ECLI:NL:TGDKG:2026:61 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762492 / DW RK 25/8 BB/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:61 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 03-06-2026 |
| Datum publicatie: | 03-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/762492 / DW RK 25/8 BB/WdJ |
| Onderwerp: | Ambtshandelingen (art. 2 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door een tweetal arbitrale vonnissen ten uitvoer te leggen. Verzet ongegrond. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 3 juni 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 24 december 2024 met zaaknummer C/13/757621 / DW RK 24/353 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/762492 / DW RK 25/8 BB/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
gemachtigde: [ ] (zoon klager),
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
1. Ontstaan en verloop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 7 oktober 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 25 november 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 24 december 2024 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van 27 december 2024 aan klager toegezonden. Bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 10 januari 2026, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Klager heeft zijn verzet aangevuld bij e-mails met bijlagen, ingekomen op 11 april 2026. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van
22 april 2026 alwaar klager met zijn gemachtigde is verschenen en de gerechtsdeurwaarder de zitting digitaal heeft bijgewoond. De uitspraak is bepaald op 3 juni 2026.
2. De ontvankelijkheid van het verzet
Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.
3. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij exploot van 6 mei 2021 is een tweetal arbitrale vonnissen van 15 april 2021 aan klager betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.
- Bij exploot van 5 oktober 2021 zijn verbeurde dwangsommen aan klager aangezegd.
- Op 5 oktober 2021 heeft de gerechtsdeurwaarder executoriaal derdenbeslag gelegd onder de ABN AMRO Bank ten laste van klager.
- Op 7 oktober 2021 is executoriaal derdenbeslag gelegd onder [ ] ten laste van klager.
- Bij e-mail van 7 oktober 2021 heeft de advocaat van klager de gerechtsdeurwaarder verzocht de gelegde beslagen op te heffen.
- Bij e-mail van 21 oktober 2021 heeft de opdrachtgever aangegeven dat er geen reden is om af te zien van de beslaglegging of deze ongedaan te maken.
4. De oorspronkelijke klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder onzorgvuldig heeft gehandeld en eenzijdig de opdrachtgever heeft gevolgd.
5. De beslissing van de voorzitter
5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:
4.2 De voorzitter overweegt dat op een gerechtsdeurwaarder een ministerieplicht rust indien hem wordt verzocht een titel te executeren. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de twee arbitrale vonnissen van
15 april 2021 ten uitvoer te leggen. De gerechtsdeurwaarder heeft de bezwaren van klager tegen de tenuitvoerlegging van de titels voorgelegd aan de opdrachtgever. De opdrachtgever heeft geen aanleiding gezien om de gelegde beslagen op te heffen. Klager heeft vervolgens een executiegeschil opgestart. De voorzieningenrechter te Groningen heeft bij vonnis van
26 november 2021 geoordeeld dat de dwangsommen op goede gronden konden worden geïncasseerd. De vorderingen van klager zijn afgewezen en klager is tevens veroordeeld in de proceskosten. Er kan de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.
5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.
6. De gronden van het verzet
In verzet heeft klager - kort samengevat - aangevoerd dat hij aan beide arbitragevonnissen van 15 april 2021 heeft voldaan. De gerechtsdeurwaarder heeft desondanks beslag op al zijn bankrekeningen gelegd en heeft, hoewel het banksaldo voldoende verhaal bood, tevens beslag gelegd onder het pensioenfonds van klager.
Buiten de dwangsommen is ook beslag gelegd voor een bedrag van € 1.683 aan proceskosten, terwijl klager deze kosten heeft betaald.
7. De beoordeling van de gronden van het verzet
7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De kamer betrekt hierbij dat een gerechtsdeurwaarder gelet op zijn ministerieplicht verplicht is om ambtshandelingen te verrichten indien daarom wordt verzocht. Een gerechtsdeurwaarder mag er hierbij op vertrouwen dat de informatie die hij aangeleverd heeft gekregen van zijn opdrachtgever juist is. Hoewel het voor de hand had gelegen om het resultaat van het bankbeslag af te wachten alvorens tevens beslag onder het pensioenfonds van klager te leggen, kan de gerechtsdeurwaarder hier geen tuchtrechtelijk verwijt voor worden gemaakt.
7.2 De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door klager ter zitting aangevoerde maken dit niet anders.
7.3 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
7.4 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
BESLISSING:
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. B. Brokkaar, plaatsvervangend-voorzitter, mr. J.H.J. Evers en mr. H.A. Roos, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.