ECLI:NL:TGDKG:2026:62 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775797 / DW RK 25/356 EdV/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:62 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 29-06-2026 |
| Datum publicatie: | 30-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/775797 / DW RK 25/356 EdV/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Beslissing op verzet. Klager heeft kosten betaald voor juridisch advies. Dat het gegeven advies niet het door klager gewenste advies was, maakt niet dat het betaalde bedrag zou moeten worden terugbetaald. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens, verzet ongegrond. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 29 juni 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 16 september 2025 met zaaknummer C/13/770584 / DW RK 25/193 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/775797 / DW RK 25/356 EdV/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
voormalig gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
1. Ontstaan en verloop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 7 juni 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 11 augustus 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 16 september 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 17 september 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Klager heeft het verzet aangevuld bij e-mails met bijlagen, ingekomen op 7 oktober 2025, 5 januari 2026 en 4 februari 2026. Klager heeft de voorzitter alsmede de kamer voor de inhoudelijke behandeling van het verzetschrift ter zitting van 11 februari 2026 gewraakt. Bij beslissing van 3 maart 2026 heeft de wrakingskamer het verzoek tot wraking gericht tegen de voorzitter niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot wraking gericht tegen de tuchtrechters van de zitting van 11 februari 2026 als kennelijk ongegrond afgewezen. Het verzetschrift is vervolgens behandeld ter openbare terechtzitting van 18 mei 2026 alwaar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 29 juni 2026.
2. De ontvankelijkheid van het verzet
Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.
3. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij e-mail van 3 mei 2025 heeft klager de gerechtsdeurwaarder verzocht een dagvaarding uit te brengen.
- Bij e-mail van 6 mei 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder aangegeven dat hij geen (kort) eenvoudig antwoord op het verzoek van klager kan geven. De gerechtsdeurwaarder heeft aangeboden dat de jurist van het kantoor klager telefonisch advies kan geven en dat de kosten hiervoor € 99,- zijn.
- Hierop is tweemaal telefonisch contact met klager geweest.
- Bij e-mail van 31 mei 2025 heeft klager de gerechtsdeurwaarder verzocht om terugstorting van € 99,-.
- Bij e-mail van 2 juni 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder klager gemotiveerd geïnformeerd dat niet tot terugbetaling zal worden overgegaan.
4. De oorspronkelijke klacht
Klager beklaagt zich - voor zover de voorzitter begrijpt - samengevat over het volgende. Klager heeft een bedrag aan de gerechtsdeurwaarder betaald voor advies dat hij van een advocaat zou krijgen. Klager heeft echter vaag advies gekregen en dat advies was niet afkomstig van een advocaat. Klager heeft hierop verzocht om terugbetaling van de betaalde bedrag, wat de gerechtsdeurwaarder weigert.
5. De beslissing van de voorzitter
5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:
4.2 De voorzitter overweegt dat het in beginsel niet aan de kamer is om te oordelen over de kosten die een gerechtsdeurwaarder in rekening brengt voor het geven van advies. Indien klager het met de in rekening gebrachte kosten niet eens is dient hij hiervoor een civiele procedure op te starten.
5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.
6. De beoordeling van de gronden van het verzet
6.1 Klager heeft ter zitting toegelicht dat hij wilde dat de gerechtsdeurwaarder een dagvaarding aan zijn voormalige advocaat zou betekenen. De gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting aangegeven dat de zaak van klager niet duidelijk was en dat daarom aan klager is aangeboden om een jurist naar zijn hulpvraag te laten kijken. Uit de overgelegde producties blijkt dat klager bij e-mail van 6 mei 2025 akkoord is gegaan met een telefonisch advies, na betaling van de kosten ad € 99,-. Dat het gegeven advies niet het door klager gewenste advies was, maakt niet dat het betaalde bedrag zou moeten worden terugbetaald.
6.2 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door klager ter zitting aangevoerde maken dit niet anders.
6.3 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
6.4 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
BESLISSING:
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. A.E. de Vos, plaatsvervangend-voorzitter,
mr. A.K. Mireku en M.F.J. Pijnenburg, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juni 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.