ECLI:NL:TADRSGR:2026:3 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-755/DH/RO
| ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2026:3 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-01-2026 |
| Datum publicatie: | 14-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-755/DH/RO |
| Onderwerp: | Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening |
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat, waaronder over het niet indienen van stukken en het niet inschakelen van een (geschikte) tolk. Klaagster heeft haar klachten niet (met stukken onderbouwd) en verweerder heeft de klachten gemotiveerd betwist. Klacht in alle onderdelen ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag
van 7 januari 2026 in de zaak 25-755/DH/RO
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over:
verweerder
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) van 4 november 2025 met kenmerk R 2025/100 en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 27. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de e-mail met bijlage van verweerder van 25 november 2025.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Verweerder heeft klaagster vanaf 2022 bijgestaan in een procedure, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.
1.2 Op 17 april 2025 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over verweerder.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagster verwijt verweerder het volgende.
a) Verweerder heeft klaagsters stukken niet ingediend. Klaagster heeft tijdig meerdere documenten en bewijsstukken aan verweerder verstrekt, met het verzoek deze in te dienen bij de rechtbank. Tot klaagsters verbazing bleken deze stukken nooit te zijn ingediend, wat nadelig is geweest voor de behandeling van haar zaak. Klaagster noemt belangrijke bewijstukken, waaronder gemanipuleerde foto’s die op sociale media zijn verspreid en documenten waaruit blijkt dat haar identiteitsgegevens en adres zijn gelekt.
b) Verweerder heeft geen of geen geschikte tolk ingeschakeld. Omdat klaagster zich niet voldoende kon uiten in het Nederlands, wilde zij graag gebruik van maken van een tolk die van Turks naar Nederlands kon vertalen. Verweerder was verantwoordelijk voor het inschakelen van een tolk. Bij de eerste zitting werd een tolk ingeschakeld die niet correct vertaalde, waardoor klaagsters communicatie ernstig werd belemmerd. Bij de tweede zitting werd helemaal geen tolk geregeld, waardoor klaagster noodzaakt was gebruikt te maken van de tolk die door de wederpartij was ingeschakeld. Klaagster voelde zich hierdoor niet vrij om zich open en volledig uit te spreken, omdat zij de tolk niet kon vertrouwen. Hierdoor is haar rechtspositie aanzienlijk verzwakt.
c) Klaagster twijfelt aan de onafhankelijkheid van verweerder. Tijdens de samenwerking had klaagster het gevoel dat verweerder niet volledig onafhankelijk handelde en klaagsters belangen niet op de eerste plaats stelde. De zaak waarin hij klaagster bijstond had bovendien een gevoelige politieke context, wat het nog belangijker maakte dat de advocaat zorgvuldig handelde. Het gebrek aan transparantie en betrokkenheid heeft klaagsters vertrouwen in verweerder ernstig geschaad. Verweerder heeft beslissingen genomen zonder met klaagster te overleggen.
2.2 Klaagster heeft toegelicht dat zij door haar buurvrouw voor de rechter is gehaald omdat die beweerde dat klaagster op sociale media uitspraken over haar gehandicapte kinderen had gedaan.
2.3 Klaagster heeft verder onder meer gesteld dat zij ernstig is misleid door verweerder, dat hij samenwerkt met de vijand en dat hij een radicale islamist is. Zij stelt dat verweerder een frauduleuze advocaat is, niet eerlijk is en dat hij haar heeft gemanipuleerd en tegen haar heeft gelogen. Verweerder legde klaagster een avondklok op. Klaagster stelt dat verweerder zijn beroep misbruikt en dat hij gedurende het gehele traject in ernstige mate zijn professionele verplichtingen heeft verzaakt. Tijdens de zitting maakte verweerder een ongeïnteresseerde indruk en hij leek de zaak niet serieus te nemen. Verweerder heeft bepaalde proceshandelingen uitgevoerd zonder hierover met klaagster te overleggen. Uiteindelijk heeft hij zelfs de zaak stopgezet zonder klaagster toestemming of medeweten. Na afloopt van de procedure ontving klaagster een boete van € 7.000,-. Zij heeft herhaaldelijk geprobeerd contact met verweerder op te nemen. Verweerder heeft haar zes maanden genegeerd, pas daarna liet hij weten dat hij zij
3 VERWEER
3.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd.
3.2 Klachtonderdeel a) Verweerder stelt dat hij alle stukken die juridisch relevant waren voor het geschil tijdig heeft ingebracht. Klaagster heeft op geen enkel moment gespecificeerd om welke stukken het concreet zou gaan.
