ECLI:NL:TGDKG:2026:14 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755191 / DW RK 24/284 MK/RH

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:14
Datum uitspraak: 30-01-2026
Datum publicatie: 23-02-2026
Zaaknummer(s): C/13/755191 / DW RK 24/284 MK/RH
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Ontruiming. Klaagster is op het verkeerde been gezet door de gerechtsdeurwaarder die eerst meedeelde dat klaagster haar eigendom moest bewijzen en nadat zij dat had gedaan haar meedeelde dat eerst de kosten van de ontruiming moesten worden voldaan wilde zij haar deel van de ontruimde goederen terug kunnen krijgen. 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 30 januari 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/755191 / DW RK 24/284 MK/RH ingesteld door:

[..],

wonende te [..],

klaagster,

gemachtigde: [..],

tegen:

[..],

gerechtsdeurwaarder te [..],

beklaagde.

Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 9 augustus 2024, aangevuld op 18 september 2024, heeft klaagster een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift, ingekomen op 17 oktober 2024, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. Op 1 december 2025 heeft de gemachtigde van klaagster aanvullingen op de klacht ingediend. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 12 december 2025 alwaar de gemachtigde van klaagster en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 30 januari 2026.

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           de gerechtsdeurwaarder is belast met een vordering van Stichting [..] op [..];

-           bij vonnis van de kantonrechter te Rotterdam van 10 april 2024 is [..] onder meer veroordeeld om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis het gehuurde te ontruimen;

-           bij exploot van 26 april 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder het vonnis van

10 april 2024 aan [..] betekend met gelijktijdig bevel aan de inhoud te voldoen, met aanzegging dat bij niet tijdige voldoening van het bevel de ontruiming zal plaatsvinden op 27 mei 2024;

-           op 27 mei 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder de woning van [..] laten ontruimen;

-           op 17 juni 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder meegedeeld dat bewijs van eigendom van klaagster moet worden geleverd, bijvoorbeeld door middel van het overleggen van een aankoopbon;

-           op 23 juni 2024 heeft de gemachtigde van klaagster meerdere stukken naar de gerechtsdeurwaarder gestuurd om eigendom van klaagster aan te tonen;

-           bij e-mail van 1 juli 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder aan de gemachtigde van klaagster medegedeeld dat [..] zijn goederen tegen vergoeding van de transport- en opslagkosten op kan halen en dat een retentierecht wordt uitgeoefend op de opgeslagen inboedel.

2. De klacht

Klaagster klaagt samengevat over het volgende.

a: De gerechtsdeurwaarder houdt ten onrechte eigendommen van klaagster in beslag  die bij de ontruiming van de woning van haar zoon zijn meegenomen, terwijl zij absoluut niet aansprakelijk is voor de schulden die tot de ontruiming hebben geleid.

b: De gerechtsdeurwaarder geeft eerst aan dat klaagster haar eigendom moet bewijzen en beroept zich vervolgens op retentierecht, nadat een paar bewijsstukken waren overgelegd.

c: De gerechtsdeurwaarder laat zich niet van zijn menselijke kant zien. Klaagster heeft serieuze gezondheidsklachten en deze situatie geeft haar veel stress.

d: Er is sprake van een ernstige tekortkoming in de ontruiming door [..]. De goederen waren geplaatst in een slecht beheerde opslag. De gerechtsdeurwaarder dient de schade die daardoor is ontstaan te vergoeden.

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

4. De beoordeling van de klacht

4.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

4.2 Ten aanzien van klachtonderdeel a stelt de kamer dat de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld door de woning van [..] op 27 mei 2024 te ontruimen, nu [..] niet heeft voldaan aan het bevel tot ontruiming van 26 april 2024. De gerechtsdeurwaarder was gehouden om alle zich in de woning bevindende roerende zaken te ontruimen, waarbij zich kennelijk ook eigendommen van klaagster bevonden. Klaagster had dit kunnen voorkomen door tijdig voor de ontruiming haar eigendommen weg te halen. Overigens is niet gebleken dat de gerechtsdeurwaarder beslag heeft gelegd op de ontruimde goederen. Een tuchtrechtelijk verwijt kan de gerechtsdeurwaarder op dit klachtonderdeel al met al niet worden gemaakt.

4.3 Ten aanzien van klachtonderdeel b overweegt de kamer het volgende. De gerechtsdeurwaarder heeft op 17 juni 2024 aan de gemachtigde van klaagster meegedeeld dat klaagster haar eigendom moet bewijzen. Op 1 juli 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder echter meegedeeld dat eerst de totale vordering voldaan (transport- en opslagkosten) moet worden alvorens de inboedel wordt vrijgegeven. Met klaagster wordt vastgesteld dat zij door de informatie van de gerechtsdeurwaarder op het verkeerde been is gezet. De gerechtsdeurwaarder had haar moeten berichten dat zij haar eigendommen zou kunnen terugkrijgen nadat zij heeft aangetoond dat ze van haar waren en nadat de vordering van de opslag en transport betaald was. Ook al is klaagster niet de schuldenaar dan nog heeft zij recht op volledige en juiste informatie. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond.

4.4 Ten aanzien van klachtonderdeel c begrijpt de kamer dat de ontruiming en het in opslag houden van eigendommen van klaagster een behoorlijke impact op klaagster hebben. Dit kan als uitgangspunt niet aan de gerechtsdeurwaarder worden verweten. Uit de wijze waarop de gerechtsdeurwaarder heeft gecommuniceerd met klaagster blijkt wel dat de gerechtsdeurwaarder de impact die de ontruiming in dit geval heeft gehad op klaagster, onvoldoende heeft onderkend. Hij zou er goed aan doen daar meer oog voor te hebben in het vervolg. Al met al leidt dit leidt dit evenwel niet tot een tuchtrechtelijk verwijt, zodat dit klachtonderdeel ongegrond is.

4.5 Ten aanzien van klachtonderdeel d. wordt overwogen dat uit de overgelegde producties blijkt dat de uit de woning van [..] ontruimde zaken in containers zijn geplaatst en zijn opgeslagen door het ontruimingsbedrijf [..]. Klaagster zal zich tot dat ontruimingsbedrijf moeten wenden voor vergoeding van schades. De gerechtsdeurwaarder is daarvoor niet verantwoordelijk. Dit klachtonderdeel is dus ongegrond.

4.6 Nu klachtonderdeel b gegrond is verklaard, bestaat aanleiding de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op te leggen. Bij die stand van zaken ziet de kamer geen aanleiding om de gerechtsdeurwaarder te veroordelen in de kosten van de procedure. Omdat de klacht deels gegrond is, dient de gerechtsdeurwaarder wel aan klaagster het betaalde griffierecht te vergoeden, alsmede de door klaagster gemaakte (forfaitair vast te stellen) kosten.

BESLISSING

De kamer voor gerechtsdeurwaarders:

- verklaart de klachtonderdeel b gegrond;

- verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond;

- legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van waarschuwing op;

- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder in de proceskosten van klager, te begroten op € 50,00, te betalen nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden;

- veroordeelt de gerechtsdeurwaarder tot betaling aan klaagster van het door haar betaalde griffierecht van € 50,00, nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden.

Aldus gegeven door mr. M.L.S. Kalff, voorzitter, mr. J.H.J. Evers en mr. O.J. Boeder, leden, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.