ECLI:NL:TADRARL:2026:47 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-448/AL/GLD
| ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2026:47 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-02-2026 |
| Datum publicatie: | 16-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-448/AL/GLD |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Ongegrond verzet. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 16 februari 2026
in de zaak 25-448/AL/GLD
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 25 augustus 2025 op de klacht van:
klaagster
over
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 23 juli 2025 heeft de gemachtigde namens klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 8 juli 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K 24/82 van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 25 augustus 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) klachtonderdeel a) niet-ontvankelijk verklaard en klachtonderdeel b) deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Op 24 september 2025 is namens klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 26 januari 2026. Daarbij waren klaagster, bijgestaan door haar gemachtigde, en verweerder aanwezig.
1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. Ook heeft de raad kennisgenomen van de e-mail van klager van 6 januari 2026 en (de alleen toegestane) bijlage A.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
de voorzitter heeft miskend dat verweerder evident onzorgvuldig heeft gehandeld
waardoor de beoordeling van de voorzitter geen recht doet aan de ernst en samenloop
van de nalatigheden van verweerder, die tot verlies van procedurele rechten van verzoekster
en een oneerlijke behandeling van de zaak met nadeel tot gevolg hebben gehad.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klaagster in verzet verder niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mrs. N.C. Milani en M.M. Mok, leden,
bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op
16 februari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 16 februari 2026