ECLI:NL:TADRAMS:2026:47 Raad van Discipline Amsterdam 25-757/A/A 25-758/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:47
Datum uitspraak: 02-03-2026
Datum publicatie: 09-03-2026
Zaaknummer(s):
  • 25-757/A/A
  • 25-758/A/A
Onderwerp:
  • Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
  • Ontvankelijkheid van de klacht, subonderwerp: Klachten waarbij klager geen belang heeft
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Klachtonderdeel a) is daarom ongegrond. De raad stelt verder vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom niet-ontvankelijk. Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van 2 maart 2026
in de zaken 25-757/A/A en 25-758/A/A 
naar aanleiding van de klacht van:

klager 

over:

verweerders


1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 25 april 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerders. 
1.2    Op 10 november 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2490059/EvRT/KV van de deken ontvangen. 
1.3    De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 19 januari 2026. Daarbij waren klager en verweerders aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
1.4    De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 01 tot en met 04. Ook heeft de raad kennisgenomen van de op 11 november 2025 door klager nagezonden stukken.  

2    FEITEN
2.1    Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2    In februari 2024 heeft klager het kantoor van verweerders benaderd in verband met zijn geschil met Capabel Onderwijs Groep B.V. (hierna: Capabel Onderwijs). 
2.3    Op 13 maart 2024 heeft verweerder 1 een opdrachtbevestiging aan klager gestuurd. 
2.4    Op 23 april 2024 heeft verweerder 1 een e-mailbericht gestuurd aan klager, met daarin, voor zover relevant: 
“Je gaf mij de opdracht om uit te zoeken of jij Capabel Onderwijs Groep B.V. (hierna: “Capabel Onderwijs”) aansprakelijk kunt stellen voor de schade die je hebt geleden door het niet voltooien van jouw opleiding wegens onvoldoende begeleiding bij de stages door Capabel Onderwijs. 
Ik vind op dit moment dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor een succesvolle schadevorderingsprocedure. Mijn onderbouwing hiertoe is als volgt. 
(…) 
Er is sprake van een tekortkoming in de nakoming als Capabel Onderwijs een of meerdere verplichtingen onder de onderwijsovereenkomst niet is nagekomen. 
Uit ons telefoongesprek van 11 april 2024 maakte ik op dat je vindt dat Capabel Onderwijs jou niet goed heeft begeleid bij de stages die je hebt gelopen.
Op Capabel Onderwijs rust (onder de overeenkomst) een zorgplicht tot het leveren van kwalitatief goed onderwijs, waaronder het bieden van een goede begeleiding aan studenten die stage lopen. Zie in dit kader een uitspraak van de rechtbank Den Bosch die te raadplegen is op ECLI:NL:RBSHE:2012:BW9260. 
Dat Capabel Onderwijs jou niet goed heeft begeleid bij de stages kan dus een tekortkoming onder de overeenkomst opleveren. Je zult dan wel helder moeten motiveren waar het mis is gegaan in de begeleiding door Capabel Onderwijs en dient dit te onderbouwen met bewijsstukken. 
In elk geval is het mij niet duidelijk geworden wat er mis is gegaan bij de 1ste stage. Je vertelde mij dat je al 120 uur stage had gelopen bij het 1ste stagebedrijf terwijl er geen rechtsgeldige stageovereenkomst was afgesloten. Ik kon echter niet echt helder krijgen hoe het is gekomen dat er geen rechtsgeldige stageovereenkomst was afgesloten. Ook heb ik geen bewijsstukken van jou ontvangen die betrekking hebben op de 1ste stage. Ik ontvang daarom graag van jou een onderbouwde toelichting wat er mis is gegaan in de begeleiding bij de 1ste stage. 
