ECLI:NL:TGDKG:2026:11 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758445 / DW RK 24/370 BB/WdJ

ECLI: ECLI:NL:TGDKG:2026:11
Datum uitspraak: 19-01-2026
Datum publicatie: 19-01-2026
Zaaknummer(s): C/13/758445 / DW RK 24/370 BB/WdJ
Onderwerp: Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Klaagster heeft haar klacht gericht tegen een bij naam genoemde gerechtsdeurwaarder. De bij naam genoemde gerechtsdeurwaarder heeft niets van doen gehad met de gewraakte ontruiming. Klaagster zal voor haar klacht tegen de ontruiming een klacht moeten indienen tegen de gerechtsdeurwaarder die de ontruiming heeft verricht. Klacht ongegrond.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 19 januari 2026 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer C/13/758445 / DW RK 24/370 BB/WdJ ingesteld door:

[  ],

wonende te [  ],

klaagster,

gemachtigde: [  ],

tegen:

[  ],

toegevoegd gerechtsdeurwaarder te [  ],

beklaagde,

gemachtigde: [  ].

1. Ontstaan en loop van de procedure

Bij klachtenformulier met bijlagen, ingekomen op 22 oktober 2024, heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Bij verweerschrift met bijlagen, ingekomen op 28 januari 2025, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd. De gerechtsdeurwaarder heeft zijn verweer aangevuld bij e-mail met bijlage, ingekomen op 9 juli 2025. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 24 november 2025 alwaar klaagster met haar gemachtigde en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 19 januari 2026.

2. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

-           De gerechtsdeurwaarder is belast met de tenuitvoerlegging van een notariële akte van 25 juni 2024.

-           Bij exploot van 8 augustus 2024 heeft de gerechtsdeurwaarder de ontruiming van de woning van klaagster aan klaagster aangezegd.

-           Op 13 augustus 2024 heeft een collega-gerechtsdeurwaarder de woning van klaagster ontruimd.

3. De klacht

Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat zij als huurder met een geldig huurcontract met dwang uit haar woning is gezet. Klaagster heeft altijd haar huurpenningen voldaan en was niet van de notariële akte op de hoogte.

4. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht gemotiveerd weersproken. Voor zover van belang wordt hierna op dat verweer ingegaan.

5. De beoordeling van de klacht

5.1 Gerechtsdeurwaarders zijn op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaar ders wet aan tuchtrechtspraak onderworpen voor handelen of nalaten in strijd met deze wet en voor handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. In deze beslissing wordt beoordeeld of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

5.2 Klaagster heeft haar klacht gericht tegen de gerechtsdeurwaarder die is genoemd in de aanhef van deze beslissing. Deze bij naam genoemde gerechtsdeurwaarder heeft bij exploot van 8 augustus 2024 de ontruiming van de woning van klaagster aangezegd. Klaagster beklaagt zich in haar klacht over de ontruiming die heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2024. De ontruiming is uitgevoerd door gerechtsdeurwaarder [  ]. De in de aanhef genoemde gerechtsdeurwaarder heeft niets van doen gehad met de daadwerkelijke ontruiming. Het gerechtshof Amsterdam heeft in een eerdere uitspraak beslist dat de kamer haar onderzoeksbevoegdheid overschrijdt, indien zelfstandig een andere gerechtsdeurwaarder als beklaagde wordt aangemerkt, terwijl klaagster haar klacht tegen een met naam genoemde gerechtsdeurwaarder heeft gericht (ECLI:NL:GHAMS:2014:3696). Gelet op de hiervoor genoemde uitspraak kan de kamer niet zelfstandig bepalen dat de klacht (tevens) tegen gerechtsdeurwaarder [  ] is gericht. Klaagster zal voor haar klacht tegen de ontruiming een klacht moeten indienen tegen gerechtsdeurwaarder [  ].

5.3 Ten aanzien van de ingediende klacht tegen gerechtsdeurwaarder

[  ] overweegt de kamer dat [  ] geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt door de ontruiming van de woning van klaagster aan klaagster aan te zeggen. Ter zitting heeft klaagster haar klacht tegen de gerechtsdeurwaarder uitgebreid door aan te voeren dat in het exploot van 8 augustus 2024 niet staat vermeld op basis van welke executoriale titel en op welke datum zou worden ontruimd en op basis waarvan. Dit kan echter niet bij de beoordeling van deze klacht worden meegenomen, aangezien de gerechtsdeurwaarder zich hier niet op heeft kunnen voorbereiden.

5.4 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

  • verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven door mr. B. Brokkaar, plaatsvervangend-voorzitter, mr. A.E. de Vos en M.F.J. Pijnenburg, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

19 januari 2026, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing, hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.