ECLI:NL:TGDKG:2026:5 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762852 / DW RK 25/17 EdV/WdJ

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:5
Datum uitspraak: 12-01-2026
Datum publicatie: 12-01-2026
Zaaknummer(s): C/13/762852 / DW RK 25/17 EdV/WdJ
Onderwerp: Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Niet gereageerd op e-mailberichten/brieven. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 12 januari 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/762852 / DW RK 25/17 EdV/WdJ ingesteld door:

[  ], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van [  ],

kantoorhoudende te [  ],

klager.

tegen:

[  ],

gerechtsdeurwaarder te [  ],

beklaagde,

gemachtigde: [  ].

1. Ontstaan en loop van de procedure

Bij brief met bijlagen, ingekomen op 20 januari 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Klager heeft zijn klacht aangevuld bij brief met bijlagen, ingekomen op 31 januari 2025. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 27 februari 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij brieven met bijlage(n) van 15 en 21 oktober 2025 heeft klager zijn klacht aangevuld. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van

 november 2025 alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 12 januari 2026.

2. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           Bij e-mail van 18 maart 2024 heeft klager zich als bewindvoerder van

[  ] (hierna: [  ]) bekendgemaakt en verzocht om toezending van schuldopgaven.

-           Bij e-mail van 29 maart 2024 heeft klager de gerechtsdeurwaarder geïnformeerd dat [  ] is aangemeld bij de afdeling schuldhulpverlening.

-           Bij e-mail van 8 april 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder een schuldopgave in dossiernummer 2435127 verstrekt.

-           Bij e-mail van 23 april 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder een schuldopgave in dossiernummer 2234828 verstrekt.

-           Bij e-mail van 23 april 2024 heeft klager de gerechtsdeurwaarder geïnformeerd dat de vordering van dossiernummer 2234828 niet kan worden betaald en is doorgestuurd naar de schuldhulpverlening.

-           Op 6 juni 2024 is [  ] toegelaten tot de schuldhulpverlening.

-           Bij separate brieven van 3 september 2024 heeft de schuldhulpverlening een betaalvoorstel gedaan in dossiernummers 2234828 en 2435127. Bij e-mails van 8 oktober 2024 zijn de verzoeken van 3 september 2024 bij de gerechtsdeurwaarder in herinnering gebracht.

-           Bij brief van 15 oktober 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder klager verzocht de vordering inzake dossiernummer 2234828 te voldoen.

-           Hierop heeft klager bij e-mail van 24 oktober 2024 gereageerd.

-           Bij brief van 29 oktober 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder het verzoek om betaling van 15 oktober 2024 herhaald.

-           Bij e-mail van 30 oktober 2024 heeft klager hierop gereageerd,

-           Op 14 januari 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder klager geïnformeerd dat beide dossiers van [  ] zijn gesloten. Hiervan is klager noch de schuldhulpverlening eerder op de hoogte gesteld.

3. De klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder weigert te reageren op brieven/e-mailberichten van de bewindvoerder en (betalings)voorstellen van de schuldhulpverlener. Daardoor is onnodige vertraging veroorzaakt in de procedure van de minnelijke schuldhulpverlening voor [  ] waardoor nog steeds geen minnelijk akkoord is bereikt.

4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

5.2 De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat vanwege een systeemfout niet is gereageerd op de door klager en schuldhulpverlening verstuurde

e-mailberichten/brieven. Ook erkent de gerechtsdeurwaarder dat er onjuiste mededelingen zijn gedaan door medewerkers tijdens telefonische communicatie en dat er onvoldoende opvolging is geweest van de dossiers. De klacht is terecht voorgesteld.

5.3 De kamer verklaart de klacht gelet op voorgaande gegrond en acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. De kamer betrekt hierbij dat de systeemfout inmiddels is geïdentificeerd en gecorrigeerd, met de betreffende medewerkers is gesproken om problemen in de toekomst te voorkomen en excuses zijn aangeboden aan klager en de schuldhulpverlening. Dat recent wederom een fout is gemaakt in de beantwoording van een e-mailbericht in een ander dossier waarin klager als bewindvoerder optreed, is volgens de gerechtsdeurwaarder te wijten aan een menselijke fout. De kamer ziet geen reden om hieraan te twijfelen.

5.4 Bij deze stand van zaken ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarder te veroordelen in de kosten die ten laste van de kamer komen voor de behandeling van de klacht. Omdat de klacht gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder wel aan klager het betaalde griffierecht te vergoeden. De kamer zal de gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 43a lid 1 onder a van de Gerechtsdeurwaarderswet in combinatie met de Tijdelijke Richtlijn kostenveroordeling kamer voor gerechtsdeurwaarders (Staatscourant 1 februari 2018, nr. 5882) tevens veroordelen in de door klager (als ware een beroepsmatig rechtsbijstandverlener) gemaakte proceskosten. Deze kosten worden, conform de door klager gedane opgave, vastgesteld op € 199,65.

5.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht gegrond;
  • legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op;
  • veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klager, begroot op

€ 199,65, te betalen nadat de beslissing onherroepelijk is geworden;

  • bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht

ad € 50 vergoedt, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.

Aldus gegeven door mr. A.E. de Vos, plaatsvervangend-voorzitter, mr. B. Brokkaar en M.F.J. Pijnenburg, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

12 januari 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.