ECLI:NL:TGDKG:2026:20 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/767355 / DW RK 25/124 HE/WdJ
| ECLI: | ECLI:NL:TGDKG:2026:20 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 25-02-2026 |
| Datum publicatie: | 26-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/13/767355 / DW RK 25/124 HE/WdJ |
| Onderwerp: | Andere werkzaamheden (art. 20 Gdw) |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door een sloopvergoeding voor de gedemonteerde auto van klager te eisen. Klager heeft niet aangetoond dat hij geen sloopvergoeding heeft ontvangen. Klacht ongegrond. |
KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM
Beslissing van 25 februari 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/767355 / DW RK 25/124 HE/WdJ ingesteld door:
[ ],
wonende te [ ],
klager,
gemachtigde: [ ],
tegen:
[ ],
gerechtsdeurwaarder te [ ],
beklaagde,
gemachtigde: [ ].
1. Ontstaan en loop van de procedure
Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 4 april 2025, heeft klager een klacht ingediend tegen (een medewerker van het kantoor van) de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 21 juli 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 14 januari 2025 alwaar de gemachtigde van klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 25 februari 2026.
2. De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- Bij vonnis van de kantonrechter te Gouda van 31 maart 2016 is klager veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag.
- Op 28 februari 2022 heeft de gerechtsdeurwaarder beslag gelegd op een voertuig van klager, te weten een Renault Twingo.
- In december 2023 is een betalingsregeling met klager getroffen, welke regeling klager maandelijks nakomt.
- Bij e-mail van 30 januari 2025 heeft klager een demontageverklaring overgelegd als bewijs dat zijn voertuig naar de sloop is gebracht en niet meer op zijn naam staat.
- Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder bij e-mail van 31 januari 2025 aangegeven niet akkoord te gaan met een inkoopverklaring zonder saldo.
- Bij e-mail van 1 april 2025 heeft klager de gerechtsdeurwaarder, met toezending van bewijsstukken, verzocht het beslag van zijn voertuig te halen.
- Hierop heeft de gerechtsdeurwaarder klager bij e-mail van 1 april 2025 geïnformeerd dat de demontageverklaring een overeenkomst om niet is. Klager is verzocht een bedrag van € 150 te voldoen, een bedrag dat de meeste demontagebedrijven betalen voor een soortgelijk voertuig.
- Klager heeft vervolgens bij e-mail van 1 april 2025 nogmaals aangegeven dat hij geen geld heeft ontvangen voor de demontage van zijn voertuig en dat het voertuig in dusdanig slechte staat was dat hier geen waarde aan is toegekend. Klager heeft aangeboden om desgewenst bewijs op te vragen bij het demontagebedrijf. Klager heeft tevens aangegeven niet akkoord te gaan met de voorgestelde betaling van € 150 en heeft (nogmaals) verzocht het beslag op te heffen.
- Bij e-mail van 2 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder klager medegedeeld dat het beslag pas zal worden doorgehaald na betaling van € 150.
- Bij e-mail van 3 april 2025 heeft klager zijn eerdere standpunt herhaald.
- Op 7 mei 2025 heeft klager een bedrag van € 150 voldaan, waarna het beslag op diezelfde datum is doorgehaald. Voor het resterende bedrag is met klager een betalingsregeling overeengekomen.
3. De klacht
Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder weigert het beslag op zijn voertuig op te heffen, ondanks dat de auto is gedemonteerd zonder dat daar een vergoeding tegenover stond. De gerechtsdeurwaarder eist een betaling van
€ 150, gebaseerd op een veronderstelling maar niet op feiten. Klager heeft meermalen aangegeven dat hij geen vergoeding heeft ontvangen voor de demontage van het voertuig en dat [ ] het beslag wel heeft opgeheven zonder tegenprestatie.
4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder
De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.
5. De beoordeling van de klacht
5.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet, de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening (WKI) of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen (medewerkers van) een gerechtsdeurwaarderskantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.
5.2 Klager stelt dat hij geen vergoeding heeft ontvangen voor de sloop van het voertuig, zodat hij ook niets kan betalen. De kamer overweegt dat het de gerechtsdeurwaarder niet toegestaan om een beslag op te heffen als hij daar niet de toestemming van de beslaglegger voor heeft. De gerechtsdeurwaarder heeft deze toestemming niet verkregen omdat de verlangde sloopvergoeding niet is betaald en afgedragen aan de gerechtsdeurwaarder. Klager heeft zijn standpunt dat er geen sloopvergoeding is betaald niet nader met stukken onderbouwd. Uit de door klager overgelegde demontageverklaring blijkt dit niet. Het komt de kamer overigens niet onredelijk voor dat een bedrag van € 150 wordt verlangd voor de sloopwaarde van het voertuig van klager. Dat klager niets zou hebben ontvangen van het sloopbedrijf en een andere gerechtsdeurwaarder het beslag heeft opgeheven zonder dat klager een bedrag hoefde te betalen, maakt het niet anders.
5.3 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:
- verklaart de klacht ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J.H.J. Evers, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.E. de Vos en mr. S.J.W. van der Putten, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 februari 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.