We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TGDKG:2026:54 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773653 / DW RK 25/275 MK/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:54
Datum uitspraak: 29-05-2026
Datum publicatie: 03-06-2026
Zaaknummer(s): C/13/773653 / DW RK 25/275 MK/SM
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht ongegrond. Klager beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder onbevoegd beslag zou hebben heeft gelegd omdat hij niet over de grosse zou beschikken. Nu klager, tegenover de gemotiveerde betwisting van de gerechtsdeurwaarder, geen nadere onderbouwing van zijn stelling heeft ingebracht stuit de klacht daarop af. Bovendien had het op de weg van klager gelegen zijn twijfels over de (bevoegdheid van de) tenuitvoerlegging aan de gewone executierechter voor te leggen.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 29 mei 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/773653 / DW RK 25/275 MK/SM ingesteld door:

[   ],

wonende te [   ],

klager,

tegen:

[   ],

gerechtsdeurwaarder te [   ],

beklaagde,

gemachtigde: [   ].

Ontstaan en verloop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 5 augustus 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 7 maart 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 17 april 2026 alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 29 mei 2026.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

  • Bij vonnis van 8 augustus 2018 is klager veroordeeld om een bedrag te voldoen aan Stichting [   ] (hierna: de eisende partij).
  • Het vonnis is aan klager betekend met bevel om aan de inhoud ervan te voldoen.
  • Op 14 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder executoriaal beslag gelegd op een voertuig van klager.
  • Het executoriaal beslag is op 15 april 2025 aan klager betekend met aankondiging van de executieverkoop op 20 mei 2025.
  • Klager heeft op 16 mei 2025 een bedrag van € 1.000 voldaan en een betalingsregeling getroffen waarna de executieverkoop is opgeschort.

2. De klacht

Klager beklaagt zich er, naar de kamer begrijpt, over dat de gerechtsdeurwaarder:

  1. onbevoegd beslag heeft gelegd omdat hij niet over de grosse beschikt;
  2. er geen opdracht is gegeven tot beslag en weigert inzage te geven in de opdracht tussen hem en de eisende partij;
  3. niet bereikbaar is en weigert inhoudelijk te communiceren;
  4. klager buiten proportionele schade heeft berokkend.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens die wet en de Wet kwaliteit incassodienstverlening gegeven bepaling en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a. overweegt de kamer als volgt. Klager is bij vonnis van 8 augustus 2018 veroordeeld tot betaling van een vordering. Bij exploot van 30 augustus 2018 is de titel betekend (met bevel) aan klager aan de Prinses Margrietstraat 36 te Swalmen, het toenmalige adres van klager. Op 14 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder executoriaal beslag gelegd op een voertuig van klager en dit beslag is op 15 april 2025 aan klager betekend met aankondiging van de executieverkoop op 20 mei 2025.

4.3 Klager heeft aanleiding gezien om na de beslaglegging op 14 april 2025 op

1 augustus 2025 contact op te nemen met de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Aan klager is medegedeeld dat de grosse (destijds) is toegezonden aan de advocaat van de eisende partij. Verder heeft klager, naar aanleiding van zijn uitvraag, begrepen dat geen tweede grosse is verstuurd aan de gerechtsdeurwaarder.

4.4 De grosse wordt op grond van artikel 231 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verstrekt aan de partij die tot tenuitvoerlegging over kan gaan of aan diens gemachtigde. Als die partij tot tenuitvoerlegging over wil gaan, dan overhandigt die partij de grosse aan de gerechtsdeurwaarder. Dit is nodig omdat de tenuitvoerlegging van een titel, bij uitsluiting van anderen, op grond van artikel 434 Rv aan de gerechtsdeurwaarder wordt gelaten. Het overhandigen van de grosse aan de gerechtsdeurwaarder wordt door de rechtbank niet geregistreerd. Wel geregistreerd wordt als een tweede of verdere grosse door de rechtbank wordt uitgegeven, bijvoorbeeld als de grosse kwijt is geraakt of als executie ook buiten Nederland plaats moet vinden. Daarvan is hier geen sprake.  

4.5 Ter zitting heeft de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder desgevraagd verklaard dat het kantoor van de gerechtsdeurwaarder houder is van de grosse van het vonnis en dat die wordt bewaard in het centraal archief. Daarbij heeft de gerechtsdeurwaarder in zijn akten verklaard te handelen uit hoofde van de grosse van het vonnis en die ambtsedige verklaring levert daar dwingend bewijs van op. De kamer ziet geen aanleiding om aan die verklaringen te twijfelen.

4.6 Klager had verdere twijfels over de (bevoegdheid van de) tenuitvoerlegging aan de gewone executierechter voor kunnen leggen. De tuchtrechter is daarvoor niet de aangewezen weg.

4.7 Ten aanzien van klachtonderdeel b. overweegt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder niet gehouden is om inzage te geven in de wijze waarop de opdracht aan hem is verleend. Dat de gerechtsdeurwaarder in dit geval geen opdracht heeft gekregen heeft klager niet onderbouwd en blijkt ook nergens uit. Net als bij het vorige klachtonderdeel had klager ook hier al zijn twijfels over de (bevoegdheid van de) tenuitvoerlegging aan de gewone executierechter voor kunnen leggen. De tuchtrechter is daarvoor niet de aangewezen weg.

4.8 Ten aanzien van klachtonderdeel c. overweegt de kamer als volgt. De gerechtsdeurwaarder heeft het standpunt van klager dat de gerechtsdeurwaarder herhaaldelijk niet bereikbaar is en weigert inhoudelijk te communiceren gemotiveerd betwist. Nu klager zijn standpunt niet nader heeft onderbouwd kan niet worden vastgesteld wie hier het gelijk aan zijn zijde heeft. Enig klachtwaardig handelen kan op dit punt niet worden vastgesteld.

4.9 Ten aanzien van klachtonderdeel d. overweegt de kamer dat klager ook ter zitting zijn stelling niet nader heeft kunnen onderbouwen, wat maakt dat er onvoldoende is aangevoerd om tuchtrechtelijk laakbaar handelen van de gerechtsdeurwaarder op dit onderdeel vast te stellen. De klacht stuit hierop af.

4.10 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, mr. S.N. Schipper en

mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

29 mei 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.