrekt ander doel dan waarvoor het is ingesteld, komt het Regionaal Tuchtcollege tot de slotsom dat sprake is van misbruik van procesrecht door klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.

3.2    Klager is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Klager is van mening dat de strafbare feiten die hij heeft gepleegd tegen de GZ-psycholoog geen reden mogen zijn om een klacht met voldoende bewijsvoering niet-ontvankelijk te verklaren. 

3.3    In het aanvullend beroepschrift noemt klager de GZ-psycholoog bij herhaling “een seksverslaafde psycholoog met borderline” en “gore slet” en verwijt hij haar ontucht vanuit een machtspositie en aanranding, terwijl klager die forse aantijgingen op geen enkele manier onderbouwt. Daarnaast uit klager in het aanvullend beroepschrift wederom bedreigingen tegen de GZ-psycholoog en haar gezin. Zo schrijft klager: “Zij heeft liever twee dode kinderen met BIG dan twee kids zonder BIG”,  “dit type seksverslaafden roepen het over zichzelf af”, “Als zij niet zo een gore slet was zat ik niet vast (..) en zou haar familie niet in angst leven” en “Als het tuchtcollege hier geen consequenties aan hangt doe ik dat zelf.” 

3.4    De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege constateert dat klager gedurende een lange periode in grove bewoordingen forse beschuldigingen jegens de GZ-psycholoog heeft geuit terwijl hij deze aantijgingen niet met feiten heeft onderbouwd en het dossier hier ook geen aanknopingspunten voor biedt. Verder is er sprake van ernstige bedreigingen. Zo heeft klager bijvoorbeeld vlak voor de zitting bij het Regionaal Tuchtcollege een brief aan het college gestuurd met een minutieus stappenplan hoe de kinderen van de GZ-psycholoog gemarteld zouden worden en hoe de GZ-psycholoog zou moeten toekijken waarna zij levend in brand zou worden gestoken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft in onderdeel 3 van de beslissing van 16 juli 2025 ook een aantal voorbeelden van laster en bedreigingen opgenomen en tijdens de mondelinge behandeling bij het Regionaal Tuchtcollege heeft klager zich zodanig bedreigend uitgelaten over de GZ-psycholoog en haar gezin dat hij als ordemaatregel is verwijderd uit de (digitale) zittingszaal. 
In het aanvullend beroepschrift heeft klager zijn onheuse gedragingen voortgezet. De voorzitter is op basis van de hiervoor omschreven gedragingen van klager van oordeel dat het Regionaal Tuchtcollege op goede gronden heeft geoordeeld dat er sprake is van misbruik van recht door klager. De voorzitter is het met het Regionaal Tuchtcollege eens dat het klachtrecht een groot goed is dat slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mag worden beperkt. Naar het oordeel van de voorzitter is in deze zaak sprake van zo’n uitzonderlijke situatie gelet op de handelwijze van klager zowel voorafgaand als tijdens de tuchtprocedure. Dit betekent dat de voorzitter het beroep zal afwijzen. 
 
3.5    Het beroep kan niet leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wordt daarom afgewezen.     

4.    Beslissing
De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

wijst het beroep af.

Aldus gewezen op 30 december 2025 en ondertekend door Z.J. Oosting voorzitter, bijgestaan door de secretaris. 
Voorzitter w.g.    Secretaris  w.g.


Tegen deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk verzet doen bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.