ECLI:NL:TGDKG:2026:24 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/776163 / DW RK 25/369 HE/WdJ

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:24
Datum uitspraak: 25-02-2026
Datum publicatie: 26-02-2026
Zaaknummer(s): C/13/776163 / DW RK 25/369 HE/WdJ
Onderwerp: Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Beslissing op verzet. Eerder geklaagd over hetzelfde feitencomplex. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 25 februari 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 16 september 2025 met zaaknummer C/13/772232 DW RK 25/242 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/776163 / DW RK 25/369 HE/WdJ ingesteld door:

[  ],

wonende te [  ],

klager,

tegen:

[  ],

gerechtsdeurwaarder te [  ],

beklaagde.

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier, ingekomen op 10 juli 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 6 augustus 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 16 september 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij brief met bijlagen, ingekomen op 24 september 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025 alwaar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 25 februari 2026.

2. De ontvankelijkheid van het verzet

Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.

3. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           De gerechtsdeurwaarder is belast met een vordering op klager en heeft beslag op de AOW-uitkering van klager gelegd.

-           Bij beslissing van 3 juni 2025, geregistreerd onder nummer C/13/765439 DW RK 25/63, is een eerdere klacht gericht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond verklaard. Hiertegen heeft klager verzet ingesteld, geregistreerd onder nummer C/13/771020 / DW RK 25/202, welk verzet bij beslissing van 25 februari 2025 ongegrond verklaard is.

4. De oorspronkelijke klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder geen rekening houdt met de beslagvrije voet.

5. De beslissing van de voorzitter

5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

4.1 De voorzitter overweegt dat aan de thans geformuleerde klacht hetzelfde feitencomplex ten grondslag ligt als aan de klacht die in een eerdere procedure (zoals is weergegeven onder feiten en omstandigheden) aan de orde is gesteld. Dit klachtonderdeel is daarom niet-ontvankelijk.

5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen.

6. De gronden van het verzet

In verzet heeft klager aangevoerd dat hij niet vraagt om verhoging van de beslagvrije voet, wat de gerechtsdeurwaarder steeds aanhaalt, maar dat hij wel van de gerechtsdeurwaarder vraagt om de hiervoor bestaande wetgeving aan te houden. Tevens wil klager door middel van een model mededeling zien of de door de gerechtsdeurwaarder berekende beslagvrije voet klopt.

7. De beoordeling van de gronden van het verzet

7.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door klager ter zitting aangevoerde maken dit niet anders.

7.2 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

7.3 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

BESLISSING:

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.E. de Vos en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 februari 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.