ECLI:NL:TGDKG:2026:21 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767125 / DW RK 25/114 HE/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:21 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 25-02-2026 |
| Datum publicatie: | 26-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/767125 / DW RK 25/114 HE/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klager betwist de vordering en stelt dat de gerechtsdeurwaarder geen transparantie geeft in de kosten, geen inzage geeft in lopende en gesloten dossiers en niet alle betalingen heeft verwerkt. Klacht ongegrond. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 25 februari 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/767125 / DW RK 25/114 HE/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde,
gemachtigde: [ ].
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij e-mail, ingekomen op 1 april 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 5 juni 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025 alwaar de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder is verschenen. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De uitspraak is bepaald op
25 februari 2026.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij vonnis van 24 januari 2024 van de kantonrechter te Rotterdam is klager veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag aan [ ] (hierna: [ ]).
- Bij exploot van 1 februari 2024 is het vonnis van 24 januari 2024 aan klager betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen.
- Bij brief van 19 februari 2025 is aan klager een overzicht van de openstaande vorderingen verstrekt.
3. De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat:
a: de vordering is verjaard;
b: hij geen openstaande schuld heeft;
c: er geen transparantie is gegeven over de herkomst of noodzaak van de in rekening gebrachte kosten;
d: de gerechtsdeurwaarder weigert inzage te geven in betaalde, gesloten en openstaande dossiers;
e: niet alle betalingen zijn verwerkt in een correcte eindafrekening.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet, de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening (WKI) of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
5.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a stelt de kamer voorop dat geschillen met betrekking tot verjaringsperikelen op grond van het bepaalde in artikel 438 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen te worden voorgelegd aan de bevoegde voorzieningenrechter. Voor de tuchtrechter is hier verder geen taak weggelegd.
5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b overweegt de kamer dat een gerechtsdeurwaarder bij het innen van een vordering uit mag gaan van de juistheid van de informatie die hij van de opdrachtgever ontvangt. Verder is sprake van een ten laste van klager gewezen vonnis van 24 januari 2024, hetgeen een executoriale titel is. Als klager het niet eens is met (de hoogte van) de openstaande vordering, ligt het op zijn weg om een executiegeschil aan te spannen tegen de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder, dan wel hoger beroep aan te tekenen. Het tuchtrecht biedt daarvoor niet de geƫigende weg. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk laakbaar handelen op dit klachtonderdeel.
5.4 Ten aanzien van klachtonderdeel c overweegt de kamer dat uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties blijkt dat aan klager bij brief van
19 februari 2025 een overzicht van de openstaande vordering is verstrekt, waarbij ook de kosten zijn gespecificeerd. De door de gerechtsdeurwaarder in rekening gebrachte kosten berusten op de door de overheid vastgestelde en in het Besluit tarieven ambtshandeling gerechtsdeurwaarders (Btag) neergelegde tarieven. Niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder andere of hogere kosten in rekening heeft gebracht. Een tuchtrechtelijk verwijt kan de gerechtsdeurwaarder op dit klachtonderdeel niet gemaakt worden.
5.5 Ten aanzien van klachtonderdeel d overweegt de kamer het volgende. De gerechtsdeurwaarder is gehouden om binnen een redelijke termijn te reageren op vragen en verzoeken over bij hem in behandeling zijnde dossiers. Uit de overgelegde producties en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder klager op diverse momenten informatie heeft gegeven door middel van overzichten van de lopende dossiers, met daarin saldo-opgaves en betalingsregelingen. Daarmee heeft de gerechtsdeurwaarder consistent gehandeld in het verstrekken van informatie aan klager. Op de gerechtsdeurwaarder rust geen verplichting om informatie te geven over gesloten dossiers of over betalingen die in het verleden door klager in gesloten dossiers zijn gedaan. Van tuchtrechtelijk laakbaar handelen is op dit klachtonderdeel niet gebleken.
5.6 Ten aanzien van klachtonderdeel e stelt de gerechtsdeurwaarder dat alle de door klager genoemde betalingen zijn verwerkt en op de vordering in mindering zijn gebracht. Dit staat ook op alle saldo-opgaves vermeld. Omdat het dossier van de betreffende betalingen nog niet is gesloten, is er nog geen eindafrekening gemaakt. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk laakbaar handelen op dit klachtonderdeel.
5.7 De gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting nog verklaard dat de schuldhulpverlener van klager een voorstel tegen finale kwijting heeft gedaan voor de openstaande vordering en dat daarbij niet de hoogte van de vordering en kosten zijn betwist. De opdrachtgever is akkoord gegaan met het voorstel van de schuldhulpverlener.
5.8 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.E. de Vos en mr. S.W.J. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 februari 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.