ECLI:NL:TAHVD:2026:43 Hof van Discipline 's Gravenhage 260007

ECLI: ECLI:NL:TAHVD:2026:43
Datum uitspraak: 10-02-2026
Datum publicatie: 10-02-2026
Zaaknummer(s): 260007
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Verwijzing
Beslissingen: Verwijzing
Inhoudsindicatie: Afwijzing verzoek verwijzing klacht over deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet).  Uit hetgeen klaagster (summier) heeft aangevoerd, lijkt de onvrede van klaagster verband te houden met het verloop van de behandeling van haar klacht over mr. P door de raad van discipline. Daarvoor kan verweerster niet verantwoordelijk worden gehouden omdat verweerster geen deel uitmaakt van de raad van discipline. Nu klaagster haar klacht over verweerster verder niet heeft toegelicht – waardoor het voor verweerster niet duidelijk is waartegen zij zich moet verweren – zal de voorzitter de klacht van klaagster niet verwijzen.

Beslissing van de voorzitter van

het Hof van Discipline

van 10 februari 2026

in de zaak 260007

naar aanleiding van de klacht van :

klaagster

tegen:

verweerster

1 HET VERZOEK

1.1 De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 5 januari 2026 van klaagster waarin zij een klacht indient over verweerster. Op 12 en 14 januari 2026 heeft klaagster enkele stukken nagezonden.

1.2 De aanleiding voor het indienen van deze klacht is volgens klaagster de manier waarop verweerster is omgegaan met haar klacht over mr. P. In algemene zin stelt klaagster dat verweerster haar klacht niet serieus heeft genomen. Op haar klacht is met een voorzittersbeslissing beslist en het door klaagster ingediende verzet is ongegrond verklaard.

1.3 Op 19 en 27 januari 2026 is klaagster door het hof verzocht haar klacht over verweerster verder toe te lichten. Hierop is geen reactie gekomen van klaagster.

2 DE BEOORDELING

2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient de klacht van klaagster over  verweerster in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe in dit geval niet beslissen en licht dit als volgt toe.

2.2 Uit hetgeen klaagster (summier) heeft aangevoerd, lijkt de onvrede van klaagster verband te houden met het verloop van de behandeling van haar klacht over mr. P door de raad van discipline. Daarvoor kan verweerster niet verantwoordelijk worden gehouden omdat verweerster geen deel uitmaakt van de raad van discipline. Nu klaagster haar klacht over verweerster verder niet heeft toegelicht – waardoor het voor verweerster niet duidelijk is waartegen zij zich moet verweren – zal de voorzitter de klacht van klaagster niet verwijzen.

3 BESLISSING

De voorzitter van het Hof van Discipline:

- wijst het verzoek tot verwijzing af.


Deze beslissing is gewezen op 10 februari 2026 door mr. J. Blokland, voorzitter.

De beslissing is verzonden op 10 februari 2026.