ECLI:NL:TGDKG:2026:23 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/771020 / DW RK 25/202 HE/WdJ

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:23
Datum uitspraak: 25-02-2026
Datum publicatie: 26-02-2026
Zaaknummer(s): C/13/771020 / DW RK 25/202 HE/WdJ
Onderwerp: Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 25 februari 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 3 juni 2025 met zaaknummer C/13/765439 DW RK 25/63 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/771020 / DW RK 25/202 HE/WdJ ingesteld door:

[  ],

wonende te [  ],

klager,

tegen:

[  ],

gerechtsdeurwaarder te [  ],

beklaagde.

1. Ontstaan en verloop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 28 februari 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 4 april 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 3 juni 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Een afschrift van de beslissing van de voorzitter is bij brief van diezelfde datum aan klager toegezonden. Bij brief met bijlagen, ingekomen op 12 juni 2025, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025 alwaar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op

25 februari 2026.

2. De ontvankelijkheid van het verzet

Klager heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat hij in het verzet kan worden ontvangen.

3. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           Bij vonnis van de kantonrechter te Zwolle van 13 september 2021 is klager veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag.

-           Op 5 augustus 2023 heeft de gerechtsdeurwaarder beslag gelegd onder de Sociale Verzekeringsbank ten laste van klager.

4. De oorspronkelijke klacht

Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder niet zijn verplichting nakomt om de beslagvrije voet tweemaal per jaar opnieuw te berekenen. Verder verzoekt klager om teveel geïnde gelden met terugwerkende kracht netto uitgekeerd te krijgen. Dat geldt ook voor het vakantiegeld.

5. De beslissing van de voorzitter

5.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

4.2 De voorzitter overweegt dat deze (tuchtrechtelijke) procedure zich niet leent voor het vaststellen van een beslagvrije voet. Een oordeel daarover is voorbehouden aan de civiele rechter. Wel is aan de orde in deze procedure of de gerechtsdeurwaarder rondom het vaststellen van een beslagvrije voet en de communicatie daarover gehandeld heeft zoals je van een gerechtsdeurwaarder mag verwachten. Uit de overlegde producties blijkt dat hier sprake van is. Er is veelvuldig met klager gecorrespondeerd. De gerechtsdeurwaarder heeft de beslagvrije voet op basis van de bij hem bekende gegevens steeds aangepast en heeft de eventueel teveel ontvangen gelden aan klager teruggestort. Hiervan is klager steeds op de hoogte gebracht. Uit de overgelegde producties blijkt verder dat de gerechtsdeurwaarder klager meermalen heeft verzocht om informatie omtrent de hoogte van zijn huur en eventuele huur- en/of zorgtoeslag. Hieraan heeft klager niet voldaan. Van tuchtrechtelijk laakbaar handelen is niet gebleken. Indien klager het niet eens is met de beslagvrije voet, dient hij zich te wenden tot de gewone civiele rechter.

5.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.

6. De gronden van het verzet

6.1 In verzet heeft klager aangevoerd dat hij volgens artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering recht heeft op 90% van de op dat moment geldende bijstandsnorm, wat de gerechtsdeurwaarder dient uit te voeren. De gerechtsdeurwaarder voldoet hier nog steeds niet aan.

6.2 Klager stelt verder dat het niet klopt dat klager niet de gevraagde gegevens heeft overgelegd. De gerechtsdeurwaarder behoort immers de gegevens bij het UWV en de Belastingdienst op te vragen voor het berekenen van de beslagvrije voet. Dit heeft de gerechtsdeurwaarder kennelijk verzuimd, anders had de gerechtsdeurwaarder wel gereclameerd dat klager onjuiste gegevens zou hebben overgelegd, aldus klager. Wat betreft de huur stelt klager dat hij alle bewijstukken hiervan heeft overgelegd.

6.3 Klager heeft in verzet ook nog aangevoerd dat niet duidelijk is welk bedrag precies is teruggestort en over welke periode van teveel geïnde gelden is teruggestort.

7. De beoordeling van de gronden van het verzet

7.1 Voor zover klager nieuwe klachten in verzet heeft aangevoerd kan hij daarin niet worden ontvangen. Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Amsterdam dient de kamer bij de behandeling van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter de oorspronkelijke klacht te toetsen. Dit betekent dat in verzet de oorspronkelijke klacht niet met nieuwe klachten kan worden aangevuld. Klager kan niet worden ontvangen in zijn klacht als vermeld onder 6.3.

7.2 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door klager ter zitting aangevoerde maken dit niet anders. De gerechtsdeurwaarder berekent de beslagvrije voet met behulp van de geautomatiseerde rekenmodule. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van gegevens uit de UWV Polisadministratie, de Basisregistratie Personen en van de Belastingdienst. De gerechtsdeurwaarder berekent tweemaal per jaar de voor klager geldende beslagvrije voet en informeert klager hier steeds over. Ter zitting heeft de gerechtsdeurwaarder aangegeven dat, hoewel de inhoud van de door de gerechtsdeurwaarder verstrekte berekening niet verschilt van de modelmededeling, hij klager vorige week de modelmededeling heeft verzonden, waarmee klager de (her)berekende beslagvrije voet kan controleren. De gerechtsdeurwaarder zal in de toekomst ook steeds de modelmededeling aan klager verstrekken. Indien klager het met de berekende beslagvrije voet niet eens is dient hij zich tot de civiele rechter te wenden. Voor zover klager zich op het standpunt stelt dat de rekenmodule niet klopt, kan dit niet aan de gerechtsdeurwaarder worden verweten.

7.3 De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

7.4 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

BESLISSING:

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. J.E.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.E. de Vos en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 februari 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.