Ik vind het discutabel of Capabel Onderwijs jou onvoldoende heeft begeleid bij de 2de stage. Uit de stukken die je mij hebt toegestuurd blijkt namelijk dat Capabel Onderwijs met het 2de stagebedrijf contact heeft opgenomen, nadat je aangaf dat het niet lekker liep bij dit stagebedrijf. Hieruit vloeide een vervolgplan voort waarmee jij alsnog je diploma kon halen bij dit 2de stagebedrijf. Ik maak uit de stukken op dat jij de stage vervolgens hebt opgezegd terwijl dit plan op tafel lag. 
Ik heb me twijfels of Capabel Onderwijs hierin iets in de begeleiding valt te verwijten nu zij wel een mijns inziens redelijke oplossing had geboden met dit vervolgplan. Mocht je dit anders zien, dan ontvang ik graag van jou een onderbouwde toelichting wat er mis is gegaan in de begeleiding bij de 2de stage. 
Ik vind dat Capabel Onderwijs bij de 3de stage een steek heeft laten vallen, maar wel een passende oplossing bood. Je vertelde mij dat de stageovereenkomst met het 3de stagebedrijf door een administratieve fout bij Capabel Onderwijs was kwijtgeraakt en daarom niet was ondertekend. Hierdoor kon je geen examens maken bij het 3de stagebedrijf. Hiervoor is namelijk een getekende stageovereenkomst nodig. Ik vind dat je kunt zeggen dat dit een fout is van Capabel Onderwijs. Dit geeft Capabel Onderwijs ook toe in de gevoerde correspondentie met Brunel. 
Echter bood Capabel Onderwijs vervolgens wel een passende oplossing aan. Zij stelde voor om een vervangende overeenkomst te tekenen, maar dat wilde je niet. De stage bij het 3de stagebedrijf liep namelijk af en dan zou je in een week tijd alle examens moeten maken. Hierop bood Capabel Onderwijs aan om met het 3de stagebedrijf in gesprek te gaan om de stage te verlengen, zodat je meer tijd zou hebben om de resterende examens te kunnen maken. Dit wilde je kennelijk ook niet, omdat Capabel Onderwijs jou niet de garantie wilde geven dat je geen extra studiekosten hoefde te betalen als je een eventuele studievertraging zou oplopen. 
Ik heb me twijfels of de ‘administratieve fout’ een tekortkoming oplevert nu Capabel Onderwijs een passende oplossing bood. Mocht je dit anders zien, dan ontvang ik graag van jou een onderbouwde toelichting wat er mis is gegaan in de begeleiding bij de 3de stage. 
Kort maar goed; ik ben nog niet overtuigd dat Capabel Onderwijs is tekortgeschoten in de begeleiding bij de stages die je hebt gelopen. 
Schade en causaal verband 
Je zult moeten motiveren en onderbouwen welke schade je hebt geleden door de onvoldoende begeleiding. Los van de vraag of er hier nu wel of niet sprake is van een tekortkoming, vind ik het ook discutabel of je door de tekortkomingen een studievertraging hebt opgelopen. Je hebt namelijk zelf ervoor gekozen om de vervangende overeenkomst niet te tekenen. Hierdoor blijft het onzeker of je de studie alsnog zou hebben gehaald als je de vervangende overeenkomst wel had getekend en de examens wel had gemaakt. In principe was dit nog mogelijk. Doordat je deze kans niet hebt benut, blijft dit onzeker. Ik vraag me daarom af of er tussen de tekortkomingen daarvoor en de schade, waaronder het niet behalen van de diploma, een causaal verband is. 
Verzuim 
Ik vraag me ook nog af of Capabel Onderwijs in verzuim is. Je hebt namelijk via Brunel Capabel Onderwijs in gebreke gesteld om de ‘administratieve fout’ te herstellen. Capabel Onderwijs heeft je toen de mogelijkheid geboden om een vervangende overeenkomst te tekenen oftewel ze bood aan om na te komen. Van deze mogelijkheid heb je geen gebruik gemaakt wat erin kan resulteren dat jij in schuldeisersverzuim bent, tenzij je kunt aantonen dat de studievertraging vanaf dat moment reeds was ingetreden. Dit zou een ander licht op de zaak werpen. In elk geval is het gevolg van schuldeisersverzuim dat je geen schadevergoeding kan vorderen. 
