ECLI:NL:TADRSGR:2026:1 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-892/DH/RO/D

ECLI: ECLI:NL:TADRSGR:2026:1
Datum uitspraak: 05-01-2026
Datum publicatie: 14-01-2026
Zaaknummer(s): 25-892/DH/RO/D
Onderwerp: Artikel 60 b e.v., subonderwerp: Artikel 60 b Advocatenwet
Beslissingen: 60b
Inhoudsindicatie: Verzoek 60b toegewezen: schorsing en voorziening (waarnemer). Uit de weergegeven feiten en verweerster verklaringen en antwoorden op gestelde vragen ter zitting blijkt de raad dat het contact van verweerster zodanig (ernstig) verstoord is dat zij op dit moment niet in staat kan worden geacht haar praktijk behoorlijk uit te oefenen, ook gelet op het feit dat verweerster als Wvggz-advocaat bijzonder kwetsbare cliënten bijstaat.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 5 januari 2026
in de zaak 25-892/DH/RO/D

naar aanleiding van het verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet van:

de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam
de deken

over

verweerster 


1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 19 december 2025 (ontvangen op 22 december 2025) heeft de deken een verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet ingediend tegen verweerster.
1.2    Het verzoek is met gesloten deuren behandeld ter zitting van de raad van 29 december 2025. Daarbij waren aanwezig: 
-    namens de deken: mr. J.W.T.M. IJsseldijk (lid van de raad van de Orde) en mr. [X] (stafjurist);
-    verweerster. 
1.3    De raad heeft kennisgenomen van het in 1.1 genoemde verzoek en de daarbij behorende bijlagen.

