ECLI:NL:TADRARL:2026:59 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-592/AL/OV
| ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2026:59 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 09-03-2026 |
| Datum publicatie: | 10-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-592/AL/OV |
| Onderwerp: | Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Beleidsvrijheid |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 9 maart 2026
in de zaak 25-592/ALOV
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 20 oktober 2025 op de klacht van:
klager
over
verweerster
gemachtigde: mr. A.M. Takkenberg
1 Verloop van de procedure
1.1 Op 18 maart 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.
1.2 Op 1 september 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2480044 van de deken ontvangen.
1.3 In een beslissing van 20 oktober 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing verzet ingesteld.
1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 13 februari 2026 . Daarbij waren verweerster, mr. A.M. Takkenberg (de gemachtigde van verweerster) en mr. [P] (de patroon van verweerster) aanwezig. Klager was, hoewel op een correcte wijze opgeroepen, niet aanwezig.
1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift .
2 VERZET
De gronden van het verzet heeft klager in zijn verzetschrift genoemd en deze houden - zakelijk weergegeven - in dat de voorzitter een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd, dat de vastgestelde feiten onvolledig en onjuist zijn en dat de motivering onvoldoende is.
3 feiten en klacht
Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Dat de voorzitter naar de mening van klager niet tot de conclusie had mogen komen dat er geen opdracht tot stand was gekomen maakt nog niet dat de voorzitter een onjuiste maatstaf heeft toegepast. Net zoals het miskennen van feiten door de voorzitter, zoals klager heeft betoogd, nog niet maakt dat de voorzitter de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. De voorzitter heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. Aan bespreking van de stelling van klager dat verweerster verschillende kernwaarden heeft geschonden en de nieuwe opgevoerde verwijten van klager aan het adres van verweerster komt de raad dan ook niet toe.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. M. Jansen, voorzitter, mrs. N.A. Heidanus en P. Rijnsburger, leden, bijgestaan door mr. W.B. Kok als griffier en uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 9 maart 2026