ECLI:NL:TGDKG:2026:26 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/769353 / DW RK 25/165 MK/RH

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:26
Datum uitspraak: 25-02-2026
Datum publicatie: 27-02-2026
Zaaknummer(s): C/13/769353 / DW RK 25/165 MK/RH
Onderwerp: Incassotraject
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Een gerechtsdeurwaarder kan als incassodienst betaling van een vordering van zijn opdrachtgever proberen te verkrijgen als onderdeel van een zogenaamd minnelijk traject. Maar als hij daarbij ook zijn eigen kosten vordert is het zaak helder te zijn in welke hoedanigheid hij dan handelt. Dat is in dit geval niet gebeurd.Klager klaagt terecht over de aan hem verstuurde e-mail. Dit betreft een standaard mail die niet aansluit op de daaraan voorafgaande berichten van klager. De verwijzing naar Nederlandse staatsburgers, juridische soevereiniteit en een aansprakelijkstelling is in deze context ongepast en tuchtrechtelijk laakbaar. Het valt de gerechtsdeurwaarder aan te rekenen dat een helder verwoorde klacht niet als zodanig is herkend maar pas na een rappel. Dat is tuchtrechtelijk laakbaar, omdat er geen misverstand over kon bestaan dat met de brief (ook) een klacht was ingediend. De verwijzing naar de Elektriciteitswet terwijl even verderop wordt vastgesteld dat het om een aansluiting voor gas gaat, betreft een slordigheid en is niet tuchtrechtelijk laakbaar. Wel wordt de maatregel van berisping opgelegd vanwege combinatie van verschillende gegronde klachten.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 25 februari 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/769353 / DW RK 25/165 MK/RH ingesteld door:

[..],

wonende te [..],

klager,

tegen:

[..],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te Amsterdam,

beklaagde,

gemachtigde: [..].

Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 15 mei 2025, aangevuld op

20 mei 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 30 juni 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Op 19 december 2025 heeft klager producties ingediend. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 7 januari 2026 alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is nader bepaald op 25 februari 2026.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-          op 17 april 2025 heeft [..] klager aangeschreven omdat hij geen contract heeft met een energieleverancier en dat hij € 75 moet betalen voor buitengerechtelijke kosten;

-          op 24 april 2025 heeft klager een klacht ingediend tegen de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder;

-          op 29 april 2025 heeft [..] gereageerd door het versturen van een standaard e-mail;

-          op 30 april 2025 heeft klager bezwaar gemaakt tegen de inhoud van die

e-mail en meegedeeld dat hij een serieuze inhoudelijke reactie verwacht;

-          op 8 mei 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder de klacht in behandeling genomen;

-          op 14 mei 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder gereageerd op de klacht;

-          op 22 mei 2025 heeft klager inhoudelijk gereageerd op de afhandeling van de klacht;

-          op 23 mei 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder hierop gereageerd.

2. De klacht

a. [..] vordert € 75 incassokosten zonder onderbouwing van de betalingsverplichting.

b. [..] presenteert zich misleidend als gerechtsdeurwaarder, terwijl zij feitelijk als incassobureau handelt en hanteert een betalingstermijn van effectief twee dagen om druk uit te oefenen.

c. De brief is gericht aan de “bewoners van dit adres” terwijl klager niet bekend is als debiteur. Verificatie ontbreekt, dit is onzorgvuldig en een privacyschending.

d. [..] meent bemoeienis te hebben met klagers energiecontract wat buiten haar bevoegdheid valt en klager als intimiderend ervaart.

e. Klager is in een e-mail weggezet als aanhanger van een “juridische soevereiniteit”. Dit is diskwalificerend en onnodig grievend.

f. [..] leeft zijn eigen klachtenprocedure niet na, de ontvangstvestiging komt pas na veertien dagen in plaats van de gestelde twee werkdagen. Daarnaast heeft geen serieuze behandeling van de klacht plaatsgevonden.

