ECLI:NL:TADRSHE:2026:21 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-837/DB/LI
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSHE:2026:21 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-02-2026 |
| Datum publicatie: | 10-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-837/DB/LI |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De klacht dat niet altijd urenspecificaties zijn verzonden mist feitelijke grondslag. Van excessief declareren is voorts niet gebleken. De klacht is kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch
van 10 februari 2026
in de zaak 25-837/DB/LI
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over:
verweerster
De voorzitter van de raad van discipline heeft kennisgenomen van het e-mailbericht van 3 december 2025 van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg (hierna: de deken) en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 8.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Verweerster heeft klager vanaf 2013 bijgestaan in diverse kwesties.
1.2 Bij e-mail van 21 juli 2021 heeft verweerster aan klager een opdrachtbevestiging gestuurd ter zake door haar aan klager te verlenen rechtsbijstand in een geschil over de huur van bedrijfsruimte. In de opdrachtbevestiging is vastgelegd dat het uurtarief € 188,00 exclusief kantoorkosten en btw bedraagt en dat klager een voorschotnota ontvangt van € 964,52 inclusief btw. Verweerster heeft op 29 juli 2021 de genoemde voorschotnota aan klager verzonden, ter zake waarvan schriftelijk is vastgelegd dat klager deze in vier wekelijkse termijnen voldoet.
1.3 Op 11 juli 2023 is met klager een betalingsregeling overeengekomen ter zake van openstaande facturen uit de periode april 2022 tot en met mei 2023 tot een bedrag van € 6.702,41 inclusief btw.
1.4 Klager heeft de declaraties van verweerster (middels een betalingsregeling) zonder protest voldaan.
1.5 Bij e-mail van 14 januari 2025 heeft verweerster aan klager een overzicht gestuurd van de vanaf juli 2021 aan hem verzonden declaraties.
1.6 Op 30 juni 2025 heeft klager tegen verweerster een klacht ingediend bij de deken.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende:
1. Verweerster heeft niet altijd urenspecificaties aan klager verstrekt, ten gevolge waarvan klager niet kan controleren of en in hoeverre het door hem betaalde voorschot aan hem moet worden gerestitueerd.
2. Er zijn uren gedeclareerd die niet daadwerkelijk zijn besteed aan werkzaamheden in klagers dossiers.
3 VERWEER
3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
4.1 Klachtonderdeel 1 - urenspecificaties
Voor wat betreft klagers verwijt over het niet verstrekken van urenspecificaties overweegt de voorzitter als volgt. Gedragsregel 17 lid 4 bepaalt dat de advocaat zijn declaratie aldus inricht, dat de cliënt eenvoudig kan vaststellen hoeveel wordt gerekend voor honorarium, verschotten en omzetbelasting en in hoeverre voorschotten worden verrekend. De advocaat declareert zijn honorarium in beginsel periodiek en deugdelijk gespecificeerd onder opgave van tarief en tijdsbesteding of een andere overeengekomen grondslag.
4.2 Verweerster heeft naar aanleiding van de door klager ingediende klacht het verweer gevoerd dat gedurende de bijstand aan klager steeds, bij de verzending van iedere afzonderlijke declaratie, een urenspecificatie aan hem is verstrekt en dat in een voorkomend geval urenspecificaties zelfs nogmaals aan klager zijn toegestuurd. Klager heeft ter onderbouwing van de klacht slechts gesteld dat hij “niet altijd” urenspecificaties heeft ontvangen en heeft niet concreet gemaakt welke urenspecificaties hij niet heeft ontvangen. De voorzitter is gelet op het gemotiveerde verweer van verweerster dan ook van oordeel dat klager dit klachtonderdeel onvoldoende concreet heeft gemaakt en onvoldoende heeft onderbouwd. De voorzitter kan als gevolg daarvan niet feitelijk vaststellen of, en zo ja, welke urenspecificaties niet zijn verzonden. Omdat de feitelijke grondslag ontbreekt, zal de voorzitter dit klachtonderdeel kennelijk ongegrond verklaren.
4.3 Klachtonderdeel 2 – gedeclareerde uren
Klager verwijt verweerster dat er uren zijn gedeclareerd die niet daadwerkelijk zijn besteed aan werkzaamheden in klagers dossiers. Verweerster heeft dit klachtonderdeel uitdrukkelijk weersproken. Als niet dan wel onvoldoende onweersproken staat vast dat klager de declaraties zonder protest heeft voldaan. Kennelijk kan klager zich achteraf toch niet vinden in de in rekening gebrachte kosten.
4.4 De voorzitter stelt voorop dat het beoordelen van declaratiegeschillen is voorbehouden aan de civiele rechter; de tuchtrechter kan slechts beoordelen of sprake is van excessief declareren. Naar het oordeel van de voorzitter is daarvan niet gebleken. De voorzitter is van oordeel dat klager de klacht op dit punt onvoldoende concreet heeft gemaakt omdat hij niet heeft gespecificeerd welke tijd ten onrechte in rekening zou zijn gebracht. Ook dit klachtonderdeel is daarom kennelijk ongegrond.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j lid 1 aanhef en sub c Advocatenwet, in
beide onderdelen kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. E. Loesberg, voorzitter, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber- van de Langenberg, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 10 februari 2026