ECLI:NL:TADRAMS:2026:36 Raad van Discipline Amsterdam 25-512/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:36
Datum uitspraak: 09-02-2026
Datum publicatie: 16-02-2026
Zaaknummer(s): 25-512/A/A
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Verzet ongegrond. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en de voorzitter heeft ook rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. De omstandigheid dat klager het met deze beoordeling niet eens is, betekent niet dat de beslissing van de voorzitter onjuist is.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 9 februari 2026
in de zaak 25-512/A/A
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 22 september 2025 op de klacht van:

klager

over:

verweerder
gemachtigde: mr. J.S. van Daal

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 26 februari 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2    Op 5 augustus 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2450129/JS/AS van de deken ontvangen. 
1.3    Bij beslissing van 22 september 2025 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op dezelfde dag verzonden aan partijen.
1.4    Op 17 oktober 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op dezelfde dag digitaal ontvangen.
1.5    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 15 december 2025. Daarbij waren klager en verweerder aanwezig. 
1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. Daarnaast heeft de raad kennisgenomen van de pleitnota van klager en van hetgeen klager en verweerder ter zitting overigens nog naar voren hebben gebracht.

2    VERZET
2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat klager het niet eens is met de voorzittersbeslissing van 22 september 2025. In zijn verzetschrift gaat klager inhoudelijk in op de beoordeling van zijn klacht door de voorzitter. Daarbij verwijst klager naar de twee door hem overgelegde bijlagen die volgens hem aantonen dat op 9 november 2022 wel degelijk een afspraak is gemaakt tussen de eigenaren van het resort, verweerder en de advocaat van klager om het rioolprobleem op te lossen.
2.2    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op. 
2.3    De raad zal hierna bij de beoordeling, waar nodig, op het verzet van klager ingaan.
 

3    FEITEN EN KLACHT
3.1    Voor de feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

4    BEOORDELING
4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2    De raad ziet op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. Uit de voorzittersbeslissing blijkt dat de voorzitter bij de beoordeling van de klacht van klager de juiste maatstaf heeft toegepast en dat de voorzitter ook rekening heeft gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval zoals die uit het klachtdossier blijken. Daarbij heeft de voorzitter onder de feiten ook de bespreking van 9 november 2022 vermeld en is de voorzitter in de beoordeling ook ingegaan op het rioleringsprobleem. De omstandigheid dat klager het met deze beoordeling niet eens is, betekent niet dat de beslissing van de voorzitter onjuist is. Het verzet van klager slaagt dan ook niet.
4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. J.J. Roos, voorzitter, mrs. N.M.K. Damen en J. Schulp, leden, bijgestaan door mr. A.E. van Oost als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van     
9 februari 2026.

Griffier            Voorzitter


Verzonden op: 9 februari 2026