ECLI:NL:TADRARL:2026:132 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-694/AL/NN
| ECLI: | ECLI:NL:TADRARL:2026:132 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 01-06-2026 |
| Datum publicatie: | 03-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-694/AL/NN |
| Onderwerp: | Ontvankelijkheid van de klacht, subonderwerp: Tijdverloop tussen gewraakte gedraging en indienen van de klacht |
| Beslissingen: | Beslissing op verzet |
| Inhoudsindicatie: | Verzet ongegrond. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 1 juni 2026
in de zaak 25-694/AL/NN
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 9 januari 2026 op de klacht van:
klager
over
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 17 april 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 9 oktober 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2025 KNN038/2488845
van de deken ontvangen.
Bij beslissing van 9 januari 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad
(hierna ook: de voorzitter) met toepassing van artikel 46g lid 1, aanhef en onder
a Advocatenwet, bepaald dat de klacht over het handelen op de zitting van 13 mei 2016
niet-ontvankelijk is. Verder heeft de voorzitter in die beslissing met toepassing
van artikel 46j Advocatenwet, de klacht over het verweer in deze klachtzaak, kennelijk
ongegrond verklaard. Op 10 januari 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing
van de voorzitter.
1.3 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 10 april 2026. Daarbij was verweerder aanwezig.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. Verder heeft de raad kennisgenomen van de door klager voorafgaand aan de zitting aan de raad en aan verweerder toegestuurde aanvullende stukken van 23 maart 2026.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
Het dossier is niet goed samengevat en moet worden herzien of aangevuld als volgt:
Verweerder werd voor Hoger Beroep ingeschakeld ivm PVzitting 10dec2014 Rv uitspraak
4-3-2015. In plaats van rationeel verweer, dat bijgaand compromis 18feb2014 gevolgd
moest worden, zonder! Stakingswinst 31dec2009, volgde verweerder 1op1 de belastingdienst
dat zij enkel klager volgden. En daarom claim extra 32 manuren bij RvR om wijs te
kunnen worden uit psychisch gestoord client. Op 6mei2025 nieuwe aanval op klager,
dat volgens verweerder uitspraak conform compromis is. Verweerder verzuimt toe te
voegen, dat niet enkel zijn mening maar enkel standpunt eiser rechtskracht heeft.
Bijgaande vervolgzaken met openbare eerdere uitspraken zijn gevolg van genoemd gedrag
advocaat.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op..
3 FEITEN EN KLACHT
Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. J.U.M. van der Werff, voorzitter, mrs. S.J. de Vries en V.S.A.W. Wegter, leden, bijgestaan door mr. S.J. Velsink als griffier en uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op : 1 juni 2026