2    FEITEN
2.1    Voor de beoordeling van het verzoek gaat de raad, gelet op het dossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2    Verweerster is sinds 1995 advocaat. Zij is thans alleen werkzaam in het psychiatrisch patiëntenrecht. Verweerster voert alleen praktijk. 
2.3    Op 1 juli 2025 heeft verweerster telefonisch contact gehad met een stafjurist van het bureau van de Orde van Advocaten in Rotterdam (hierna: het bureau van de Orde). Verweerster gaf in dit gesprek aan dat zij werd gestalkt, dat er mogelijk iemand in haar woning was geweest waar zich dossiers die onder haar geheimhouding vielen, bevonden en dat de politie geen aangifte wilde opnemen. 
2.4    Op 24 november 2025 heeft de deken een signaal van het openbaar ministerie dat de politie een zorgmelding had gedaan over verweerster. In de zorgmelding staat onder meer:
“Overlast Door Verward/Overspannen Persoon (…)
De buren en dochter van [verweerster] maken zich grote zorgen op haar. Dochter is de enige waarop [verweerster] kan terugvallen en is ten einde raad. (…)
04-07-2025 (…) Op bovengenoemde dag, tijd en locatie, verscheen voor mij aan de balie een vrouw die opgaf te zijn: [verweerster] (…)
08-10-2025 (…)  [Verweerster] stelde zicht direct voor en gaf aan dat ze aan een tijd geleden aangifte had gedaan bij ons, met een collega met lang blond haar. De aangifte had ze op 04 mei 2025. Ze had niks meer vernomen. Dat vond ze raar en gek. Ook gaf ze aan dat ze morgen (zaterdag 05-07-2025) op vakantie ging voor twaalf dagen. Ze was er van overtuigd dat er ingebroken ging worden door haar buurvrouw en haar man. Ze had apparaten gehaald van Verisure, zoals camerabeelden voor binnen- en buitenshuis. Echter was ze er ook van overtuigd dat haar buurman haar Verisure apparaten ging omzeilen door ze te hacken. Ze was bang dat haar twee katten vergiftigd gingen worden door de buurvrouw. (…) Ik vroeg om haar identiteitsbewijs zodat ik kon kijken voor haar. Ik zag toen al snel een (…) zorgmelding op haar naam staan. (…) 
In het begin kwam ze nog netjes over, maar na mate de tijd vorderde en ik haar niet direct kon helpen werd ze steeds geïrriteerder. Haar verhaal ging ook van de hak op de tak, er kwam steeds iets nieuw bij wat ze wilde vertellen.” 
2.5    Op 25 november 2025 heeft de deken per e-mail aan verweerster bericht  dat zij enige tijd geleden contact heeft opgenomen met het bureau van de Orde, omdat er mogelijk bij haar was ingebroken en er wellicht onbevoegden toegang hadden gekregen tot haar dossiers. De deken heeft in de e-mail aangegeven dat hij dit graag nader wil bespreken tijdens een bezoek aan verweersters kantoor.
2.6    Bij brief van 25 november 2025 heeft verweerster bij de landelijke Orde van Advocaten een klacht ingediend tegen een medewerkster van het Rotterdamse bureau van de Orde. In de brief schrijft verweerster onder meer:
“Ik word al meer dan vier jaar gestalkt. In het begin wist ik niet dat hij toegang had tot mijn computer en tot mijn telefoon. (…)
Later begreep ik dat de mannelijke politieagent een vriend van mijn stalker was en is en dat hij politie afluister apparatuur aan mijn stalker had gegeven.
Dat hoorde ik pas dit jaar. Hij volgde mij en deed nog veel meer dingen om mij in discrediet te brengen. 
Ik heb meerder malen geprobeerd van de registratie een aangifte te maken. Dat lukte niet omdat, naar ik onlangs vernam, de politieagent “alles” tegen hield. 
De wijkagent van [plaats] is bij mij thuis geweest en er zijn door hem notities gemaakt die hebben geresulteerd in een gesprek met de agent en mijn stalker. Bij het gesprek was ook een rechter van de rechtbank Rotterdam betrokken en ze zijn beiden gewaarschuwd.
Beiden beloofden dat het niet meer zou gebeuren. (…)
In juli van dit jaar had ik een Wvggz zitting in verband met een vrouw die verregaand aan het dementeren was. 
Toen ik mij in de woning melde, vertelden de twee volwassen dochters mij dat mijn stalker hen gebeld had en had gezegd dat ik een slechte advocaat was maar beide dochters hebben gezegd dat hij niet meer moest bellen. 
Ik begreep niet hoe hij aan de telefoonnummers van beide dochters was gekomen.
Hij heeft ook nog een keer in een Wvggz zaak een cliënte gebeld en hetzelfde gezegd. Zij geloofde hem.