Resumé 
Op basis van het voorgaande adviseer ik jou op dit moment om nog geen schadevorderingsprocedure te starten. 
(…)” 
2.5    In een e-mailbericht van 24 april 2024 heeft verweerder 1 aan klager geschreven, voor zover relevant: 
“Naar aanleiding van jouw e-mails stel ik voor dat er een brief wordt opgesteld waarin je zegt in overweging te nemen om de ontbinding van de onderwijsovereenkomst in te roepen, maar je voorkeur uitgaat naar het afmaken van de studie bij de onderwijsinstelling. Dit lijkt mij het meest in jouw belang, omdat een procedure aanzienlijke kosten met zich mee zal brengen en het maar de vraag is of je de volledige kosten die je voor de studie hebt betaald terug zult krijgen. (…) Ik hoor graag van jou of je deze koers wilt varen. Als je deze koers wilt varen, dan verlang ik wel dat je een aanvullend voorschot betaalt van € 1.397,55,- voor het opstellen van deze brief en de eventuele onderhandelingen met de onderwijsinstelling.(…)”
2.6    Op 20 maart 2025 heeft klager een e-mail gestuurd aan verweerder 1, met daarin, voor zover relevant: 
“Middels deze e-mail wil ik een klacht indienen. U heeft voor mij een advies geschreven voor een kwestie waarbij ik u heb benaderd. Mijns inziens ben ik niet op een juiste wijze geholpen. Ik ben van mening dat mijn oude school, Capabel Onderwijs, op een verwijtbare manier heeft gehandeld. Er is voor mij een advies geschreven over de kwestie. Voor dat advies heeft u 2.500 euro in rekening gebracht en dat heb ik betaald. Daarbij constateer ik twee problemen. 
Het advies voldoet ten eerste niet aan de deskundigheid die van een advocaat kan worden verwacht. Daarbij benadruk ik dat het om een advies gaat van 2.500 (!) euro. Het bedrag voor een dergelijk advies vormt het tweede probleem. U vat vooral de feiten samen op twee en een halve A4. Daarbij moet ik van u vooral zelf aantonen waar de gebreken zitten. Voor een advies van 2.500 euro mag ik verwachten dat u zelf het een en ander uitzoekt en kijkt waar eventueel de mogelijkheden liggen. In plaats daarvan zadelt u mij vooral op met 'huiswerk' waarbij ik moet aantonen waar de gebreken zitten. Dat had ik zelf wel gedaan als ik een advocaat was geweest. Daarnaast vat u op elementair niveau de vereisten van art. 6:74 BW samen alsof het MBO-rechten lesstof betreft. U verwijst naar een uitspraak van een rechtbank uit 2012. Het is evident dat u geen onderzoek heeft verricht. Er bestaat namelijk recente jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Daartegen is men in cassatie gegaan. De conclusie, in het voordeel van de student, werd door de Hoge Raad bekrachtigd. U vindt de vindplaatsen hieronder: (…)
Deze uitspraken dienden op zijn allerminst in overweging te worden genomen in het advies. Het blijkt echter dat u niet op de hoogte bent van het bestaan daarvan. U verwijst namelijk enkel naar een uitspraak van een rechtbank van meer dan een decennium geleden. De bovenstaande uitspraken dienden bovendien hoogstwaarschijnlijk ook tot een andere conclusie te leiden. Capabel heeft namelijk van begin tot eind vrijwel constant steken laten vallen wat waarschijnlijk leidt tot het niet voldoen aan de inspanningsverplichting. 
Het gebrek aan kwaliteit van het advies gecombineerd met het schokkend hoge bedrag daarvoor leiden mijns inziens ertoe dat u verwijtbaar in strijd heeft gehandeld met het deskundigheidsvereiste die voor een advocaat geldt. Het is zeer waarschijnlijk dat een rechtswinkel kosteloos een meer hoogwaardig advies had vastgesteld. Dit leidt tot het beeld, en waarschijnlijk ook de feitelijke realiteit, dat u snel een forse som geld binnen wilde halen met minimale inspanning ten koste van mij. 
