ECLI:NL:TADRARL:2026:27 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-850/AL/GLD
| ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2026:27 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-02-2026 |
| Datum publicatie: | 02-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-850/AL/GLD |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Voorzittersbeslissing |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij haar optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Klacht kennelijk ongegrond. |
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 2 februari 2026
in de zaak 25-850/AL/GLD
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
over
verweerster
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland (hierna: de deken) van 8 december 2025 met kenmerk K 25/37. Ook heeft de voorzitter kennisgenomen van de e-mail met bijlagen van klaagster van 29 december 2025.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Klaagster is eigenaar van een appartement. Daaraan is verbonden dat klaagster lid is van de Vereniging van Eigenaars (hierna verder: VvE) van het appartementencomplex.
1.2 Klaagster heeft twee gerechtelijke procedures gevoerd tegen de VvE. Verweerster is in deze procedures als advocaat van de VvE opgetreden.
1.3 In de procedures is op 29 mei 2024 een beschikking gegeven, op 17 januari 2024 en 30 oktober 2024 zijn vonnissen gewezen. Klaagster is in alle procedures in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot het betalen van de proceskosten aan de VvE.
1.4 Op 23 januari 2024 heeft verweerster onder meer aan klaagster het volgende geschreven:
Ook u zult inmiddels het vonnis van de rechtbank Gelderland d.d. 17 januari 2024 hebben ontvangen.
Zoals u heeft kunnen lezen bent u in het incident veroordeeld tot betaling van de navolgende kosten:
- Proceskostenveroordeling € 135,00
subtotaal € 135,00
- Nakosten € 132,00
Totaal € 267,00
(…)
Het bedrag ad € 132,00 bestaat uit de zogenoemde nakosten. De Hoge Raad heeft bepaald dat een kostenveroordeling in een rechterlijke uitspraak niet alleen een titel oplevert voor de proceskosten die zijn begroot in de uitspraak, maar ook voor de na de uitspraak nog te maken nakosten voor onder andere het bestuderen van de uitspraak (ECLI:NL:HR:2010:BL1116 en ECLI:NL:HR:2022:853). De nakosten bestaan in beginsel uit een vast bedrag. Voor kantonzaken is dit bedrag € 132,00. (…)
1.5 Op 30 mei 2024 heeft verweerster aan klaagster onder meer geschreven:
Ook u zult inmiddels de beschikking van de rechtbank d.d. 29 mei 2024 hebben ontvangen.
Zoals u heeft kunnen lezen bent u veroordeeld tot betaling van de navolgende kosten:
- proceskosten (2x tarief van € 271,00) € 542 ,00
- Nakosten € 132,00
Totaal € 674,00
(…) De nakosten bestaan in beginsel uit een vast bedrag. Voor kantonzaken is dit bedrag € 132,00. (…)
1.6 Op 1 november 2024 heeft verweerster aan klaagster onder meer geschreven:
Ook u zult inmiddels het vonnis van de Rechtbank Gelderland d.d. 30 oktober 2024 hebben ontvangen.
Zoals u heeft kunnen lezen bent u veroordeeld tot betaling van de navolgende kosten:In conventie
- Hoofdsom € 3.130,58
- Wettelijke rente vanaf 31 juli 2024
over € 1.017,84 (1 november 2024) € 18,30
- Voorschotbijdrage augustus t/m
november 2024 € 722,32
- Proceskosten € 781,77
Subtotaal € 4.652,97
In reconventie
- Proceskosten € 398,00
- Nakosten € 278,00
Totaal € 5.328,97Ik verzoek u dan ook het ertoe te leiden dat een bedrag van € 5.328,97 + € 73,50 binnen veertien vanaf de dag nadat deze brief door u is ontvangen, wordt voldaan (…) De nakosten bestaan in beginsel uit een vast bedrag. Voor kantonzaken (in conventie en reconventie is dit bedrag € 278,00. (…)
1.7 Op 26 november 2024 heeft klaagster aan de door verweerster ingeschakelde gerechtsdeurwaarder onder meer het volgende geschreven:
Vandaag mocht ik van uw deurwaarder een exploot van betekening & bevel in ontvangst nemen.
Ik heb het voor de zekerheid nog even nagezocht, maar ik heb alle openstaande vorderingen die de VvE op mij heeft al op 8 november jl. voldaan. Dit zal ik hieronder toelichten en de betaalbewijzen treft u in de bijlage aan. (…)
1.8 In haar e-mail van 27 november 2024 aan de gerechtsdeurwaarder, met een directe kopie aan verweerster, heeft klaagster gevraagd om haar een onderbouwing en berekening van de bedragen aan nakosten te geven.
