ECLI:NL:TGDKG:2026:25 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778728 / DW RK 25/470 HE/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:25 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 25-02-2026 |
| Datum publicatie: | 26-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/778728 / DW RK 25/470 HE/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klager heeft eerder geklaagd over hetzelfde feitencomplex. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 25 februari 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 4 november 2025 met zaaknummer C/13/773751 / DW RK 25/283 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/778728 / DW RK 25/470 HE/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde.
1. Ontstaan en verloop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 6 augustus 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 5 september 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 4 november 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij brief, ingekomen op 12 november 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van
14 januari 2025 alwaar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. Hoewel partijen niet hiervoor zijn opgeroepen hebben zij beiden ingestemd met de behandeling van het verzetschrift. De uitspraak is bepaald op 25 februari 2026.
2. De ontvankelijkheid van het verzet
Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.
3. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- De gerechtsdeurwaarder is belast met een vordering op klager en heeft beslag op de AOW-uitkering van klager gelegd.
- Bij beslissing van 3 juni 2025, geregistreerd onder nummer C/13/765439 DW RK 25/63, is een eerdere klacht gericht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond verklaard. Hiertegen heeft klager verzet ingesteld, geregistreerd onder nummer C/13/771020 / DW RK 25/202, welk verzet bij beslissing van 25 februari 2025 ongegrond verklaard is.
- Bij beslissing van 16 september 2025, geregistreerd onder nummer C/13/772232 DW RK 25/242 is een eerdere klacht niet ontvankelijk verklaard. Hiertegen heeft klager verzet ingesteld, geregistreerd onder nummer C/13/776163 / DW RK 25/369, welk verzet bij beslissing van
25 februari 2025 ongegrond verklaard is.
4. De oorspronkelijke klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder geen rekening houdt met de juiste beslagvrije voet.
5. De beslissing van de voorzitter
5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:
4.1 De voorzitter overweegt dat aan de thans geformuleerde klacht hetzelfde feitencomplex ten grondslag ligt als aan de klacht die in een eerdere procedure (zoals is weergegeven onder feiten en omstandigheden) aan de orde is gesteld. Op 16 september 2025 is klagers klacht niet ontvankelijk verklaard omdat hij al eerder over hetzelfde had geklaagd. Dit geldt tevens ten aanzien van de onderhavige klacht. Deze klacht is daarom ook kennelijk niet-ontvankelijk.
5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen.
6. De gronden van het verzet
In verzet heeft klager - kort samengevat - aangevoerd dat de gerechtsdeurwaarder geen uitvoering geeft aan de hem wettelijk uitgeschreven uit te voeren regels met betrekking tot de beslagvrije voet.
7. De beoordeling van de gronden van het verzet
7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door klager ter zitting aangevoerde maken dit niet anders.
7.2 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.
7.3 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.
BESLISSING:
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.E. de Vos en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 februari 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.