We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGDKG:2026:63 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/760472 / DW RK 24/417 EdV/WdJ

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:63
Datum uitspraak: 29-06-2026
Datum publicatie: 30-06-2026
Zaaknummer(s): C/13/760472 / DW RK 24/417 EdV/WdJ
Onderwerp:
  • Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
  • Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich over het gelegde bewijsbeslag. Dit is al in een eerdere klachtenprocedure aan de orde geweest. Verder stelt klaagster dat de gerechtsdeurwaarder vanaf september 2023 gerechtelijke documenten niet rechtmatig heeft betekend, met als gevolg dat de dwangsommen inmiddels zijn verbeurd. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 29 juni 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 29 oktober 2024 met zaaknummer C/13/752847 DW RK 24/232 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/760472 / DW RK 24/417 EdV/WdJ ingesteld door:

[  ],

gevestigd te [  ],

klaagster,

gemachtigde: [  ],

tegen:

[  ],

gerechtsdeurwaarder te [  ],

beklaagde.

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlage, ingekomen op 24 juni 2024, heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 2 september 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 29 oktober 2024 heeft de voorzitter de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en gedeeltelijk als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van

31 oktober 2024 aan klaagster toegezonden. Bij e-mail met bijlage, ingekomen op

13 november 2024, heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Klaagster heeft haar verzet aangevuld bij e-mails met bijlage(n), ingekomen op 28 november 2024 en 7 mei 2026. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 mei 2026 alwaar de gemachtigde van klaagster en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 29 juni 2026.

2. De ontvankelijkheid van het verzet

Klaagster heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat zij in het verzet kan worden ontvangen.

3. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           De gerechtsdeurwaarder is sinds 2018/2019 belast met de uitvoering van meerdere bewijsbeslagen en de executie van diverse vonnissen en arresten ten laste van klaagster.

4. De oorspronkelijke klacht

Klaagster beklaagt zich er - voor zover de voorzitter begrijpt - samengevat over dat:

a: de gerechtsdeurwaarder bewijsbeslag heeft gelegd zonder het overleggen van een rechtmatige grosse;

b: de gerechtsdeurwaarder vanaf 4 september 2023 niet rechtmatig heeft betekend en de gerechtsdeurwaarder hierdoor onrechtmatig bezittingen van klaagster executeert;

c: de gerechtsdeurwaarder tijdens het bewijsbeslag malware heeft laten aanbrengen in de auto en computers van klaagster en daarnaast afluisterapparatuur in de woning van klaagster heeft geplaatst.

5. De beslissing van de voorzitter

5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel b heeft de gerechtsdeurwaarder in zijn e-mail van

15 april 2024 aan onder meer [  ], bestuurder van klaagster, gesteld dat hij arresten heeft betekend op de in artikel 52, lid 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) genoemde wijze, nu betekening via het Amtsgericht in Duitsland niet mogelijk bleek en de SNG-portal geen hit heeft opgeleverd. Bedoeld zal zijn artikel 54 Rv, nu artikel 52 over iets anders handelt en geen leden kent. Daarbij heeft de gerechtsdeurwaarder kopieën overgelegd van een brief van de gemeente [  ] waaruit volgt dat [  ] niet bekend is op het door hem opgegeven adres en een e-mail van, naar de voorzitter begrijpt, de beheerder van het adres waarop [  ] woonachtig zou zijn in [  ] waaruit volgt dat hij daar niet bekend is. Bij deze stand van zaken handelt de gerechtsdeurwaarder op dit klachtonderdeel niet tuchtrechtelijk laakbaar door ervoor te kiezen de arresten te betekenen op grond van artikel 54, lid 2 Rv (openbaar) met daarnaast toezending van de arresten per e-mail.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdelen a en c wordt het volgende overwogen. Aan deze thans geformuleerde klachtonderdelen ligt hetzelfde feitencomplex ten grondslag, als aan de klachten die in eerdere procedures aan de orde is gesteld. Deze klachten zijn geregistreerd onder nummers C/13/720993 / DW RK 22/301, C/13/735515 /  DW RK 23/223 en C/13/735405 / DW RK 23/218. Nu klaagster geen (nieuwe) feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die maken dat deze klacht inhoudelijk een andere beoordeling behoeft zal de klacht op deze onderdelen niet-ontvankelijk worden verklaard. Dat er hoger beroep is ingesteld in de zaak C/13/720993 / DW RK 22/301 maakt het niet anders.

5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klaagster gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en gedeeltelijk als kennelijk ongegrond afgewezen.

6. De gronden van het verzet

6.1 In verzet heeft klaagster aangevoerd dat de voorzitter klachtonderdelen a en c ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ten aanzien van deze klachtonderdelen is in de zaak C/13/720993/DW RK 22/301 hoger beroep ingesteld. Deze zaak is bij beslissing van het gerechtshof te Amsterdam van 8 april 2025 ongegrond verklaard. Twee procedures ten aanzien van verzoekschriften tot het houden van een voorlopig getuigengehoor zijn inmiddels geëindigd. Klaagster is het niet eens met de uitspraken van de rechters van de rechtbank en gerechtshoven in Nederland en zal zich wenden tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en andere internationale instanties.

6.2 Ten aanzien van klachtonderdeel b stelt klaagster in verzet dat de gerechtsdeurwaarder vanaf 4 september 2023 alle gerechtelijke documenten niet rechtmatig heeft betekend, met als gevolg dat de dwangsommen inmiddels zijn verjaard. Ook zijn de gronden van klaagster illegaal geveild. De bestuurder van klaagster woont vanaf 4 september 2023 al meer dan een half jaar in Duitsland. Dit is bekend bij de gerechtsdeurwaarder. Alleen een Duitse gerechtsdeurwaarder of een Duitse advocaat is bevoegd om stukken aan klaagster te betekenen.

7. De beoordeling van de gronden van het verzet

7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door de gemachtigde van klaagster ter zitting aangevoerde maken dit niet anders. De kamer overweegt ten aanzien van klachtonderdelen a en c aanvullend dat in voornoemde hoger beroepsprocedure inmiddels arrest is gewezen, waarbij klaagster in het ongelijk is gesteld.

7.2 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

7.3 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

BESLISSING:

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. A.E. de Vos, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.K. Mireku en M.F.J. Pijnenburg, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

29 juni 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.