ECLI:NL:TGDKG:2026:35 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767922 / DW RK 25/137 HE/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:35 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 25-03-2026 |
| Datum publicatie: | 26-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/767922 / DW RK 25/137 HE/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | De gerechtsdeurwaarder is niet voldoende zorgvuldig en nauwgezet in zijn dienstverlening geweest en heeft klaagster niet bijtijds geïnformeerd dat zij onvoldoende bewijs had aangeleverd om haar vordering te onderbouwen bij de kantonrechter. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing opgelegd. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 25 maart 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/767922 / DW RK 25/137 HE/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klaagster,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde,
gemachtigde: [ ].
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 18 april 2025, heeft klaagster een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 21 juli 2025, heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder gereageerd. Bij e-mail van 27 januari 2026 heeft de gerechtsdeurwaarder nadere stukken ingezonden. Klaagster heeft haar klacht aangevuld bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 3 februari 2026. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025, alwaar klaagster en de gerechtsdeurwaarder met zijn gemachtigde zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 25 maart 2026.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Op 2 mei 2024 heeft klaagster contact opgenomen met het kantoor van de gerechtsdeurwaarder teneinde een vordering van klaagster te innen.
- Vervolgens is veelvuldig schriftelijk en mondeling tussen klaagster en een medewerker van het gerechtsdeurwaarderskantoor gecommuniceerd.
- Bij e-mail van 26 juni 2025 is de opdracht aan klaagster bevestigd.
- Hierop is wederom over en weer schriftelijk en mondeling tussen klaagster en het gerechtsdeurwaarderskantoor gecommuniceerd.
- Op 25 juli 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder de dagvaarding opgesteld en uitgebracht.
- Bij e-mail van 9 september 2024 heeft klaagster een klacht bij het gerechtsdeurwaarderskantoor ingediend.
- Bij e-mail van 20 september 2024 is op de klacht van klaagster gereageerd, waarbij is erkend dat volstrekt inadequaat met het dossier van klaagster is omgegaan. Tevens zijn oprechte excuses aangeboden.
- Op 30 januari 2025 heeft de zitting bij de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam plaatsgevonden.
- Bij e-mail van 17 februari 2025 heeft klaagster de overeenkomst met het gerechtsdeurwaarderskantoor ontbonden en heeft zij het kantoor aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade.
- Bij e-mail van 25 februari 2025 is aan klaagster meegedeeld dat de aansprakelijkstelling is doorgeleid naar het managementteam en dat inhoudelijk op de brief van klaagster zal worden gereageerd zodra het vonnis in de zaak van klaagster is uitgesproken.
- Op 28 maart 2025 heeft de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam vonnis gewezen.
- Op 2 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder klaagster telefonisch aangeboden om de proceskosten te voldoen en een bedrag van € 2.000 aan klaagster te zullen betalen.
- Op 1 september 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder klaagster een aanbod van € 7.000 gedaan tegen finale kwijting. Hiermee is klaagster akkoord gegaan, maar zij heeft daarbij aangegeven de klacht bij de kamer te handhaven.
- Het overeengekomen bedrag is inmiddels aan klaagster overgemaakt.
3. De klacht
Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat zij op geen enkele manier fatsoenlijk, professioneel, deskundig of deugdelijk is bijgestaan door het gerechtsdeurwaarderskantoor. Er was sprake van het volgende:
a: onheuse bejegening door een medewerker van het gerechtsdeurwaarderskantoor;
b: vertraging in het oppakken van het dossier van klaagster;
c: de rechter noemde het proces dat het gerechtsdeurwaarderskantoor heeft gevolgd met betrekking tot de vordering ‘heierig’;
d: ondanks dat het gerechtsdeurwaarderskantoor had toegezegd dat klaagster een sterke zaak had én de verzekering van de manager van het kantoor dat klaagster voldoende bewijsstukken had aangeleverd, vertelde de rechter klaagster in de eerste tien minuten van de zaak dat klaagster haar schade helemaal niet onderbouwd had;
e: twee weken voor de zitting was nog geen jurist toegewezen aan het dossier, ondanks de toezegging dat de beste jurist op de zaak zou worden gezet en dat deze contact zou opnemen om de zitting van 30 januari 2025 voor te bereiden;
f: tijdens de zitting werd één vordering van klaagster met betrekking tot de energierekening ingewilligd door de rechter. Bij vonnis is de vordering alsnog niet toegewezen, omdat de gerechtsdeurwaarder de vordering heeft opgenomen als gevolgschade en niet als schade die tijdens het verblijf was ontstaan.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet (Gdw) zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet, de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 Gdw.
