ECLI:NL:TGDKG:2026:19 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/773996 / DW RK 25/293 MK/RH

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:19
Datum uitspraak: 18-02-2026
Datum publicatie: 23-02-2026
Zaaknummer(s): C/13/773996 / DW RK 25/293 MK/RH
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft twee dwangbevelen geexecuteerd. Tuchtrechtelijk lakbaar handelen niet gebeleken. Verzet is ongegrond.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 18 februari 2026 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de beslissing van 5 augustus 2025 met zaaknummer C/13/769770 / DW RK 25/174 en het daartegen ingestelde verzet met zaaknummer C/13/773996 / DW RK 25/293 MK/RH ingesteld door:

[..],

wonende te ,

klaagster,

tegen:

[..],

gerechtsdeurwaarder te [..],

beklaagde,

gemachtigde: [..].

Ontstaan en verloop van de procedure

Bij e-mail met bijlagen, ingekomen op 23 mei 2025, heeft klaagster een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op

26 juni 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Bij beslissing van 5 augustus 2025 heeft de voorzitter de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Aan klaagster is een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden bij brief van diezelfde datum. Bij e-mail, ingekomen op 7 augustus 2025, aangevuld op 6 december 2025, heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van

7 januari 2026 alwaar klaagster en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder (digitaal) zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 18 februari 2026.

1. De ontvankelijkheid van het verzet

Klaagster heeft verzet ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat zij in het verzet kan worden ontvangen.

2. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           op 18 februari 2025 heeft een gerechtsdeurwaarder twee dwangbevelen aan klaagster betekend;

-           op 24 maart 2025, aan klaagster betekend op 2 april 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder derdenbeslag gelegd onder het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV);         

-           op 14 april 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder de derdenverklaring aan klaagster gestuurd.       

3. De oorspronkelijke klacht

Klaagster beklaagt zich samengevat over het volgende.

a. De gerechtsdeurwaarder legt beslag zonder uitspraak van een rechter.

b. Klaagster heeft bewijzen gestuurd dat het CJIB de zaak heeft ingetrokken. De gerechtsdeurwaarder moet daarom het beslag intrekken.

c. Klaagster eist een schadevergoeding van € 10.000.

4. De beslissing van de voorzitter

4.1 De voorzitter heeft als volgt op de klacht overwogen:

4.1 Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder betaamt. Klachten kunnen niet worden gericht tegen een gerechtsdeurwaarderskantoor of een medewerker van dat kantoor. In het verweer heeft bovengenoemde gerechtsdeurwaarder zich opgeworpen als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beslissing rekening gehouden. Ter beoordeling staat of er sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a wordt overwogen dat een dwangbevel een executoriale titel is op grond waarvan de gerechtsdeurwaarder beslag mag leggen wanneer er niet betaald wordt. De gerechtsdeurwaarder heeft twee dwangbevelen aan klaagster laten betekenen. Klaagster heeft de bedragen die in de dwangbevelen zijn genoemd niet betaald. Daarom is beslag gelegd op haar inkomen.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b wordt overwogen dat ten aanzien van een ander dwangbevel met dossiernummer [..] het CJIB de zaak heeft ingetrokken. De dwangbevelen op grond waarvan het beslag van 24 maart 2025 is gelegd hebben echter dossiernummers [..] en [..] en betreffen dus andere zaken. Niet gebleken is dat de het CJIB die zaken heeft ingetrokken.

4.4 Ten aanzien van de verzochte schadevergoeding wordt opgemerkt dat de tuchtrechter geen bevoegdheid heeft een schadevergoeding vast te stellen, nog afgezien van het feit dat op grond van het bovenstaande geen aanleiding zou bestaan voor een schadevergoeding.

4.2 Op grond hiervan heeft de voorzitter de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen.

5. De gronden van het verzet

In verzet heeft klaagster het volgende aangevoerd.

Klaagster heeft uitvoerig contact gehad met een jurist van het CJIB, zij heeft meegedeeld dat een schadeclaim wordt uitgekeerd. Klaagster heeft bloemen ontvangen van het CJIB.

6. De beoordeling van de gronden van het verzet

6.1 De kamer overweegt dat de voorzitter bij de beoordeling van de inleidende klacht de juiste maatstaf heeft toegepast. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet wordt dan ook ongegrond verklaard.

6.2 Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

BESLISSING:

De kamer voor gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, mr. A.K. Mireku en

mr. S.J.W. van der Putten, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39, lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet geen rechtsmiddel open.