Ik heb de Orde van Advocaten te Rotterdam gebeld en aangegeven dat mijn geheimhouding plicht niet kon garanderen.
De vrouwelijke persoon die ik telefonisch sprak (naam niet opgeschreven) vond dat ik het zelf maar moest uitzoeken of een advocaat in de arm moest nemen. (…)
Ik vertelde haar dat mijn stalker politieapparatuur gebruikte en dat ik dat niet op kon lossen. (…)
Ze zou het bespreken.
Ik heb niets meer gehoord maar begreep van een politiemedewerkster tijdens mijn zoveelste poging om aangifte te doen dat de Orde van Advocaten het had afgesloten omdat beiden (agent en stalker) hadden gezegd dat het eenmalig was.
Dit was dus niet zo. 
Hij is zonder mijn toestemming twee keer in mijn huis geweest en heeft kennelijk het apparaat wat moet worden gebruikt om toegang tot het digitale dossier te verkrijgen gekloond of zo. Hij had dus toegang tot mijn dossiers. Hij heeft ook camera’s en afluisterapparatuur in mijn woning geplaatst. 
Ik wist dit tot voor kort niet. 
De moeder van mijn stalker heeft aan klacht tegen de agent ingediend waarna de zaak eindelijk door het Openbaar Ministerie in behandeling is genomen. 
Op 26 oktober 2025 kreeg in een nieuwe buurvrouw. Terwijl zij haar huisraad aan het uitladen was, was zij in gesprek met een man. Om een lang verhaal kort te maken bleek de vrouw de officier van Justitie te zijn die mijn zaak tegen de stalker en tegen de agent zou behandelen. 
Ik begreep dat het OM gebruik maakte van de politieafluisterapparatuur en de beelden van de in mijn huis geplaatste camera’s uitkeek, en dat zonder toestemming van de Rechter commissaris. (…)
Ik wist niet dat ik nog altijd afgeluisterd werd en op beelden bekeken. 
Wat ik ook niet wist is dat een medewerkster van de Rotterdamse orde van advocaten mij tijdens een intervisie bijeenkomst te Rotterdam opdracht had om mij te beoordelen.
De hiervoor genoemde vrouw die ik telefonisch over mijn geheimhoudingsplicht had gesproken had namelijk van mijn buurvrouw die de moeder is van haar vriend, gehoord dat ik in de war zou zijn. Dat ben ik niet maar deze buurvrouw heeft een ontzettende hekel aan mij. 
Zonder mij uit te nodigen voor een gesprek met de deken, zonder een gesprek te hebben met mij heeft deze medewerkster een collega opdracht gegeven mij te bespioneren. (…)
Deze medewerkster heeft deze brief tegen gehouden. Ook twee ander belangrijke brieven die ik naar de hoofdofficier van Justitie te Rotterdam had geschreven waarin belangrijke informatie stond waaronder het feit dat stalker die inmiddels was aangehouden een reserve politieafluisterapparatuur bij een ook bij deze zaak betrokken persoon had geïnstalleerd en hij via een telefoon van een mede gedetineerde nog altijd beelden van mij en de afgeluisterde berichten ontving. 
Die vrouw heeft dat nota bene tegen gehouden en erger nog zij had toegang tot de beelden en de afgeluisterde gesprekken.
Er bevond en bevindt zich nog altijd (onder andere) een camera in mijn badkamer waardoor zij en haar collega’s mij zonder kleding hebben gezien en mijn lichaam hebben besproken. Ook welke boeken ik lees waar ik mijn boodschappen haal, waar ik naar toeging, de inrichting van mijn huis e.d. omdat zij ook mijn telefoon afluisterde en zelfs wist waar ik mij buitenshuis bevond. 
Ik heb dit alles gehoord toen zij bij haar toekomstige schoonmoeder was. Mijn buurvrouw. (…)
Ik weet niet wat haar functie is maar zij maakt duidelijk misbruik van haar functie en dat is onacceptabel. (…)
Zij heeft mij veel leed toegebracht en ik schaam me voor de feiten dat zij met haar collega’s mij naakte lichaam heeft gezien en dat heeft besproken en de overige onrechtmatige handelingen waarmee zij mijn privéleven ernstig heeft geschonden zonder dat zij daartoe bevoegd was.
Ik schrijf deze brief vanuit de bibliotheek in Rotterdam omdat ik niet weet of zij nog altijd toegang heeft tot mijn computer.”
2.7    De deken heeft naar aanleiding van onder meer bovengenoemde zorgmelding contact opgenomen met de president van de Rechtbank Rotterdam. De president gaf het volgende aan de deken door:
“Wij herkennen inderdaad het signaal van “de weg kwijt”. Er zijn best zittingen die niet slecht gaan, maar ook regelmatig zittingen waarbij ze vreemd opereert, steeds door mensen heen praat, vijandig is en ook inhoudelijk vreemde dingen zegt. Er is tenminste één psychiater die heeft aangekondigd geen zittingen meer te willen doen als zij raadsvrouw is. Ik heb volgens mij een tijd geleden alweer al eens een melding over haar gedaan aan jou voor je overleg met de deken.”