Ik hoor graag van u terug over de behandeling van de klacht en hoe we dit probleem kunnen rechtzetten.” 
2.7    Verweerder 1 heeft hierop dezelfde dag in een e-mailbericht aan klager gereageerd met, voor zover relevant: 
“Bedankt voor uw bericht. Vervelend om te horen dat u niet tevreden bent over mijn advies. Het is alweer een tijd geleden dat ik het advies waarnaar u refereert heb uitgebracht. (…) Nadat ik één en ander heb uitgezocht zal ik u nader berichten.”
2.8    In een brief van 4 april 2025 van Capabel Onderwijs aan een opvolgend juridisch adviseur van klager (hierna: de heer H) geschreven, voor zover relevant:  
“(…) De directie heropent alsnog de opleiding. Uit coulance zal de directie dan de 5 reeds verstreken periodes verlenging niet in rekening brengen en wel zien als verleend, zodat er sprake van een aaneengesloten periode is. En de directie staat toe dat [klager] alsnog tot uiterlijk einde 2025 ingeschreven kan zijn, stage kan lopen, kan examineren. Met als doel nog voor 14 januari 2026 te diplomeren. (…)De directie zal tevens coulant zijn met betrekking tot de kosten van deze verlengde verlenging door deze te reduceren tot 50% en geen kosten in rekening te brengen voor eventuele 3e & meer kansen voor examens (de eerste 2 pogingen zijn inclusief in het lesgeld), voor zover die nodig zouden zijn. (…)”
2.9    Op 8 april 2025 heeft verweerder 1 een e-mail gestuurd aan klager, met daarin, voor zover relevant: 
“Uw klacht heb ik inmiddels bestudeerd. Sterker nog, de gezichtspunten uit die rechtspraak zijn al opgenomen in het advies dat ik aan u heb verstrekt. Volledigheidshalve heb ik dit advies als bijlage toegevoegd. Eén en ander zal ik hierna nader onderbouwen. (…) 
Kortom. Ik heb wel aan de heersende norm getoetst in het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar kom voorlopig tot de conclusie dat Capabel Onderwijs voldoende inspanningen heeft verricht. U kunt daar een andere zienswijze over hebben, maar dan beveel ik u aan om een second opinion te vragen bij een ander advocatenkantoor.
Evenwel heb ik u nog een oplossing aangedragen. Ik had u voorgesteld om te onderhandelen met Capabel Onderwijs, maar dit wilde u ook niet. 
In elk geval kom ik op basis van het vorenstaande tot de conclusie dat ik uw casus volledig heb getoetst aan de heersende norm in het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Derhalve ben ik van mening dat dit advies voldoet aan de deskundigheid die van een advocaat kan worden verwacht. 
Over de kosten wil ik nog het volgende opmerken. Destijds verstuurde u mij een flink dossier met losse e-mails die ik moest doorspitten. U werd namelijk niet concreet. Als u wel gelijk concreet zou zijn geweest over wat u vond wat Capabel Onderwijs viel te verwijten en dit met concrete bewijsstukken kon onderbouwen, dan had ik niet zoveel tijd hoeven te besteden aan het doorspitten van alle bewijsstukken. Dit heeft mede ervoor gezorgd dat de kosten opliepen. 
Overigens wil ik toch positief afsluiten en bied ik u nogmaals aan om de bewijsstukken te versturen waarom ik vroeg in mijn advies van 23 april 2024. Wellicht werpt dit een ander licht op uw zaak. 
In afwachting van uw berichtgeving.” 
2.10    In een e-mailbericht van 11 april 2025 heeft klager hierop gereageerd met de mededeling dat zijn bezwaren niet zijn weggenomen. 
2.11    Op 24 april 2025 heeft verweerder 2 in de hoedanigheid van de klachtenfunctionaris van het kantoor van verweerders een e-mail gestuurd aan klager, met daarin, voor zover relevant:
