ECLI:NL:TGDKG:2026:51 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775092 DW RK 25/325 HE/SM

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:51
Datum uitspraak: 08-05-2026
Datum publicatie: 03-06-2026
Zaaknummer(s): C/13/775092 DW RK 25/325 HE/SM
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klacht gegrond. Maatregel: waarschuwing. Niet voortvarend gereageerd op correspondentie met betrekking tot vaststelling van de beslagvrije voet. Gelet op het beoogde doel en het beschermende karakter van de beslagvrije voet is een lange reactietijd van deze duur (een maand) tuchtrechtelijk laakbaar.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 8 mei 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/775092 DW RK 25/325 HE/SM ingesteld door:

[   ],

wonende te [   ],

klaagster,

tegen:

[   ],

gerechtsdeurwaarder te [   ],

beklaagde.

Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 3 september 2025, heeft klaagster een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 20 november 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 27 maart 2026 alwaar klaagster is verschenen. De gerechtsdeurwaarders is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De uitspraak is bepaald op 8 mei 2026.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

  • op 21 april 2023 is beslag gelegd op de uitkering van klaagster, waarbij de beslagvrije voet is vastgesteld op grond van informatie uit de polisadministratie van het Uitkeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV);
  • op 19 juni 2025 heeft de sociaal raadsman van klaagster de gerechtsdeurwaarder verzocht de beslagvrije voet met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2023 aan te passen;
  • op 21 juli 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder de beslagvrije voet herberekend met terugwerkende kracht tot een jaar.
  • op 22 juli 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder het UWV verzocht de beslagvrije voet aan te passen. De gerechtsdeurwaarder heeft nadien geen inhoudingen meer ontvangen; 
  • op 25 juli 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder € 960,93 aan klaagster terugbetaald.

2. De klacht

Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder:

  1. de beslagvrije voet verkeerd heeft berekend;
  2. meerdere keren om opheldering is gevraagd, maar dat hij niet of nauwelijks reageert. 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht in het verweerschrift gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a, waarin klaagster stelt dat de beslagvrije voet verkeerd is berekend, overweegt de kamer dat deze (tuchtrechtelijke) procedure zich niet leent voor een beoordeling of een vaststelling van (de hoogte van) de beslagvrije voet. Een oordeel daarover is voorbehouden aan de civiele rechter.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b wordt overwogen dat de gerechtsdeurwaarder in zijn verweerschrift niet is ingegaan op de stelling (en verder onweersproken heeft gelaten) dat niet of nauwelijks is gereageerd op verzoeken om opheldering van klaagster . Op grond van vaste jurisprudentie moet een gerechtsdeurwaarder binnen een redelijke termijn van twee weken reageren op correspondentie. Uit de beschreven feiten en omstandigheden blijkt dat de gerechtsdeurwaarder pas op 21 juli 2025, en dus meer dan een maand later, heeft gereageerd op de brief (van de sociaal raadsman) van 19 juni 2025. Gelet op het beoogde doel en het beschermende karakter van de beslagvrije voet is een reactietijd van deze duur tuchtrechtelijk laakbaar. Het is immers een kerntaak van de gerechtsdeurwaarder, waarvan niet adequate uitvoering direct impact kan hebben op het levensonderhoud van een beslagene. Klaagster heeft ter zitting aangevoerd dat de uitgestelde rectificatie haar in verschillende aspecten van haar leven heeft getroffen. Dat de gerechtsdeurwaarder uiteindelijk met de terugbetaling van een jaar verder is gegaan dan waartoe hij gehouden was, doet niet af aan de omstandigheid dat niet voortvarend is opgetreden. Dit klachtonderdeel is dan ook terecht voorgesteld.

maatregel

4.4 De kamer verklaart de klacht, gelet op het voorgaande, gedeeltelijk gegrond en acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. Gelet hierop ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarder, naast de opgelegde maatregel, te veroordelen in de kosten van de procedure. Omdat de klacht gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder wel aan klaagster het betaalde griffierecht van € 50 te vergoeden.

4.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart klachtonderdeel b. gegrond;
  • verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
  • legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van een waarschuwing op;
  • bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klaagster het betaalde griffierecht ad € 50 zal vergoeden, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.

Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, en mr. M.C.M. Hamer en R. Elshof, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 mei 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.