De eerdere melding waarnaar wordt verwezen is van 1 mei 2024. De deken heeft dit signaal (destijds) niet met verweerster gedeeld, omdat hij de inhoud daarvan niet zodanig achtte dat hij op dat moment verdere actie noodzakelijk achtte.
2.8    Op 9 december 2025 heeft de deken aan verweerster laten weten dat hij nog geen reactie op zijn e-mail van 25 november 2025 had ontvangen.
2.9    In reactie daarop heeft verweerster op 9 december 2025 aan de deken onder meer geschreven:
“Ik neem aan dat u beschikt over de kennis dat ik tegen een medewerkster van het bureau van de Rotterdamse Orde van Advocaten een klacht bij de Landelijke Orde van Advocaten heb ingediend. (...)
Ik heb in juli van dit jaar telefonisch contact opgenomen met de Rotterdamse Orde omdat ik had gehoord dat mijn stalker mij, ondanks mijn geheimhoud telefoonnummer, mij onder andere afluisterde en zodoende ook aan telefoonnummers van cliënten en familie kon beschikken. Ik heb aan het begin van het gesprek gevraagd om een afspraak met u. In plaats daarvan werd ik doorverboden met de medewerkster waartegen ik een klacht heb ingediend. (…) Ik heb haar er onder andere op gewezen dat er gebruik werd gemaakt van politie apparatuur en dat ik dat niet zelf en ook niet met behulp van een andere advocaat kon oplossen.
Ik hoorde op het politiebureau, waar ik voor de zoveelste keer probeerde aangifte te doen dat de Orde de “zaak” had gesloten. De genoemde medewerkster had een keer met stalker en de bij de zaak betrokken politieagent gesproken en omdat ze beiden hadden gezegd dat het eenmalig was heeft ze de zaak gesloten. Naar ik begreep zonder uw medeweten. (…)
Uit de klacht blijkt dat ik, zonder dat zij daartoe bevoegd was, door genoemde medewerkster en collega’s middels de door mijn stalker in mijn woning geplaatste camera’s en afluisterapparatuur (ook in mijn auto) minimaal 4 weken mijn privacy hebben geschonden door de beelden (ook in mijn badkamer en toilet te bekijken, met elkaar te bespreken en mij af te luisteren) Onacceptabel. 
Ik neem aan dat u begrijpt dat ik vanwege voorgaande alinea en de inhoud van genoemde klacht, liever niet in persoon met u naar het Bureau van de Orde kom.
Mijn stalker is eind oktober door het OM aangehouden en bevindt zich in voorarrest. De politieagent die mijn stalker de politie apparatuur had gegeven, die al mijn pogingen om van mijn oorspronkelijke registratie/aangifte, een aangifte te maken of een nieuwe aangifte te doen, afspraken tegen heeft gehouden of ongedaan heeft gemaakt en dergelijke, is ontslagen.
Ik wil gezien het vorenstaande dus liever niet op het Rotterdamse Bureau van de Orde van Advocaten verschijnen (…).”  
2.10    Op 11 december 2025 heeft een medewerker van het bureau van de Orde aan verweerster een bevestiging gestuurd voor een bespreking op 16 december 2025 met een lid van de Raad van de Orde en de stafjurist op verweersters kantoor. 
2.11    Diezelfde dag heeft verweerster gereageerd en onder meer geschreven:
“In reactie op uw bericht laat ik u weten dat ik het op  prijs stel dat de afspraak niet op bureau van de orde plaats vindt maar de afspraak kan niet plaats vinden in mijn kantoor omdat ik nog altijd door mij stalker wordt afgeluisterd en via camerabeelden wordt bekeken.
Ik weet niet waar deze apparaatjes zijn bevestigd. Ik heb gezocht maar kan niets vinden.
Volgens mij kijkt en luistert ook het Openbaar Ministerie nog altijd mee. (….)
Ook begrijp ik niet dat de deken mij verzoekt om een afspraak maar dat het kennelijk niet de bedoeling is dat ik ook daadwerkelijk met de deken spreek.
Ik moet dus kennelijk met twee andere personen spreken maar ik weet niet wie beide genoemde personen zijn en ook dat vindt ik vanwege de ontstane situatie met de medewerkster van het Bureau, waar tegen ik een klacht heb ingediend, niet prettig. 
Ik verzoek u vriendelijk een andere locatie te bepalen en anders dan toch maar een gesprek in het Bureau van de Orde.” 
2.12    Op 18 december 2025 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen verweerster en de deken op het bureau van de Orde. Daarbij was ook mr. [S], waarnemer van verweerster, aanwezig.