“Uw klacht over het advies van [verweerder 1] en de aansprakelijkheidstelling jegens ons kantoor heb ik bestudeerd. (…) Voordat ik mijn reactie daarop geef, wijs ik u erop dat tussen [kantoor verweerders] en u een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen, op basis van de voorwaarden zoals vermeld in de opdrachtbevestiging van 13 maart 2024 en de daarbij van toepassing verklaarde algemene voorwaarden, welke ik volledigheidshalve als bijlage heb toegevoegd. 
De aansprakelijkheidstelling 
(…). 
Op basis van het vorenstaande wijst [kantoor verweerders] iedere aansprakelijkheid voor u beweerde schadevordering van € 22.500 van de hand. 
Uw klacht over het advies van [verweerder 1] 
In uw laatste mails heeft uw nieuwe verwijten geformuleerd en nieuwe juridische grondslagen aangevoerd die zouden ontbreken in het advies van [verweerder 1]. 
(…)
Tegen deze achtergrond ben ik van mening dat [verweerder 1] in redelijkheid tot het advies is gekomen van 8 april 2025 en ter zake niet in zijn deskundigheid is tekortgeschoten. 
Voorstel 
Het bovenstaande neemt niet weg dat we het voor u vervelend vinden dat u het gevoel heeft dat Capabel Onderwijs u tekort heeft gedaan. Uit coulance willen we u daarom voorstellen dat u 3 uur korting krijgt op de verrichte werkzaamheden. Dat komt neer op een bedrag van € 838,53 inclusief 21% BTW en 5% kantoorkosten. Dit bedrag krijgt gecrediteerd op voorwaarde dat het geschil tussen u en [kantoor verweerders] en [verweerder 1] daarmee is afgedaan en in dat kader u, [verweerder 1] en mij kantoor elkaar over en weer finale kwijting verlenen en verklaren niets meer van elkaar te vorderen te hebben. Dit betekent dat u dan afstand doet van uw recht om een klacht in te dienen bij de deken en om een procedure te starten bij de Raad van Discipline en Hof van Discipline tegen [kantoor verweerders] en [verweerder 1] ter zake de door u geformuleerde klacht en u ook afstand doet van uw schadevordering jegens [kantoor verweerders]. 
Dit voorstel is geldig tot en met donderdag 1 mei 2025. 
Als u niet met dit voorstel wenst akkoord te gaan, dan verzoek ik u om de dagvaarding ter zake de factuur voor het advies en de schadevordering te richten aan mijn kantoor. U stelt immers dat u het honorarium volledig terug wil en aanvullend daarop een schadevergoeding wenst. De enige route daarvoor is een procedure starten bij de civiele rechter. De deken, noch de tuchtrechter, zal een oordeel vellen over de door u beweerde vorderingen op [kantoor verweerders]. In dat kader is een tuchtprocedure niet de juiste weg. Wij zullen dan in rechte verweer voeren tegen de door u ingestelde vordering. De uitkomst van zo'n procedure zie ik overigens met zeer groot vertrouwen tegemoet. 
Al uw berichtgeving met betrekking tot deze kwestie kunt u vanaf nu richten tot mij. Ik heb deze kwestie namelijk overgenomen van [verweerder 1]. 
In afwachting van uw berichtgeving.” 
2.12    Op 25 april 2025 heeft klager een klacht bij de deken ingediend over verweerders.
2.13    Op 6 mei 2025 heeft de heer U namens klager een bericht gestuurd aan Capabel Onderwijs. In een reactie hierop heeft Capabel Onderwijs in een brief van 22 mei 2025 aan de heer U geschreven, voor zover relevant: 
“(…) Afsluitend:
Zoals eerder aangegeven, blijft het voorstel van Capabel staan om [klager] alsnog de mogelijkheid te bieden om zijn opleiding af te ronden met de genoemde voorwaarden. Gezien het feit dat wij van mening zijn dat Capabel de verplichtingen naar [klager] in redelijkheid heeft vervuld, kunnen wij niet akkoord gaan met de door u gevorderde schadevergoeding. Ik wijs aansprakelijkheid stellig van de hand, een schadevordering kan daarom ook niet aan de orde zijn. Om bovengenoemde redenen zijn wij niet bereid een schadevergoeding te overwegen. (…)”

