ECLI:NL:TADRAMS:2026:46 Raad van Discipline Amsterdam 25-655/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2026:46 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 02-03-2026 |
| Datum publicatie: | 09-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25-655/A/A |
| Onderwerp: | Ontvankelijkheid van de klacht, subonderwerp: Klachten waarbij klager geen belang heeft |
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is niet-ontvankelijk bij gebrek aan rechtstreeks belang voor klagers. Het vermeend verwijtbaar handelen van verweerder richt zich enkel en alleen tot het bestuur. Het handelen kan daarom ook alleen het bestuur, als vertegenwoordiging van de Vereniging, in zijn belang raken en hierover kan slechts het bestuur klagen. Klagers, als leden van de Vereniging staan hier buiten. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van 2 maart 2026 in
de zaak 25-655/A/A
naar aanleiding van de klacht van:
klagers
over:
verweerder
gemachtigde: mr. G.J. van Oosten
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 29 januari 2025 hebben klagers bij de deken van de Orde van Advocaten
in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 14 oktober 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2450305/JS/MV
van de deken ontvangen.
1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 19 januari 2026. Daarbij
waren klagers en verweerder met zijn gemachtigde aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal
opgemaakt.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van
de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 4.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier
en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Klagers en verweerder zijn lid van een verenigingssociëteit (hierna de Vereniging)
in Hilversum.
2.3 Tussen één van de bestuurders van de Vereniging (hierna: P) en zijn medebestuurders
is een geschil ontstaan over het schorsen van P wegens vermeend grensoverschrijdend
gedrag.
2.4 Vanaf 16 november 2024 is verweerder P gaan bijstaan in het geschil met de
medebestuurders.
2.5 Op 17 november 2024 heeft verweerder vanaf zijn kantoor e-mailadres namens
P een sommatiebrief en een aansprakelijkstelling aan de medebestuurders van de Vereniging
gestuurd.
2.6 Op 24 november 2024 heeft verweerder vanaf zijn kantoor e-mailadres een e-mail
aan het bestuur van de Vereniging gestuurd. In de e-mail van 24 november 2024 heeft
verweerder geschreven, voor zover relevant:
“(…)
Wisten jullie overigens dat de leden van Victoria Secret vele kinderen in Hilversum
hebben die het betreffende meisje zomaar eens zouden kunnen kennen en zouden kunnen
uithoren voorafgaand aan de eerstvolgende ALV?
(…)
Ik wens niet langer geassocieerd te kunnen worden met deze vereniging en voor altijd
te kunnen zeggen dat ik hier principieel stelling tegen heb genomen.
Vandaar dat jullie hierbij worden verzocht om te bevestigen dat:
(i) de verplichtingen van de vereniging sinds 15 april 2024, althans 18 november
2024 niet jegens de leden zijn nagekomen,
(ii) ik bijgevolg vanaf dat moment geen contributie verschuldigd ben,
(iii) het pro rata temporis voor 2024 teveel betaalde per direct wordt geretourneerd,
(iv) mijn lidmaatschap om dezelfde redenen per hetzelfde moment als beëindigd wordt
beschouwd.”
2.7 Op 26 november 2024 heeft de secretaris van de Vereniging per e-mail gereageerd
op het e-mailbericht van verweerder met, voor zover relevant:
“Als bestuur van [de Vereniging) distantiëren wij ons volledig van deze email. Je
voorwaarden voor opzegging van je lidmaatschap zijn onacceptabel (zie ook de statuten
van de vereniging), zodat we deze niet kunnen accepteren. Je kunt ons natuurlijk altijd
een normale opzegging sturen. Opzeggingen namens andere leden kunnen we niet accepteren.”
2.8 Op 17 december 2024 heeft verweerder ook weer vanaf het e-mailadres van zijn
kantoor, namens P de medebestuurders en de Vereniging gedagvaard. In de dagvaarding
staat, voor zover relevant:
“Op 18 november 2024 heeft er vanaf 16:00 uur overleg plaatsgevonden buiten het
sociëteitsgebouw. Daarbij waren aanwezig [P] samen met mede-Verenigingsleden [verweerder]
en (…) enerzijds en (…)vergezeld van mede-Verenigingsleden (…)anderzijds.”
