ECLI:NL:TGDKG:2026:50 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/775787 / DW RK 25/355 HE/SM
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:50 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-05-2026 |
| Datum publicatie: | 03-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/775787 / DW RK 25/355 HE/SM |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Beslissing op verzet. Verzet ongegrond. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte een aansprakelijkheidstelling tevens stuitingsbrief aan klager heeft betekend zonder eerst kennis te hebben genomen van de inhoud van de brief. De kamer heeft opgemerkt dat de gerechtsdeurwaarder niet verantwoordelijk is voor de inhoud van de (te betekenen) brief. De gerechtsdeurwaarder is slechts gehouden om de inhoud van die brief marginaal te toetsen, in die zin dat de inhoud voldoet aan de algemene fatsoensnormen. Nu klager geen nieuwe gezichtspunten heeft aangevoerd die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt dan vervat in de beslissing van de voorzitter, dient het verzet dient ongegrond te worden verklaard. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 8 mei 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 2 september 2025 met zaaknummer C/13/771509 DW RK 25/220 BB/WdJ van en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/775787 / DW RK 25/355 HE/SM ingesteld door:
[ ],
verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
gemachtigde: [ ].
1. Ontstaan en verloop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 27 juni 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 21 juli 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 2 september 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij brief, ingekomen op
18 september 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 27 maart 2025 alwaar klager ter zitting is verschenen. De gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder was aanwezig via een videoverbinding. De uitspraak is bepaald op 8 mei 2026.
2. De ontvankelijkheid van het verzet
2.1 Het verzet dient op grond van de wet te worden ingediend binnen veertien dagen na verzending van de brief met de beslissing van de voorzitter. De beslissing is verzonden op 2 september 2025. De termijn begon daarmee te lopen op 3 september 2025 en eindigde op 16 september 2025. Het verzet is ingekomen op 18 september 2025, dus buiten de termijn van veertien dagen, zodat klager om die reden in het verzet niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden.
2.2 De kamer overweegt dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Klager heeft aangevoerd dat uitgaande post in de penitentiaire inrichting waar klager verblijft, niet altijd direct wordt verwerkt voor onmiddellijke verzending. Klager heeft wat de kamer betreft hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat de te late ontvangst van zijn verzetschrift buiten zijn schuld om heeft plaatsgevonden. Klager zal daarom in het verzet worden ontvangen.
3. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij exploot van 7 juli 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder een aansprakelijkheidsstelling tevens stuitingsbrief van 6 juli 2023 aan klager betekend.
4. De oorspronkelijke klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte een aansprakelijkheidstelling tevens stuitingsbrief aan klager heeft betekend.
5. De beslissing van de voorzitter
5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:
4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. Omdat de in de aanhef van deze beslissing genoemde gerechtsdeurwaarder de gewraakte brief aan klager heeft betekend, wordt deze gerechtsdeurwaarder als beklaagde aangemerkt. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gdw.
4.2 Op grond van het bepaalde in artikel 37 lid 2 van de Gdw wordt, indien de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de gerechtsdeurwaarder waarop de klacht betrekking heeft, de klacht door de voorzitter niet-ontvankelijk verklaard. Nu de klacht binnen drie jaar na het exploot van 7 juli 2023 is ingediend, dient de klacht ontvankelijk te worden verklaard. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder dat de klacht niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de klacht bijna twee jaar na de gewraakte betekening is ingediend, faalt dan ook.
4.3 Een gerechtsdeurwaarder is op grond van artikel 2 lid 1 onder b van de Gdw belast met het doen van exploten. Het exploot is de authentieke akte, opgemaakt door de gerechtsdeurwaarder, waarin in dit geval verslag is gedaan van het officieel betekenen (afleveren) van de brief van 6 juli 2023, inhoudende een aansprakelijkheidstelling tevens stuitingsbrief, opdat de ontvangst daarvan kan worden bewezen. Van tuchtrechtelijk laakbaar handelen is hierbij niet gebleken.
5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.
6. De gronden van het verzet
In verzet heeft klager – zo begrijpt de kamer – aangevoerd dat de gerechtsdeurwaarder een onrechtmatige daad heeft gepleegd. Klager verwijst daartoe naar gevoerde civiele procedures die door hem zouden zijn gewonnen. Hierdoor zouden er geen schade of claims op hem kunnen worden verhaald. Met het betekenen van het exploot van 7 juli 2023 – en daar betaling voor te hebben ontvangen van zijn opdrachtgever zonder kennis te hebben genomen van de inhoud – maakt de gerechtsdeurwaarder zich schuldig aan onrechtmatige verrijking, bedreiging, chantage en misbruik van omstandigheden.
7. De beoordeling van de gronden van het verzet
7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. Het in verzet aangevoerde betreft een herhaling van hetgeen klager heeft aangevoerd in de oorspronkelijke klacht en levert derhalve geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
7.2 De kamer merkt nog op dat de gerechtsdeurwaarder niet verantwoordelijk is voor de inhoud van de (te betekenen) brief. De gerechtsdeurwaarder is slechts gehouden om de inhoud van die brief marginaal te toetsen, in die zin dat de inhoud voldoet aan de algemene fatsoensnormen.
7.3 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
BESLISSING:
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, en mr. M.C.M. Hamer en R. Elshof, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 mei 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.