ECLI:NL:TGDKG:2026:41 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/751050 / DW RK 24/204 BB/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:41 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 01-04-2026 |
| Datum publicatie: | 07-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/751050 / DW RK 24/204 BB/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klacht jegens gerechtsdeurwaarder sub 1 ongegrond. Klacht die ziet op het uitblijven van verzoeken van klager om een opgave van de openstaande vordering, gegrond jegens gerechtsdeurwaarder sub 2. Klacht voor het overige ongegrond. De inhoud van de e-mail van 14 mei 2024 vraagt niet persé om een reactie. Gerechtsdeurwaarder sub 2 wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 1 april 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/751050 / DW RK 24/204 BB/WdJ ingesteld door:
[ ], werkzaam bij [ ], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van [ ] (hierna: [ ]),
gevestigd te [ ],
klager,
tegen:
1. [ ],
2. [ ],
gerechtsdeurwaarders te [ ],
beklaagden,
gemachtigden: [ ] en [ ].
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 22 mei 2024, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagden, hierna: de gerechtsdeurwaarders. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 1 juli 2024, hebben de gerechtsdeurwaarders op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025 alwaar klager en de gemachtigden van de gerechtsdeurwaarders zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 1 april 2026.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 21 december 2023 is
[ ], vennoot van [ ], benoemd tot bewindvoerder van [ ].
- Bij vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 11 januari 2024 is [ ] veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag aan [ ].
- Bij exploot van 1 februari 2024 is dit vonnis aan [ ] betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen. Het exploot is retour gezonden met de melding dat sprake was van bewind, met de adresgegevens van de bewindvoerder.
- Bij e-mails van 16 februari 2024 en 5 april 2024 heeft de bewindvoerder van
[ ] de gerechtsdeurwaarders verzocht om gegevens met betrekking tot een eventuele vordering door te geven.
- Bij e-mail van 15 maart 2024 is een opgave van de openstaande vordering aan de bewindvoerder van [ ] verstrekt.
- Bij exploot van 22 april 2024 is het vonnis van 11 januari 2024 aan de bewindvoerder van [ ] betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.
- Op 7 mei 2024 is executoriaal derdenbeslag ten laste van [ ] gelegd onder [ ].
- Bij exploot van 14 mei 2024 is het proces-verbaal van het gelegde beslag aan de bewindvoerder van [ ] betekend.
- Bij e-mail van 14 mei 2024 heeft klager gerefereerd naar de eerder verzonden e-mail van 5 april 2024 waarop hij stelt geen reactie te hebben ontvangen en heeft hij aangekondigd een klacht bij de kamer te zullen indienen.
3. De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarders:
a: niet reageren op herhaalde verzoeken om opgave van de openstaande vorderingen van de cliënt van klager;
b: het vonnis hebben betekend en loonbeslag hebben gelegd zonder dat op de verzoeken van klager is gereageerd;
c: niet hebben gereageerd op de e-mail van klager van 14 mei 2024.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarders
De gerechtsdeurwaarders hebben de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet (Gdw) aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet, de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening of in strijd met hetgeen een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van artikel 34 Gdw oplevert.
5.2 Uit de stukken en het verweerschrift blijkt onweersproken dat de werkzaamheden in dit dossier worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van gerechtsdeurwaarder sub 2. Gerechtsdeurwaarder sub 1 kan daarom geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt, zodat de klacht tegen deze gerechtsdeurwaarder ongegrond wordt verklaard.
5.3.1 Ten aanzien van klachtonderdelen a en b stelt de kamer voorop dat van een gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht dat hij e-mails met betrekking tot een bij hem in behandeling zijnde incasso binnen een redelijke termijn, te weten rond twee weken, beantwoordt. Bij e-mail van 16 februari 2024 heeft de bewindvoerder van [ ] verzocht om een opgave van de netto vordering van [ ] en heeft daarbij dossiernummer 19614548 e.v. genoemd. Hoewel de e-mail van 16 februari 2024 naar het juiste e-mailadres van het gerechtsdeurwaarderskantoor is verzonden, hebben de gemachtigden van gerechtsdeurwaarder sub 2 zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de e-mail nooit is ontvangen. Bij e-mail van 15 maart 2024 is een opgave van de vorderingen met betrekking tot dossiernummers 21601106 en 23599937 aan de bewindvoerder van [ ] verstrekt. De gemachtigden van gerechtsdeurwaarder
sub 2 hebben ter zitting verklaard dat dit niet was naar aanleiding van de e-mail van de bewindvoerder van 16 februari 2024, maar naar aanleiding van de retour gekomen betekening van 1 februari 2024, met de melding dat sprake was van bewind met de adresgegevens van de bewindvoerder. In de e-mail van 15 maart 2024 is tevens verzocht om nadere informatie en is aangegeven dat indien de gevraagde informatie niet vóór 29 maart 2024 is ontvangen, de zaak zal worden doorgezet.