2.9 Tijdens de algemene ledenvergadering (hierna: ALV) van 19 december 2024 heeft
verweerder een motie van wantrouwen ingediend tegen de overige bestuursleden. In zijn
toelichting op de motie heeft verweerder onder meer het volgende gesteld:
“Als u wil dat [P] vandaag geschorst wordt, dan staat u dus voor straffen zonder
bewijs. Als u enige ruggengraat heeft, staat u daar nu tegen op. Nogmaals: u stemt
vóór als u nu een eind aan deze soap wenst, en u stemt tegen als u nog lang geen genoeg
van mij heeft en mij ook in de rechtszaal wil zien optreden.”
2.10 Dezelfde dag heeft P zijn lidmaatschap van het bestuur en van de Vereniging
per direct ontbonden.
2.11 Op 22 december 2024 is het lidmaatschap van verweerder van de Vereniging
ontbonden.
2.12 Op 29 januari 2025 hebben klagers een klacht tegen verweerder ingediend
bij de deken.
3 KLACHT
3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klagers verwijten
verweerder:
a) onvoldoende onafhankelijkheid te hebben betracht door zowel als advocaat en
als privépersoon in de onderliggende zaak te handelen;
b) zich schriftelijk te hebben uitgedrukt op een wijze die onbetamelijk is voor
een advocaat.
3.2 De raad zal hierna op de klachtonderdelen ingaan.
4 VERWEER
4.1 Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar
nodig, op het verweer ingaan.
5 BEOORDELING
Ontvankelijkheid
5.1 Alleen de persoon of de rechtspersoon die door het handelen of nalaten van
een advocaat direct in zijn belang wordt of kan worden getroffen, heeft het recht
om hierover een klacht in te dienen. Dit staat in de Advocatenwet. Als het in het
algemeen belang is dat er een tuchtprocedure komt, dan heeft de deken het recht om
te klagen.
Klachtonderdelen a) en b)
5.2 Ter onderbouwing van het verwijt in klachtonderdeel a) is door klagers verwezen
naar e-mailberichten van verweerder, waarin verweerder volgens klagers zowel als advocaat,
als in privéhoedanigheid heeft gehandeld. Ook hebben klagers een door verweerder uitgebrachte
dagvaarding in het geding gebracht. In de dagvaarding wordt door verweerder verwezen
naar zijn rol als privépersoon in de onderliggende kwestie. Verder hebben klagers
gesteld dat verweerder zich tijdens een ALV heeft voorgedaan als advocaat, maar in
zijn hoedanigheid als lid van de vereniging (en dus in privépersoon), een motie van
wantrouwen heeft ingediend tegen de overige bestuursleden. Met zijn handelen heeft
verweerder zijn onafhankelijkheid tot de zaak, zijn cliënt en derden onvoldoende gewaarborgd,
aldus klagers.
5.3 In klachtonderdeel b) verwijten klagers verweerder dat hij zich in zijn e-mailbericht
van 24 november 2024 heeft uitgedrukt op een wijze die onbetamelijk is voor een advocaat.
5.4 De raad stelt vast dat zowel de door klagers ingebrachte e-mailberichten
van verweerder, als ook de door hem uitgebrachte dagvaarding en de door hem geuite
motie van wantrouwen, zijn gericht aan (het bestuur van) de Vereniging. Het bestuur
van de vereniging was daarmee de wederpartij van verweerders cliënt P. Klagers zijn
lid van deze Vereniging, maar zij zijn geen bestuursleden en de correspondentie is
niet (ook niet in cc) aan hen gericht. Dat zij op enige wijze zelf ook betrokkenheid
hadden bij de tegen P geuite beschuldigingen is daarbij niet gebleken. Dat het vermeend
verwijtbaar handelen van verweerder de integriteit van de besluitvorming van de Vereniging
onder druk zou hebben gezet, zoals door klagers is gesteld, doet naar het oordeel
van de raad voor de ontvankelijkheid van de klacht niet terzake. Het vermeend verwijtbaar
handelen van verweerder richt zich enkel en alleen tot het bestuur. Het handelen kan
daarom ook alleen het bestuur, als vertegenwoordiging van de Vereniging, in zijn belang
raken en hierover kan slechts het bestuur klagen. Klagers, als leden van de Vereniging
staan hier buiten.
5.5 De klachtonderdelen a) en b) zijn gelet op het voorgaande niet-ontvankelijk
bij gebrek aan rechtstreeks belang voor klagers.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart de klacht in beide klachtonderdelen a) en b) niet-ontvankelijk.
Aldus beslist door mr. W. Aardenburg, voorzitter, mrs. K.C. van Hoogmoed en D.V.A. Brouwer, leden, bijgestaan door mr. E.E. Wouters als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2026.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 2 maart 2026.