1.9 Verweerster heeft daarop op 23 december 2024 aan de gerechtsdeurwaarder geschreven:
Wij spraken elkaar op 6 december jl. U gaf aan over de nakosten inzake sub A. van het overzocht nog terugkoppeling te geven.
lk zal op onderstaande e-mail van [klaagster] niet reageren zodat de communicatie alleen via u verloopt (en voorkomen wordt dat dit dubbel gebeurt).
1.10 In de periode tot en met 18 februari 2025 heeft klaagster met de gerechtsdeurwaarder gecorrespondeerd over de juistheid van de vorderingen. Een rechtstreekse kopie van deze e-mails zond zij aan verweerster.
1.11 Op 23 februari 2025 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
1.12 Op 24 februari 2025 heeft verweerster aan klaagster onder meer geschreven:
Hiermee kom ik terug op uw e-mails van 20 februari jl.
Allereerst merk ik op dat ik namens de VvE optreedt. Op basis van het vonnis van 30 oktober 2024 bent u tot betaling van hetgeen in de beslissing staat vermeld veroordeeld. Dat is dat thans wordt gevorderd namens de VvE.Ten aanzien van de inhoud van uw e-mail van 19 februari jl. kom ik bij u, na overleg met mijn cliënte, op deze kwestie terug.
1.13 Op 26 februari 2025 heeft de gerechtsdeurwaarder aan klaagster, met een rechtstreekse kopie aan verweerster, onder meer geschreven:
In deze zaak doen wij u op het verzoek van onze opdrachtgever een herziene opgave van de vordering toekomen.
Op dit moment staat er nog een bedrag van € 299,44 bij ons open: (…)
Hieronder volgt nog aanvullende een toelichting van onze opdrachtgever:
"U gaat ten onrechte uit van een hoofdsom van een bedrag van € 2.643,06, welk bedrag door u rechtstreeks aan de VvE is betaald.
De hoofdsom is echter € 3.130,58 (zie rov. 5.1) en bestaat uit (de achterstand rov. 4.3 € 2.643,06) vermeerder met de wettelijke rente (rov. 4.9 € 197,04) én de buitengerechtelijke incassokosten (rov.4.9 € 290,48).
Geheel onverplicht is bijgaand een toelichting van de cijfers aangehecht. Ook de bedragen die met rode tekst zijn aangegeven dienen op basis van het vonnis te warden betaald
Ten aanzien van het overzicht van deurwaarder d.d. 18 februari jl. stond bij de hoofdsom abusievelijk "t/m december 2024. Dat is thans gecorrigeerd.
De nakosten van € 278,- in reconventie zijn thans in mindering gebracht. Voor voornoemde omissie bied ik excuus aan. Dit laat onverlet dat nog steeds sprake is van een verschuldigd bedrag."
(…)
1.14 In haar e-mail van 6 maart 2025 heeft verweerster aan klaagster bevestigd dat de kwestie was afgedaan en heeft verweerster ook een korte toelichting op de gang van zaken gegeven.
2 KLACHT
De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:
onzorgvuldig richting klaagster als wederpartij te handelen bij het incasseren van bedragen.
Toelichting: Volgens klaagster heeft verweerster aantoonbaar een te hoog bedrag aan nakosten in rekening gebracht. Verweerster gaat niet in op expliciete verzoeken om aan te geven wat daarvoor de wettelijke grondslag is en onderbouwt de hoogte van de bedragen niet. Verweerster reageert vervolgens niet op berichten van klaagster waarin zij de nog openstaande bedragen heeft betwist. Verweerster vordert deze nakosten bovendien voor haar eigen gewin en op basis van ‘no cure no pay’, hetgeen in strijd is met artikel 7.7 van de Voda. Dit eigen belang van verweerster bij de vordering tot nakosten was een prikkel om geen minnelijke regeling te treffen. Ook is de VvE met behulp van verweerster onterecht overgegaan tot verrekening van de door klaagster uitdrukkelijk betwiste nakosten met een bedrag dat klaagster eerder naar de rekening van de VvE had overgemaakt. Volgens klaagster worden haar belangen daarmee ernstig geschaad omdat zij in een onmogelijke rechtspositie zit met betrekking tot het terugkrijgen van de betwiste nakosten.