g. [..] heeft de claim zoals geformuleerd in de brief van 14 mei 2025 (niet contractueel gebruikte aansluiting op basis van meetgegevens en administratieve signalen) niet onderbouwd en niet zelfstandig geverifieerd, maar impliceert ongeoorloofd gebruik.

h. [..] heeft geen toegang tot het dossier van haar opdrachtgever, maar desondanks initieert zij wel incassomaatregelen en uit zij beschuldigingen richting een vermeende debiteur.

i. Klager heeft een verzoek gedaan op grond van artikel 17 AVG[1], en niet op grond van artikel 15 AVG, zoals verondersteld door de gerechtsdeurwaarder. Het is onzorgvuldig dat op dit verzoek niet is ingegaan. 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en toegevoegd gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens de Gerechtsdeurwaarderswet en de Wet kwaliteit incassodienstverlening gegeven bepaling of in strijd met wat een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor of een medewerker van dat kantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a overweegt de kamer het volgende. In het verweerschrift heeft de gerechtsdeurwaarder gesteld dat het bedrag van € 75 kosten betreft die de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder, de netbeheerder, heeft gemaakt en waarvan zij betaling verlangt. Dat is strikt genomen juist, maar de gekozen formulering schept onnodige verwarring. De gerechtsdeurwaarder onderbouwt deze kosten in zijn brief aan klager namelijk door te stellen dat het zijn eigen werkzaamheden betreft (wij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht) die betaald moeten worden omdat ([opdrachtgever] ons heeft ingeschakeld). Dit kan aanleiding zijn voor de klager te concluderen dat het een ambtshandeling van een gerechtsdeurwaarder betreft die hij om die reden moet betalen. Daarvan is geen sprake. Een gerechtsdeurwaarder kan als incassodienst betaling van een vordering van zijn opdrachtgever proberen te verkrijgen als onderdeel van een zogenaamd minnelijk traject. Maar als hij daarbij ook zijn eigen kosten vordert is het zaak helder te zijn in welke hoedanigheid hij dan handelt. Dat is in dit geval niet gebeurd. Dit klachtonderdeel is gegrond.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b overweegt de kamer als volgt. In de brief van 17 april 2025 schrijft de gerechtsdeurwaarder dat hij contact opneemt met klager op verzoek van de netbeheerder en legt de gerechtsdeurwaarder uit dat, waarom en hoe klager een energiecontract af moet sluiten en wat er kan gebeuren als klager dat niet doet. Hierbij is een termijn gegeven van zeven dagen. Naar het oordeel van de kamer heeft de gerechtsdeurwaarder zich niet misleidend als gerechtsdeurwaarder gepresenteerd om daarmee extra druk uit te oefenen. Een gerechtsdeurwaarder mag optreden namens opdrachtgever in een geval als het onderhavige en de gerechtsdeurwaarder heeft hierbij geen verwarring laten ontstaan over de hoedanigheid waarin hij klager benadert en heeft geen oneigenlijke druk uitgeoefend door maatregelen aan te kondigen die niet op grond van de wet genomen kunnen worden. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel c wordt overwogen dat de brief is verzonden aan de bewoners van een adres, omdat de gerechtsdeurwaarder op dat moment niet beschikte over meer gegevens. Dat klager op die manier is aangeschreven is niet tuchtrechtelijk laakbaar, temeer omdat een gerechtsdeurwaarder niet gerechtigd is de BRP te raadplegen wanneer hij geen ambtshandeling verricht.

4.4 Ten aanzien van klachtonderdeel d wordt overwogen dat de netbeheerder de gerechtsdeurwaarder opdracht heeft gegeven om klager aan te schrijven. De gerechtsdeurwaarder handelt daarmee in opdracht van zijn opdrachtgever. Daarbij hoeft de gerechtsdeurwaarder slechts marginaal te toetsen of de opdracht uitgevoerd kan worden. In de brief van 17 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder bovendien duidelijk weergegeven dat de gerechtsdeurwaarder handelt in opdracht van zijn opdrachtgever (de netbeheerder). Dat klager dit als intimiderend ervaart betekent niet dat de gerechtsdeurwaarder anders had moeten handelen. Tuchtrechtelijk laakbaar is dit alles niet.