3    VERZOEK
3.1    De deken verzoekt de raad om verweerster op grond van artikel 60b Advocatenwet met onmiddellijke ingang voor onbepaalde tijd te schorsen in de uitoefening van de praktijk. De deken is van oordeel dat verweerster vanwege haar psychische gesteldheid momenteel niet in staat is haar praktijk behoorlijk uit te oefenen. Verweerster komt verward en achterdochtig over. Zij is uitsluitend werkzaam op het gebied van psychiatrisch patiëntenrecht en bedient daarmee een zeer kwetsbare categorie van rechtzoekenden. 
3.2    De deken heeft toegelicht dat hij op 24 november 2025 van het OM een signaal ontving dat de politie een zorgmelding had gedaan over verweerster. Naar aanleiding daarvan trof de deken in het eigen systeem meer informatie, hetgeen in onderlinge samenhang aanleiding vormde om verweerster uit te nodigen voor een gesprek. Verweersters reactie op de uitnodiging baarde de deken zorgen. De deken heeft contact opgenomen met de rechercheofficier, om na te gaan of de persoon die verweerster noemt inderdaad was aangehouden. De rechercheofficier gaf aan dat die persoon niet is aangehouden en dat er evenmin onderzoek naar deze persoon is verricht. De stafjurist die verweerster telefonisch heeft gesproken, heeft (uiteraard) geen contact gehad met de politie over het afsluiten van een dossier. 
3.3    Ook de verdere correspondentie over de te plannen bespreking en de klachtbrief van verweerster riep bij de deken het beeld op van iemand die zeer wantrouwend en in de war is. Tijdens de bespreking op 18 december 2025 heeft verweerster uitgebreid gesproken over een stalker die afluisterapparatuur in haar woning had geplaatst. Volgens verweerster zouden er allerlei mensen, onder wie een van de medewerkers van de deken, contact hebben en samenwerken de stalker. De deken stelt dat het relaas van verweerster niet te volgen was. 
3.4    Gelet op dit alles maakt de deken zich bijzonder veel zorgen over het persoonlijk welbevinden van verweerster en over haar praktijk en de daaraan inherente zorg voor haar kwetsbare cliënten. 
3.5    De deken heeft, naast het verzoek om schorsing, verzocht als voorziening een waarnemer van de praktijk van verweerster aan te wijzen. De deken meent dat mr. [S] daarvoor de aangewezen persoon is. De deken heeft verzocht als bijkomende voorziening te bepalen dat verweerster verplicht is mr. [S] toegang te verschaffen tot de bedrijfsruimte waarin de praktijk van verweerster wordt gevoerd en tot haar dossiers (digitaal en fysiek), teneinde al die maatregelen te nemen waartoe verweerster als advocaat zelf bevoegd zou zijn, en waarbij de dossiers in overleg met de cliënten van verweerster kunnen worden ondergebracht bij andere advocaten. 

