ECLI:NL:TADRAMS:2026:45 Raad van Discipline Amsterdam 25-680/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:45
Datum uitspraak: 02-03-2026
Datum publicatie: 09-03-2026
Zaaknummer(s): 25-680/A/A
Onderwerp: Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen: Regulier
Inhoudsindicatie: Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is ongegrond. Onder verantwoordelijkheid van verweerster is een beroepsfout gemaakt door een termijn te laten verlopen. Niet iedere beroepsfout levert evenwel tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Verweerster heeft gedaan wat zij in de ontstane situatie als een redelijk handelend advocaat behoorde te doen. Zij heeft haar excuses aangeboden en daarna de noodzakelijke inspanningen verricht om de gemaakte fout te doen herstellen. Klager is gecompenseerd in de kosten en het is de raad niet gebleken dat klager verder nadelige gevolgen heeft ondervonden van het handelen van verweerster.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van 2 maart 2026 in de zaak 25-680/A/A
naar aanleiding van de klacht van:


klager
gemachtigde: mr. R. Tamourt

over:

verweerster


1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 17 december 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster en zijn kantoorgenoot (hierna: mr. K).
1.2    Op 6 oktober 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerken 2395473 en 2395791/ER/AS  van de deken ontvangen. 
1.3    De klacht tegen mr. K is bij de raad geregistreerd onder het kenmerk 25-680/A/A. Bij voorzittersbeslissing van 17 november 2025 is die klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. 
1.4    De klacht tegen verweerster is behandeld op de zitting van de raad van 19 januari 2026. Daarbij waren mr. H. de Jong, als vervanger van zijn kantoorgenoot mr. R. Tamourt de gemachtigde van klager, en verweerster aanwezig. Klager is (met bericht) niet ter zitting verschenen. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
1.5    De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 4.1. Ook heeft de raad kennisgenomen van de op 17 oktober 2025 door klager nagezonden stukken.


2    FEITEN
2.1    Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2    In februari 2024 heeft klager aan verweerster en mr. K gevraagd om hem juridische bijstand te verlenen. Klager wilde bij de Politie Eenheid Amsterdam klachten indienen, omdat hij naar zijn zeggen bij twee incidenten - op 11 mei 2023 en 4 september 2023 - door de politie is mishandeld. 
2.3    Bij beslissing van 22 maart 2024 heeft de Raad voor Rechtsbijstand de toevoegingsaanvraag voor klager afgewezen. Verweerster heeft tegen deze beslissing bezwaar aangetekend. 
2.4    In een e-mailbericht van 2 april 2024 heeft klager aan mr. K geschreven, voor zover relevant: 
“(…) Regarding the decision of the Raad on the toevoeging. I have looked at the data, I don't agree with their decision but I do not want to waste time waiting for the appeal process. That's why I have assured you that I will pay for it myself and I will so that you can continue it for now. (…)”
2.5    Verweerster en mr. K hebben de klacht over het incident van 11 mei 2023 op 14 mei 2024 bij de politie ingediend. 
2.6    In een e-mailbericht van 10 juli 2024 heeft de klachtbehandeling van de politie aan mr. K bericht dat de klacht wegens een termijnoverschrijding niet in behandeling wordt genomen.
2.7    In een e-mailbericht van 30 juli 2024 heeft mr. K aan klager geschreven, voor zover relevant: 
“Of course this was not sabotage work.
We find it very unfortunate. I had contact with [verweerster] and the request is that you complete the additional questions as soon as possible so that she ([verweerster]) can make an assessment of whether the actions of the reporting officers involved on the 4th of September are worthy of complaint. That is a judgement made by the police.
If the police action of September 4 has indeed proven to be worthy of a complaint, then there is a possibility that the action on May 11 will be included in this. But then again, this is a judgement made by the police.
It depends on what the police will do with the most recent complaint. I would very kindly ask you to fill in the questionnaire so that
[Verweerster] can handle the procedure further. You can also contact her if you have any questions.”
2.8    Klager heeft hierop dezelfde dag gereageerd met, voor zover relevant: 
“(…) I will focus on the 11 May 2023 as an individual case that needs to be investigated and dealt with properly. I'm not counting on any luck for 4th september 2023. There are already too many cover up stories. I will put this narative out in the media if I have to.”
2.9    In een e-mailbericht van 2 augustus 2024 heeft verweerster aan klager geschreven, voor zover relevant: 
“(…) Once again, I would like to emphasise that we deeply regret the course of events and I once again offer you my apologies for this. We previously offered, due to this course of events, not to have you pay the remainder of the outstanding invoices. In addition, I would like to propose to you to refund the already paid portion of the invoices to you. Also, I would like to point out the internal complaints procedure of our office. This procedure means that you can submit a complaint to our complaints officer due to missing the deadline within which the complaint regarding the incident of 11 May 2023 should have been submitted. Our complaints officer will then handle this complaint.
Finally, I would like to inform you about the possibility - given the missed deadline for filing  the complaint regarding the incident of 11 May 2023 - to make a claim under our professional liability insurance. The insurer with whom our insurance was taken out can assess the professional error made (missing the deadline) and determine whether you have suffered financial damage as a result. If so, this damage can be compensated by the insurer. I would like to hear from you whether you wish to make use of this possibility. (…)”
2.10    Klager heeft hierna de klachtenprocedure bij het kantoor van verweerster (en mr. K) doorlopen. Dit heeft niet tot een oplossing geleid. 
2.11    Bij beslissing van 19 september 2024 heeft de Raad voor Rechtsbijstand een verzoek van verweerder om peiljaarverlenging toegewezen en de toevoeging voor klager ontvangen. 
2.12    In een e-mailbericht van 5 december 2024 heeft een medewerker van het kantoor van verweerster aan klager geschreven, voor zover relevant: 
“Thank you for confirming that the refunded amount has been received in good order.
As far as we are concerned, we have offered a more than reasonable compensation and the matter is now closed.
If you believe that you have suffered damage, you are requested to substantiate this with documents and reasons and the amount in which you would have suffered damage.
We will then forward this email to our insurer. I would like to point out that you cannot derive any rights from this.
I trust that I have informed you sufficiently.”
2.13    Klager heeft op 17 december 2024 bij de deken klachten ingediend over verweerster en mr. K. 
2.14    De deken heeft na een gezamenlijk onderzoek naar deze klachten, de klachten met één aanbiedingsbrief aan de raad gestuurd. In deze beslissing wordt uitsluitend beslist op de klacht over verweerster (25-680/A/A). 