4.5 Ten aanzien van klachtonderdeel e geldt dat klager terecht klaagt over de aan hem verstuurde e-mail van 29 april 2025. Dit betreft een standaard mail die niet aansluit op de daaraan voorafgaande berichten van klager. De verwijzing naar Nederlandse staatsburgers, juridische soevereiniteit en een aansprakelijkstelling is in deze context ongepast en tuchtrechtelijk laakbaar (want irrelevant of niet aan de orde). Nadat klager zich heeft beklaagd heeft de gerechtsdeurwaarder excuses gemaakt in zijn bericht van 14 mei 2025 en aangegeven dat de reactie niet gepast was en geen antwoord gaf op de vragen van klager. Deze reactie is wat van een gerechtsdeurwaarder verwacht mag worden, maar neemt niet weg dat het tuchtrechtelijk laakbaar is dat de standaard mail is verzonden.

4.6.1 Ten aanzien van klachtonderdeel f wordt het volgende vooropgesteld. Op grond van het eigen klachtenprotocol van de gerechtsdeurwaarder dient binnen twee werkdagen de ontvangst van een klacht bevestigd te worden. Verder staat er dat bij zwaardere klachten de klachtmelder binnen twee weken een inhoudelijke reactie ontvangt. Vastgesteld wordt dat de medewerker van de gerechtsdeurwaarder de brief van klager van 24 april 2025 niet goed heeft gelezen nu het duidelijk is dat het een klacht betrof. De e-mail is gericht aan Klachten-klacht@[   ] en onderaan pagina 2 staat vetgedrukt: ‘U kunt deze brief ook direct beschouwen als klacht over uw dienstverlening’. Deze brief is niet als zodanig gekwalificeerd. Na de (verkeerde) standaard reactie van 29 april 2025 (zie hiervoor) heeft klager op 30 april 2025 gereageerd en op de ingediende klacht gewezen. Op 8 mei 2025 heeft klager een ontvangstbevestiging van de gerechtsdeurwaarder ontvangen. Vervolgens heeft de gerechtsdeurwaarder op 14 mei 2025 inhoudelijk gereageerd op de klacht.

4.6.2. Het valt de gerechtsdeurwaarder aan te rekenen dat een helder verwoorde klacht niet als zodanig is herkend maar pas na een rappel (30 april 2025). Dat is tuchtrechtelijk laakbaar, omdat er geen misverstand over kon bestaan dat met de brief (ook) een klacht was ingediend. 

4.6.3. De ontvangstbevestiging is te laat verzonden, namelijk niet binnen drie dagen na de reminder van 30 april 2025 zoals het klachtenprotocol van de gerechtsdeurwaarder voorschrijft, maar pas op 8 mei 2025. Gerekend vanaf die datum heeft de gerechtsdeurwaarder vervolgens wel binnen twee weken overeenkomstig het klachtenprotocol inhoudelijk gereageerd. Het te laat sturen van de ontvangstbevestiging is in de context van de gehele correspondentie niet tuchtrechtelijk laakbaar.

4.6.4 Dat de klacht niet serieus is beantwoord, zoals de klager stelt, volgt niet uit het dossier, dus dat onderdeel van de klacht is ook niet gegrond. Daarbij geldt dat de kamer zich wel kan voorstellen dat de zin in de uiteindelijke beantwoording van de gerechtsdeurwaarder van 14 mei 2025 ‘kunt u aangeven wat precies de onderliggende kwestie is?’ niet goed viel bij de klager. Evenals de verwijzing naar de Elektriciteitswet terwijl even verderop wordt vastgesteld dat het om een aansluiting voor gas gaat. Slordigheden, die evenwel de drempel van tuchtrechtelijk laakbaar gedrag niet halen.