4    VERWEER 
4.1    Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. Zij stelt dat het dekenbezwaar geheel op onjuistheden is gebaseerd. Zij is niet verward en heeft geen overlast veroorzaakt. Diverse zaken worden in het gespreksverslag van de deken niet genoemd. Zij is ook niet verward tijdens zittingen en ook niet vijandig. Wel komt zij op voor de belangen van haar cliënten. De deken heeft in het gesprek tweemaal gezegd dat verweerster een goede advocaat is.
4.2    Verweerster heeft toegelicht dat zij al geruime tijd wordt gestalkt door ene [naam] (hierna: de stalker). Hij kreeg toegang tot de gegevens van verweerster. Omdat hij haar telefoonnummer had, kon hij een app in zijn telefoon plaatsen waardoor hij verweerster kon afluisteren en volgen. De stalker heeft haar ook bedreigd. Zij heeft melding gemaakt bij de politie. De mannelijke politieagent die zij heeft gesproken bleek een vriend van de stalker te zijn. Verweerster is op 4 juli 2025 naar het politiebureau gegaan om te informeren naar haar melding. Zij heeft via haar psychisch zieke buurvrouw vernomen dat de stalker tijdens haar vakantie door de heg zou breken, bij haar zou inbreken en haar katten iets aan zou doen. Verweerster heeft onmiddellijk een afspraak gemaakt met Verisure om beveiliging bij haar te installeren. Op een later moment is verweerster op afspraak naar het politiebureau gegaan. Zij werd toen geholpen door twee agenten, onder wie een mannelijke politieagent. Deze agent deelde al snel mee dat hij de aangifte niet op zou nemen omdat een politieagent erbij betrokken was en hij zijn handen er niet aan wilde branden. Verweerster kreeg een nieuwe afspraak. Een vrouwelijke politieagent nam haar mee naar een kamertje en deelde haar, nadat ze op een heel klein briefje had gekeken, onmiddellijk mee dat ze verweerster niet geloofde dat verweerster weg moest gaan, waarbij ze een handgebaar maakte alsof verweerster een smerig insect was. Op 2 mei 2025 is verweerster weer op het bureau geweest en kreeg ze een afspraak voor 4 mei 2025. Verweerster heeft die dag inderdaad gesproken met een agente met lang blond. Zij zou de zaak verder onderzoeken. Begin juli 2025, de dag voor verweersters vakantie, werd verweerster verteld dat het onderzoek gesloten was. In oktober 2025 is verweerster weer naar het bureau gegaan. De agente die verweerster sprak, geloofde haar en wilde een afspraak maken. Haar meerdere verbood dat. Deze agent had de politieagent die bij de zaak betrokken was gebeld en hij had alles erkend en wilde geen verder onderzoek, omdat er veel meer aan de hand was dan verweerster naar voren bracht. Verweerster kreeg geen nieuwe afspraak en toen zij het algemene politienummer belde en kreeg te horen dat het onderzoek gesloten was. 
4.3    Verweerster stelt dat de deken in het verzoek ten onrechte stelt dat de stalker niet is aangehouden. Hij is wel degelijk aangehouden (in oktober 2025) en bevindt zich thans in voorarrest. Er loopt een onderzoek naar hem, voor stalking en andere feiten. Verweerster weet dat er een onderzoek loopt, omdat het laatste huis in haar blok werd verkocht. De nieuwe bewoonster bleek de behandelend officier van justitie die tijdens het verhuizen met een mannelijke officier van justitie in het openbaar over verweersters zaak sprak. Die officier van justitie zei dat ze best een probleem had met de politieagent die de stalker had geholpen. De politieagent was ontslagen. Ook de officier van justitie heeft allerlei mensen gebeld, onder wie verweersters dochter en schoonzus. De stalker had politieapparatuur van de politieagent gekregen, waardoor hij verweerster kon afluisteren. Ook zijn er cameraatjes in verweersters huis geplaats, ook in de badkamer. Verweersters schoonzoon heeft op enig moment de sleutel van haar huis gebruikt om haar stalker toegang tot haar woning te verlenen. De stalker heeft toen camera’s en afluisterapparatuur geplaatst. Verweerster kan de camera’s niet vinden, op één na: op een schilderij. Ook het OM heeft de beelden bekeken, dat vertelde die officier van justitie op straat. Er moet dan toch een bevel van de rechter-commissaris zijn. Toen hebben ze een bevel gekregen voor vier weken en konden ze het legaal doen. Daarna zijn ze zonder bevel doorgegaan, dat heeft die officier van justitie allemaal gezegd. Daarom wilde verweerster niet naar de Orde: zij hebben verweerster allemaal in haar blootje in de badkamer gezien. De stalker kan verweerster overigens nog steeds afluisteren. Zij begreep dat hij zijn telefoon in zijn cel gewoon mag gebruiken. Verweerster wordt overigens ook buitenshuis gevolgd.
4.4    Verweerster heeft verder aangegeven dat zij de woning waar zij woont gehorig is en dat zij de buurvrouw op enig moment heeft horen zeggen dat de vrouw die bij de Orde werkt, van wie verweerster de naam niet weet, de buurvrouw helpt, met wie verweerster al vanaf dag 1 een probleem mee had. Deze medewerkster is een onderzoek naar verweerster gestart. Dat onderzoek hield in dat zij verweersters dochter, buren, tandarts, mondhygiënist etc. heeft gebeld om te horen of er iets aan de hand was. Om die reden heeft verweerster een klacht tegen de medewerkster van de Orde ingediend. Deze medewerkster was niet gerechtigd zo’n onderzoek in te stellen. De deken wist daar niets vanaf. Deze medewerkster had verweerster in juli 2025 juist moeten helpen toen verweerster meldde dat zij niet aan haar geheimhoudingsplicht kon voldoen. De stalker had namelijk tegen de aannemer gezegd dat hij iets moest pakken. De stalker was in haar kantoor geweest en had een dossier gezien. De stalker had vervolgens de dochters van die cliënt gebeld en gezegd dat verweerster een slechte advocaat is. 
4.5    De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan. 