3    KLACHT
3.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerders tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. 
Klachtonderdeel a) 
3.2    Klager verwijt verweerder 1 dat hij klager op 23 april 2024 per e-mail een advies heeft gestuurd over zijn zaak tegen Capabel Onderwijs, waarin essentiële juridische kernpunten over het hoofd zijn gezien.
Klachtonderdeel b) 
3.3    Klager verwijt verweerders samen dat zij klachtwaardig hebben gehandeld doordat verweerders klager op agressieve toon hebben geïntimideerd en een afkoopbedrag hebben aangeboden onder de voorwaarde dat hij afziet van een klacht. 
3.4    De raad zal hierna op de klachtonderdelen ingaan. 

4    VERWEER 
4.1    Verweerders hebben tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

5    BEOORDELING
5.1    Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht. 
Klachtonderdeel a), klacht tegen verweerder 1
5.2    Klager stelt dat verweerder 1 in zijn advies van 23 april 2024 essentiële juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien. De stelling dat hij geen aanknopingspunten kon vinden voor het instellen van een schadevordering is volgens klager innerlijk tegenstrijdig en juridisch onhoudbaar. Verweerder 1 verwachtte van klager dat hij bewijs zou aanleveren, maar daartoe was klager niet in staat. 
5.3    De raad stelt vast dat verweerder 1 in zijn bericht van 23 april 2024 aan klager heeft laten weten op grond waarvan hij er (nog) niet van overtuigd was dat Capabel Onderwijs tekort was geschoten in de stagebegeleiding van klager. Verweerder 1 heeft klager daarom geadviseerd om vooralsnog geen procedure op te starten. Klager is door verweerder 1 uitgenodigd om met een toelichting te komen waarmee klager zijn stellingen en de tekortkoming kon onderbouwen. Klager heeft hierna geen stukken aan verweerder gestuurd of anderszins aan het verzoek van verweerder 1 om een nadere onderbouwing voldaan. Wel heeft klager op 20 maart 2025 aan verweerder 1 bericht dat hij een klacht tegen hem wilde indienen wegens het verstrekken van een gebrekkig advies. Verweerder 1 heeft hierop dezelfde dag nog aan klager geschreven dat hij het betreurt dat klager niet tevreden was met zijn advies. Vervolgens heeft verweerder 1 op 8 april 2025 aan klager geschreven waarop hij zijn advies van 23 april 2024 had gebaseerd en dat de door klager genoemde jurisprudentie voor hem geen andere gezichtspunten bevatte op grond waarvan hij zijn advies wilde wijzigen. Verweerder 1 heeft klager daarbij in de gelegenheid gesteld om de in zijn advies van 23 april 2024 verzochte bewijsstukken alsnog aan hem te verstrekken, maar klager heeft hieraan geen gehoor gegeven. 
5.4    Hoewel klager zich niet kan vinden in het advies van verweerder 1, betekent dit niet dat verweerder 1 niet heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van hem als een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder 1 in zijn advies aan klager gemotiveerd uiteengezet waarom hij klager adviseerde om geen procedure te starten. Verweerder 1 heeft klager daarbij meermaals verzocht om aanvullend bewijs aan te leveren en zijn stellingen nader te onderbouwen. Aan die verzoeken heeft klager niet voldaan. Dat verweerder 1 juridische kernpunten over het hoofd heeft gezien of dat het advies van verweerder 1 op enige andere wijze niet voldeed aan de vereiste deskundigheid, is de raad niet gebleken. Er is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder 1. 
5.5    Klachtonderdeel a) is ongegrond. 
Klachtonderdeel b) Klacht tegen verweerders
5.6    De raad stelt in dit klachtonderdeel voorop dat alleen de persoon of de rechtspersoon die door het handelen of nalaten van een advocaat direct in zijn belang wordt of kan worden getroffen, het recht heeft om hierover een klacht in te dienen. Dit staat in de Advocatenwet. Als het in het algemeen belang is dat er een tuchtprocedure komt, dan heeft de deken het recht om te klagen.
5.7    De raad stelt vast dat het e-mailbericht van 24 april 2025, met daarin opgenomen een schikkingsvoorstel aan klager, is geschreven door verweerder 2 in de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerder 1 heeft deze e-mail niet mede ondertekend en het is de raad niet gebleken dat hij betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van dit bericht, noch dat hij zich op andere wijze intimiderend of agressief jegens klager zou hebben uitgelaten. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 1 daarom naar het oordeel van de raad niet-ontvankelijk. 
5.8    Voor wat betreft verweerder 2 is de raad van oordeel dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerder 2 heeft in het e-mailbericht van 24 april 2025 geprobeerd het geschil met klager in der minne te schikken door een afkoopbedrag voor te stellen tegen finale kwijting, waaronder het afzien van een klacht door klager. Verweerder 2 heeft daarbij naar het oordeel van de raad gemotiveerd toegelicht dat het doel hiervan was om het geschil met klager te beëindigen zonder dat er nog zou worden “nagetrapt”. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder 2 dit voorstel zo doen. Dat klager dit als intimiderend heeft ervaren, maakt niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klachtonderdeel b) is ten aanzien van verweerder 2 daarom ongegrond.
    
BESLISSING
De raad van discipline:
-    verklaart klachtonderdeel a) ongegrond;
-    verklaart klachtonderdeel b) ten aanzien van verweerder 1 niet-ontvankelijk;
- verklaart klachtonderdeel b) ten aanzien van verweerder 2 ongegrond. 

Aldus beslist door mr. W. Aardenburg, voorzitter, mrs. K.C. van Hoogmoed en D.V.A. Brouwer, leden, bijgestaan door mr. E.E. Wouters als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2026. 

Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 2 maart 2026