3 VERWEER
3.1 Verweerster betwist dat zij onzorgvuldig richting klaagster heeft gehandeld. Zij heeft herhaaldelijk aan klaagster uitgelegd dat nakosten mogen worden gevorderd en hoe dat gebeurt. In overleg met de gerechtsdeurwaarder heeft zijn kantoor vragen over de nakosten van klaagster beantwoord, met verweerster in de CC. Een onjuist berekend bedrag is gecorrigeerd. Om een einde aan de discussie met klaagster te maken, heeft zij uiteindelijk - onverplicht - besloten om de nakosten te halveren.
3.2 Verweerster stelt dat zij veel tijd heeft besteed aan de communicatie met haar cliënte, met de deurwaarder en met klaagster en aan het in kaart brengen van de deelbetalingen. Daarbij heeft zij aldoor oog gehad voor de belangen van klaagster. Een uitvoerige uitleg over en bespreking van de vonnissen met klaagster heeft echter niet plaatsgevonden omdat verweerster alleen het belang van haar cliënte kan en mag behartigen. Zij heeft ook aan klaagster medegedeeld dat zij voor haar cliënte en niet in eigen naam optreedt. De keuze en bevoegdheid om een beslissing te nemen over een schikkingsvoorstel ligt bij de cliënt waarbij verweerster desgevraagd advies kan geven. Tot slot merkt verweerster op dat klaagster de no cure no pay afspraak verkeerd uitlegt en verwijst voor algemene informatie over haar werkwijze bij incassoprocedures naar de website van haar kantoor.
4 BEOORDELING
4.1 Deze zaak betreft een klacht tegen de advocaat van de wederpartij van klaagster. Voor alle advocaten geldt dat zij in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Niet voor niets is partijdigheid een belangrijke kernwaarde voor advocaten (artikel 10a Advocatenwet). Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is. Wel moeten zij voorkomen dat zij de belangen van de wederpartij onnodig en op ontoelaatbare wijze schaden. Advocaten mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen zij niet bewust onjuiste informatie verschaffen om daarmee de rechter te misleiden. Verder geldt dat advocaten ervan mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Tot slot hoeven zij in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken met de middelen waarvan zij zich bedienen, opweegt tegen het nadeel dat zij daarmee aan de wederpartij toebrengen.
4.2 De tuchtrechter toetst verder het aan de advocaat verweten handelen of nalaten aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen, gezien ook het open karakter van de norm van de in artikel 46 Advocatenwet genoemde behoorlijkheidsnorm, wel van belang zijn. Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden en wordt door de tuchtrechter per geval beoordeeld.
4.3 De juistheid van het verwijt van klaagster, dat verweerster aantoonbaar en zonder wettelijke grondslag een te hoog bedrag aan nakosten in rekening heeft gebracht, kan de voorzitter tegenover de betwisting daarvan door verweerster niet vaststellen. Dat is uit de stukken niet gebleken. Verweerster heeft als partijdig advocaat de belangen van haar cliënte, de VvE, behartigd en moest zich daarbij houden aan de instructies van haar cliënte. Daarnaast mocht verweerster vanwege haar geheimhoudingsplicht niet antwoorden op vragen van klaagster over met haar cliënte gemaakte (financiële) afspraken.
4.4 Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij haar optreden voor de VvE ruim voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Verweerster heeft geantwoord op vragen van klaagster over de grondslag en hoogte van de aan klaagster in rekening gebrachte nakosten op grond van de uitspraken in de verzoekschrift- en dagvaardingsprocedures. De door verweerster ingeschakelde gerechtsdeurwaarder heeft ook vragen van klaagster beantwoord. Voor zover klaagster zich door de toonzetting daarvan onder druk gezet heeft gevoeld, kan dat verweerster niet worden aangerekend. Na ontdekking van een fout in de berekening is dat meteen door verweerster rechtgezet en heeft zij daarvoor aan klaagster haar verontschuldigingen aangeboden.
4.5 Het verdere verwijt dat verweerster een eigen financieel belang zou hebben bij het vorderen van nakosten en dat ook een prikkel was om geen minnelijke regeling met klaagster te treffen, is door klaagster niet feitelijk onderbouwd, zodat de voorzitter daarover niet kan oordelen.
4.6 Op grond van het vorenstaande is de voorzitter van oordeel dat verweerster met haar handelwijze de belangen van klaagster niet onnodig of onevenredig heeft geschaad en dat zij daarmee de grenzen van de haar toekomende vrijheid van handelen niet heeft overschreden. De klacht wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard.
4.7 Ten overvloede merkt de voorzitter nog op dat op nieuwe klachten of aanvullingen van klaagster in haar e-mail van 29 december 2025 niet wordt geoordeeld omdat dat in dit stadium van de procedure niet meer kan.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.C. Hagedoorn, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 2 februari 2026