5    BEOORDELING
Toetsingskader artikel 60b Advocatenwet
5.1    Op grond van artikel 60b lid 1 Advocatenwet kan de raad op verzoek van de deken een advocaat die tijdelijk of blijvend geen blijk geeft zijn praktijk behoorlijk uit te kunnen oefenen, voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk schorsen dan wel een of meer voorzieningen met betrekking tot de praktijkuitoefening van de betrokken advocaat treffen die de raad geboden acht.
Beoordeling
5.2    De raad is van oordeel dat op grond van de hiervoor weergegeven feiten en de op de zitting afgelegde verklaringen, waaronder met name ook het verweer, voldoende gebleken is dat verweerster in ieder geval tijdelijk geen blijk geeft haar praktijk behoorlijk uit te kunnen uitoefenen. Verweerster heeft de hardnekkige overtuiging dat zij een stalker heeft die haar afluistert en via heimelijk geplaatste camera’s meekijkt. Deze stalker is geholpen door een politieambtenaar en haar schoonzoon en onder meer het OM zou de camerabeelden bekijken. Zelfs de medewerkers van de Orde zouden de beelden, waaronder beelden van verweerster in de badkamer, hebben bekeken. Het relaas wordt echter niet met feiten gestaafd: zo heeft contact tussen de deken en de officier van justitie uitgewezen dat de stalker niet is aangehouden en dat er geen onderzoek loopt. De raad kan zich niet aan de indruk onttrekken dat verweersters contact met de werkelijkheid (ernstig) verstoord is. Uit de hiervoor weergegeven feiten en haar verklaringen en antwoorden op gestelde vragen ter zitting blijkt de raad dat het contact van verweerster zodanig (ernstig) verstoord is dat zij op dit moment niet in staat kan worden geacht haar praktijk behoorlijk uit te oefenen, ook gelet op het feit dat verweerster als Wvggz-advocaat bijzonder kwetsbare cliënten bijstaat. De raad wijst het verzoek van de deken daarom toe en schorst verweerster met onmiddellijke ingang voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk. 
5.3    Nu verweerster wordt geschorst, zal de raad ook de door de deken verzochte voorziening toewijzen, te weten de aanwijzing van een waarnemer. 

BESLISSING
De raad van discipline:
- wijst het verzoek van de deken op grond van artikel 60b lid 1 Advocatenwet toe en schorst verweerster met onmiddellijke ingang voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk; 
- wijst het verzoek van de deken op grond van artikel 60b Advocatenwet om een voorziening te treffen met betrekking tot de praktijkvoering te treffen toe;
- treft als voorziening dat mr. [S] wordt aangewezen als waarnemer van verweersters praktijk, waarbij verweerster verplicht is om de waarnemer de toegang te verschaffen tot de ruimte waarin de praktijk wordt gevoerd en de dossiers worden bewaard, teneinde in het belang van de cliënten van verweerster al die maatregelen te treffen waartoe verweerster als advocaat zelf bevoegd zou zijn. Mr. [S] mag – in overleg met de cliënten van verweerster – de dossiers onderbrengen bij andere advocaten en is gemachtigde om alle voorzieningen te treffen die zij nodig acht, zo nodig in overleg met de deken. De kosten van de waarneming door mr. [S] worden ten laste van verweerster gebracht. 

Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, mrs. D.G.M. van den Hoogen en D.M. de Knijff, leden, bijgestaan door mr. C.M. van de Kamp als griffier en uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2026.

Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 5 januari 2026