ECLI:NL:TADRSHE:2026:30 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-578/DB/OB

ECLI: ECLI:NL:TADRSHE:2026:30
Datum uitspraak: 09-03-2026
Datum publicatie: 09-03-2026
Zaaknummer(s): 25-578/DB/OB
Onderwerp:
  • Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen
  • Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Grievende uitlatingen
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Verzet ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch
van 9 maart 2026

in de zaak 25-578/DB/OB

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de (plaatsvervangend) voorzitter van de raad van discipline van 7 oktober 2025 op de klacht van:

klager

en

klaagster

gemachtigde:

over:

verweerder

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Op 8 november 2024 heeft klager, mede namens klaagster, tegen verweerder een klacht ingediend bij  de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-Brabant (hierna: “de deken”).

1.2 Op 25 augustus 2025 heeft de raad het dossier met kenmerk 48|24|148K van de deken ontvangen.

1.3 Bij beslissing van 7 oktober 2025 heeft de (plaatsvervangend) voorzitter van de raad de klacht deels kennelijk ongegrond en de raad deels kennelijk onbevoegd verklaard.

1.4 Bij brief van 2 november 2025, door de raad ontvangen op 4 november 2025, hebben klagers verzet ingesteld tegen de beslissing van de (plaatsvervangend) voorzitter.

1.5 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 26 januari 2026. Verschenen is verweerder. Klagers zijn niet verschenen.

1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd, van het verzetschrift en van het nagekomen e-mailbericht van klager van 7 januari 2026 en het nagekomen e-mailbericht van verweerder van 9 januari 2026.

2 FEITEN EN KLACHT 

2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

3 VERZET

3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in:

De voorzitter heeft ten onrechte geoordeeld dat de raad onbevoegd is ten aanzien van de klacht over handelen in strijd met de AVG. De klacht is voor het overige ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard, omdat geen sprake is van een “vergissing binnen de standaard”, maar van een patroon van onzorgvuldigheid met verzwarende omstandigheden (o.a. persoonsgegevens, juridisch vertrouwelijke context en samenloop met de vordering jegens A). De waarheidsplicht is geschonden nu er sprake is van innerlijk tegenstrijdige, niet gedocumenteerde en feitelijk onjuiste verklaringen. Er is misbruik van procesrecht gemaakt, nu zonder elementaire dossierkennis en in strijd met de goede procesorde uitstel is gevraagd. De deken heeft de schijn gewekt partijdig te zijn.

4 BEOORDELING


4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. E. Loesberg, voorzitter, mrs. A.J.C. Perdaems en H.M.S. Cremers, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber-van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 9 maart 2026.

Griffier                                                           Voorzitter

Verzonden op: 9 maart 2026