5.2 In artikel 3:4 van de Gerechtsdeurwaardersverordening (Verordening) is op genomen dat de gerechtsdeurwaarder zorgvuldig en nauwgezet in de uitoefening van het ambt is. In artikel 4:4 lid 1 van de Verordening staat dat de gerechtsdeurwaarder zorgvuldig en nauwgezet in zijn dienstverlening is.
5.3 Uit de overgelegde producties blijkt dat klaagster op 2 mei 2024 contact met het gerechtsdeurwaarderskantoor heeft opgenomen om schade op haar ex-huurder te verhalen. Vervolgens is veelvuldig contact geweest tussen klaagster en een medewerker van het gerechtsdeurwaarderskantoor. Pas op 26 mei 2024 is de opdracht van klaagster bevestigd. Bij e-mail van 31 mei 2024 is aan klaagster voorgehouden dat de bewijsstukken die zij heeft aangeleverd voldoende zijn voor de onderbouwing van de vordering. Uiteindelijk is pas op 25 juli 2024 een dagvaarding opgemaakt en verzonden. Nadat klaagster op 9 september 2024 een klacht bij het gerechtsdeurwaarderskantoor had ingediend over het verloop van het dossier, is op 20 september 2024 erkend dat volstrekt inadequaat is omgegaan met het dossier van klaagster. Tevens zijn aan klaagster excuses aangeboden. Een week voor de zitting bij de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam is een nieuwe jurist op de zaak van klaagster gezet, waarna klaagster is medegedeeld dat ze eigenlijk geen zaak heeft, omdat zij de schade niet voldoende heeft onderbouwd en ook dat haar dossier zeer slecht is samengesteld. Dit is bevestigd door de rechter tijdens de zitting op
30 januari 2025. Ter zitting heeft de gerechtsdeurwaarder erkend dat de beoordeling van de haalbaarheid van de vordering van klaagster beter getoetst had moeten worden.
5.4 Gelet op voorgaande overweegt de kamer dat niet gezegd kan worden dat de gerechtsdeurwaarder zorgvuldig en nauwgezet in zijn dienstverlening is geweest. Weliswaar is steeds op berichten van klaagster gereageerd, maar klaagster is niet bijtijds geïnformeerd dat zij onvoldoende bewijs had aangeleverd om haar vordering te onderbouwen. Dit werd haar namelijk pas een week voorafgaand aan de zitting bij de rechter meegedeeld. Verder is meermalen excuses aan klaagster aangeboden en is een bedrag van € 7.000 aan klaagster tegen finale kwijting betaald. Hiermee heeft de gerechtsdeurwaarder bevestigd dat de behandeling van het dossier van klaagster niet correct is geweest. Tijdens de behandeling van de klacht door de kamer heeft de gerechtsdeurwaarder weinig blijk gegeven van reflectie op en erkenning van zijn handelen.
5.5 De kamer verklaart de klacht gelet op voorgaande gegrond en acht de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. Bij die stand van zaken ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarder te veroordelen in de kosten die ten laste van de kamer komen voor de behandeling van de klacht. Omdat de klacht gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder wel aan klaagster het betaalde griffierecht te vergoeden, alsmede de door klaagster gemaakte (forfaitair vast te stellen) kosten.
5.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op;
- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klaagster, begroot op
€ 50, te betalen nadat de beslissing onherroepelijk is geworden; - bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klaagster het betaalde griffierecht
ad € 50 vergoedt, nadat de beslissing onherroepelijk is geworden.
Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter,
mr. M.C.M. Hamer en mr. O.J. Boeder, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.