3    KLACHT
3.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster (en mr. K) dat zijn klacht over het optreden van de politie op 11 mei 2023 opzettelijk te laat door hen is ingediend. 
3.2    De raad zal hierna op de klacht ingaan. 

4    VERWEER 
4.1    Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

5    BEOORDELING
5.1    Deze klacht gaat over de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat. Er is pas sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen als de kwaliteit duidelijk onder de maat is geweest. De tuchtrechter houdt bij de beoordeling rekening met de vrijheid die een advocaat heeft bij de wijze waarop hij een zaak behandelt. Ook houdt de tuchtrechter rekening met de keuzes waar een advocaat bij de behandeling van de zaak voor kan komen te staan. Die (keuze)vrijheid is niet onbeperkt, maar wordt begrensd door bepaalde eisen die aan het werk van de advocaat worden gesteld. Als algemene professionele standaard geldt dat de advocaat te werk moet gaan zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mag worden verwacht. 
5.2    De raad stelt op grond van het klachtdossier vast dat verweerster een fout heeft gemaakt. Onder haar verantwoordelijkheid is een klacht van klager tegen de politie te laat ingediend. Wegens deze termijnoverschrijding heeft de politie de klacht niet in behandeling genomen. De raad stelt tevens vast dat, verweerster en haar collega contact hebben opgenomen met de politie toen zij de fout hadden geconstateerd. Er is voorgesteld om de klacht samen met een andere, later ingediende, klacht van klager, in behandeling te laten nemen. Hierdoor kon de klacht formeel binnen de wettelijk geldende termijn vallen en zou de klacht (mogelijk) alsnog door de politie in behandeling kunnen worden genomen. De politie stond niet onwelwillend tegenover dit voorstel. Over deze mogelijkheid is klager op 30 juli 2024 (door mr. K) per e-mail geïnformeerd, waarbij klager is verzocht aanvullende vragen van de politie te beantwoorden. Klager heeft dezelfde dag in reactie hierop aan mr. K laten weten hiermee niet akkoord te gaan en aangegeven dat hij de klachten separaat behandeld wilde hebben. De aanvullende vragen van de politie heeft hij niet beantwoord. Bij e-mailbericht van 2 augustus 2024 heeft verweerster (nogmaals) haar spijt richting klager betuigd. Klager is aangeboden om het reeds door hem betaalde bedrag te restitueren, hetgeen ook is gebeurd. Ook is klager gewezen op de interne klachtenregeling van kantoor. Daarnaast is klager door verweerster geïnformeerd over de mogelijkheid tot het aanspreken van haar beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar voor het vaststellen van de mogelijk door klager geleden schade. 
5.3    Naar het oordeel van de raad is geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerster. Onder verantwoordelijkheid van verweerster is een beroepsfout gemaakt door een termijn te laten verlopen. Niet iedere beroepsfout levert evenwel tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op. Verweerster heeft gedaan wat zij in de ontstane situatie als een redelijk handelend advocaat behoorde te doen. Zij heeft haar excuses aangeboden en daarna de noodzakelijke inspanningen verricht om de gemaakte fout te doen herstellen. Klager is gecompenseerd in de kosten en het is de raad niet gebleken dat klager verder nadelige gevolgen heeft ondervonden van het handelen van verweerster. 
5.4    De klacht is gelet op het voorgaande ongegrond. 

BESLISSING
De raad van discipline:
-    verklaart de klacht ongegrond. 

Aldus beslist door mr. W. Aardenburg, voorzitter, mrs. K.C. van Hoogmoed en D.V.A. Brouwer, leden, bijgestaan door mr. E.E. Wouters als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2026. 


Griffier    Voorzitter


Verzonden op: 2 maart 2026.