ECLI:NL:TGDKG:2026:42 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/749988 / DW RK 24/177 BB/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:42 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 01-04-2026 |
| Datum publicatie: | 07-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/749988 / DW RK 24/177 BB/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Er is niet adequaat op e-mailberichten en een telefonisch contact gereageerd. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 1 april 2025 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/749988 / DW RK 24/177 BB/WdJ ingesteld door:
[ ], werkzaam bij [ ],
in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [ ] (hierna: [a]) en [ ] (hierna: [b]),
gevestigd te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde,
gemachtigde: [ ].
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 25 april 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 30 mei 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 februari 2026 alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 1 april 2026.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij e-mail van 24 januari 2024 is de gerechtsdeurwaarder geïnformeerd dat
[ ], vennoot van [ ], is benoemd tot bewindvoerder van [a] en [b]. Hierbij is verzocht om informatie met betrekking tot het openstaande saldo in dossiernummers 142347989, 252366641 en 143661679. Tevens is verzocht om eventuele invorderingsmaatregelen op te schorten in afwachting van de reacties van alle schuldeisers.
- Bij vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 22 februari 2024 is
[b] in dossiernummer 142361679 veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag aan CAK.
- Bij exploot van 5 maart 2024 is het vonnis van 22 februari 2024 aan [b] betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.
- Op 5 maart 2024 heeft klager de e-mail van 24 januari 2024 gerappelleerd.
- Bij e-mail van 12 maart 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder [ ] geïnformeerd over het verschuldigde bedrag in dossiernummer 252366641.
- Op 19 april 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder executoriaal derdenbeslag gelegd onder de Sociale Verzekeringsbank ten laste van [b].
- Bij exploot van 23 april 2024 is het proces-verbaal van het gelegde beslag aan [b] betekend.
- Op 25 april 2024 heeft klager telefonisch contact met het gerechtsdeurwaarderskantoor opgenomen.
3. De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder:
a: niet inhoudelijk heeft gereageerd e-mailberichten van klager van 24 januari 2024 en 5 maart 2024;
b: executiemaatregelen heeft getroffen, zonder te reageren op de e-mails van klager;
c: weigert mee te werken aan een oplossing.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft alle klachtonderdelen erkend.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet, de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 Gdw.
5.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a heeft de gerechtsdeurwaarder erkend dat niet adequaat is gereageerd op de verzoeken van klager om een specificatie van de openstaande vorderingen. Dit klachtonderdeel is terecht voorgesteld. Dat één verkeerd dossiernummer is vermeld maakt niet dat niet op de e-mailberichten van
24 januari 2024 en 5 maart 2024 had moeten worden gereageerd.
5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b heeft de gerechtsdeurwaarder erkend dat ten onrechte beslag op het inkomen van [b] is gelegd, nu niet adequaat is gereageerd op de verzoeken om een specificatie van de openstaande vorderingen. Dit klachtonderdeel is dan ook terecht voorgesteld. Dat het beslag inmiddels is opgeheven en de ontvangen gelden zijn teruggestort, maakt niet dat de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het leggen van beslag is immers een zeer ingrijpend middel.
5.4 Ten aanzien van klachtonderdeel c heeft de gerechtsdeurwaarder erkend dat ten onrechte niet actief is meegedacht aan een oplossing. Op 25 april 2024 heeft klager telefonisch contact opgenomen met het gerechtsdeurwaarderskantoor. De betreffende medewerker was in de veronderstelling dat het derdenbeslag terecht was gelegd, omdat de e-mailberichten van 24 januari 2024 en 5 maart 2024 op dat moment niet zichtbaar waren in de betreffende dossiers. De gerechtsdeurwaarder stelt zich op het standpunt dat de medewerker de zaak achteraf beter “on hold” had kunnen zetten om een en ander nader te onderzoeken. Dit is ook met de betreffende medewerker besproken. De gerechtsdeurwaarder heeft hiervoor zijn excuses aangeboden.
5.5 De kamer verklaart de klacht gegrond en acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden, nu niet adequaat op e-mailberichten van (het kantoor van) klager en het telefonisch contact van klager op 25 april 2024 is gereageerd. Bij die stand van zaken ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarder te veroordelen in de kosten die ten laste van de kamer komen voor de behandeling van de klacht. Omdat de klacht gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder wel aan klager het betaalde griffierecht te vergoeden, alsmede de door klager gemaakte (forfaitair vast te stellen) kosten.
5.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klager, begroot op
€ 50; - bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht
ad € 50 vergoedt, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.
Aldus gegeven door mr. B. Brokkaar, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.K. Mireku en mr. H.A. Roos, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.