3.3 Klachtonderdeel b) Verweerder stelt dat voor de zitting in het kort geding op zijn initiatief een beëdigde tolk is ingeschakeld. Klaagster was niet tevreden over diens vertaling, onderbrak de tolk en ontnam hem het woord. De tolk heeft vervolgens zijn werkzaamheden getaakt. Klaagster heeft er toen zelf voor gekozen het woord te voeren. Voor de zitting in hoger beroep heeft klaagster inderdaad gebruik gemaakt van de tolk van de wederpartij. Klaagster heeft vooraf geen verzoek tot een tolkvoorziening aan verweerder of het gerechtshof gedaan. Nu klaagster in het kort geding het woord voerde en zich ter zitting adequaat kon uitdrukken, bestond er voor verweerder geen reden te veronderstellen dat een tolk alsnog noodzakelijk was.
3.4 Klachtonderdeel c) Klaagster onderbouwt het verwijt over verweerders onafhankelijkheid niet met stukken. Zij verwijst naar het vermeende politiek gevoelige karakter van de zaak, zonder dit nader te concretiseren. Er is geen sprake geweest van enige belangenverstrengeling of partijdigheid. Gedurende het hele traject heeft verweerder het belang van klaagster vooropgesteld, beslissingen in overleg genomen en haar vertrouwelijke informatie met uiterste zorgvuldigheid behandeld. De procedure bij het gerechtshof is niet inhoudelijk voortgezet, maar afgesloten met verwijzing naar mediation, waarmee beide partijen (ook klaagster) hebben ingestemd. Pas maanden later meldde klaagster zich opnieuw, omdat de deurwaarder – in opdracht van de wederpartij – beslag had gelegd wegens overtreding van het eerder opgelegde verbod. Uit de door klaagster meegebrachte stukken bleek dat de grenzen van het verbod waren overschreden. Verweerder heeft klaagster daarop gemotiveerd laten weten dat hij haar niet kon bijstaan in de nieuwe procedure.
3.5 De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
Toetsingskader
4.1 Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht.
Klachtonderdeel a)
4.2 Klaagster verwijt verweerder dat hij belangrijke bewijsstukken niet heeft ingediend. Klaagster heeft wel wat genoemd (gemanipuleerde foto’s en documenten waaruit blijkt dat gegevens zijn gelekt), maar zij heeft dit niet verder (met stukken) onderbouwd. Verweerder heeft het verwijt gemotiveerd betwist: hij stelt dat hij alle stukken die juridisch relevant waren voor het geschil tijdig heeft ingebracht. De voorzitter kan gelet op deze gemotiveerde betwisting en bij gebrek aan concrete stukken en onderbouwing niet vaststellen dat verweerder op dit punt tekortgeschoten is. Dit verwijt is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b)
4.3 Klaagster verwijt verweerder dat er geen (geschikte) tolk is ingeschakeld door verweerder. Uit de klacht en het verweer volgt dat verweerder bij de eerste zitting wel een tolk heeft ingeschakeld. Klaagster was kennelijk niet tevreden over deze tolk. Dat verweerder daarvan een verwijt kan worden gemaakt, kan de voorzitter niet vaststellen. Verweerder heeft gesteld dat klaagster vervolgens zelf (adequaat) het woord voerde en dat hij om die reden geen tolk voor het hoger beroep heeft ingeschakeld. Klaagster heeft daar ook niet om gevraagd, zo stelt verweerder. Klaagster heeft dit niet betwist. Verweerder kan dan niet het verwijt worden gemaakt dat hij voor het hoger beroep een tolk had moeten regelen. Klaagster heeft tijdens de zitting in hoger beroep gebruik gemaakt van de tolk van de wederpartij. Dat zij hierdoor in haar belangen is geschaad, kan de voorzitter niet vaststellen. Ook dit verwijt is kennelijk ongegrond
Klachtonderdeel c)
4.4 Klaagster twijfelt aan de onafhankelijkheid van verweerder. Zij maakt verweerder vervolgens allerlei (vergaande) verwijten (zie ook 2.3), die zij op geen enkele wijze onderbouwt. De voorzitter kan op grond van hetgeen klaagster stelt, ook tegenover de betwisting van verweerder, niet vaststellen dat verweerder niet onafhankelijk is geweest. De voorzitter kan ook niet vaststellen dat verweerder anderszins tekort is geschoten in de behartiging van klaagsters belangen. Ook dit verwijt is kennelijk ongegrond.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. H.F.R. van Heemstra, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. C.M. van de Kamp als griffier en uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 7 januari 2026