4.7 Ten aanzien van klachtonderdelen g en h wordt overwogen dat in de afhandeling van de klacht van 14 mei 2025 staat dat de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder tot de conclusie is gekomen dat sprake is van een niet-contractueel gebruikte aansluiting. Klager heeft gesteld dat de gerechtsdeurwaarder deze stelling niet heeft onderbouwd of zelfstandig heeft geverifieerd. Het ligt echter niet op de weg van de gerechtsdeurwaarder dergelijke uitgangspunten van haar opdrachtgever steeds zelfstandig te verifiëren en hij is hiertoe dan ook niet gehouden. Nu de gerechtsdeurwaarder heeft verwezen naar zijn opdrachtgever die tot een bepaalde conclusie is gekomen, was daarmee voor de gerechtsdeurwaarder dit punt afgewikkeld en mag van klager worden verwacht dat hij - omdat hij het kennelijk niet eens is met het door de gerechtsdeurwaarder gegeven antwoord - verdere inhoudelijke vragen daarover zou voorleggen aan de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond.

4.8 Ten aanzien van klachtonderdeel i wordt overwogen dat klager op 24 april 2025 de gerechtsdeurwaarder heeft verzocht om het dossier te sluiten en om op grond van artikel 17 AVG zijn gegevens te wissen. Op 23 mei 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder aan klager meegedeeld het dossier niet te sluiten en de gegevens van klager niet te verwijderen. Deze termijn is in lijn met de Gedragscode gerechtsdeurwaarders ter bescherming persoonsgegevens, die uitgaat van een termijn van vier weken waarbinnen een gerechtsdeurwaarder moet reageren op dergelijke verzoeken. Of de beantwoording inhoudelijk juist is, is niet aan de kamer. Dit klachtonderdeel is dus ongegrond.

4.9 De kamer verklaart de klacht op onderdelen a, e en f (gedeeltelijk) gegrond en acht de maatregel van berisping in dit geval passend en geboden. Daarbij speelt mee dat de gerechtsdeurwaarder excuses heeft gemaakt voor de verkeerd verzonden standaard mail en de gegronde klachtonderdelen ieder voor zich niet zware overtredingen zijn, maar de combinatie leidt in dit geval tot een berisping.

4.10 De kamer zal de gerechtsdeurwaarder op grond van artikel 43a, lid 1 onder a en b, Gerechtsdeurwaarderswet jo de Tijdelijke Richtlijn kostenveroordeling kamer voor gerechtsdeurwaarders (Staatscourant 1 februari 2018, nr. 5882) tevens veroordelen in de proceskosten. Voor klager worden die begroot op het forfaitaire bedrag van

€ 50. Voor de procedure worden de kosten begroot op het forfaitaire bedrag van

€ 1.500.

4.11 Op grond van artikel 37, lid 7, Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder aan klaagster het betaalde griffierecht vergoedt.

4.12 Op grond van voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kamer voor gerechtsdeurwaarders:             

  • verklaart klachtonderdeel  a, e en f (gedeeltelijk) gegrond;
  • verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond;
  • bepaalt legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op;
  • veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klager, te begroten op € 50 te betalen na onherroepelijk worden van deze uitspraak;
  • bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder aan klager het betaalde griffierecht ad

€ 50 vergoedt, na onherroepelijk worden van deze uitspraak;

  • veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de kosten van de behandeling van de klacht door de kamer, te begroten op € 1.500, te betalen aan het LDCR op de wijze en binnen de termijn als door het LDCR aan de gerechtsdeurwaarder wordt meegedeeld, nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden.

Aldus gegeven door mr. M.L.S Kalff, voorzitter, mr. A.K. Mireku en

mr. S.J.W. van der Putten, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 februari 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

[1] Algemene verordening gegevensbescherming.