5.3.2 Klager heeft ter zitting gesteld dat de e-mail van het gerechtsdeurwaarderskantoor van 15 maart 2024 nooit is ontvangen, ondanks dat de e-mail naar het juiste e-mailadres is verzonden. De bewindvoerder van [ ] heeft daarom zijn e-mail van 16 februari 2024 bij e-mail van 5 april 2024 gerappelleerd. De gemachtigden van gerechtsdeurwaarder sub 2 hebben ter zitting verklaard dat deze laatste e-mail in een onjuist dossier is gekoppeld, omdat in de e-mail dossiernummer 19614548 is genoemd, welk dossier reeds was gesloten. Omdat de
e-mail van de bewindvoerder van 5 april 2024 niet in het juiste dossier is gevoegd en gerechtsdeurwaarder sub 2 daarom niet op de hoogte was van het (tweede) verzoek van de bewindvoerder van [ ] om een saldo opgave, is het vonnis van 11 januari 2024 op 22 april 2024 aan de bewindvoerder betekend en is, na het uitblijven van een betaling dan wel een reactie, op 7 mei 2024 beslag op het inkomen van [ ] gelegd.
5.3.3 De kamer stelt vast dat niet adequaat is gereageerd op de e-mail van 5 april 2024. In de e-mail van 5 april 2024 staat weliswaar een dossiernummer van een dossier dat gesloten is, maar achter het dossiernummer staat “e.v.”, waaruit kan worden opgemaakt dat de e-mail betrekking heeft op meerdere dossiers. Van klager kan niet worden verwacht dat hij op de hoogte was van alle openstaande dossiernummers van [ ]. Het verzoek diende er juist toe om een overzicht te krijgen van alle lopende vorderingen. Klachtonderdelen a en b zijn terecht voorgesteld.
5.4 Ten aanzien van klachtonderdeel c overweegt de kamer dat klager in zijn
e-mail van 14 mei 2024 heeft aangekondigd een klacht bij de kamer te zullen indienen, omdat niet is gereageerd op de e-mail van 5 april 2024, maar wel de betekening van het loonbeslag is ontvangen. Hoewel het netter was geweest als (tijdig) op de e-mail van klager van 14 mei 2024 was gereageerd, is de inhoud van de e-mail slechts een mededeling en vraagt dit niet persé om een reactie. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk laakbaar handelen door gerechtsdeurwaarder sub 2 op dit klachtonderdeel.
5.5 De kamer verklaart de klacht die ziet op het uitblijven van de verzoeken van klager om een opgave van de openstaande vorderingen van de onder bewind gestelde gegrond jegens gerechtsdeurwaarder sub 2. Van deze gerechtsdeurwaarder had mogen worden verwacht verder te kijken dan alleen naar het in de verzoeken genoemde gesloten dossiernummer. Te meer nu achter het genoemde dossiernummer “e.v.” staat, waaruit kan worden opgemaakt dat er kennelijk meerdere dossiers bij het gerechtsdeurwaarderskantoor liepen. De kamer acht de maatregel van waarschuwing jegens gerechtsdeurwaarder sub 2 in dit geval passend en geboden. Bij deze stand van zaken ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarders te veroordelen in de kosten die ten laste van de kamer komen voor de behandeling van de klacht. Omdat de klacht (gedeeltelijk) gegrond is, dient gerechtsdeurwaarder sub 2 wel aan klager het betaalde griffierecht te vergoeden, alsmede de door klager gemaakte (forfaitair vast te stellen) kosten.
5.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht jegens gerechtsdeurwaarder sub 1 ongegrond;
- verklaart de klachtonderdelen a en b jegens gerechtsdeurwaarder sub 2 gegrond;
- verklaart de klacht jegens gerechtsdeurwaarder sub 2 voor het overige ongegrond;
- legt aan gerechtsdeurwaarder sub 2 ten aanzien van het gegronde deel van de klacht de maatregel van waarschuwing op;
- veroordeelt gerechtsdeurwaarder sub 2 in de proceskosten van klager, begroot op € 50, te betalen nadat de beslissing onherroepelijk is geworden;
- bepaalt dat gerechtsdeurwaarder sub 2 aan klager het betaalde griffierecht ad € 50 vergoedt, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.
Aldus gegeven door mr. B. Brokkaar, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.K. Mireku en mr. H.A. Roos, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.