ECLI:NL:TADRAMS:2026:25 Raad van Discipline Amsterdam 25-900/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:25
Datum uitspraak: 02-02-2026
Datum publicatie: 16-02-2026
Zaaknummer(s): 25-900/A/A
Onderwerp: Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen
Beslissingen: Voorzittersbeslissing
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij kennelijk ongegrond voor zover deze gaat over het verwijt dat verweerder vertrouwelijk informatie over klager heeft gebruikt. Verweerder heeft onderbouwd toegelicht dat deze informatie relevant was voor de vorderingen van zijn cliënte. Dat verweerder met het opnemen van deze informatie (waarvan afgevraagd moet worden waarom klager deze als vertrouwelijk bestempelt), de belangen van klager op nodeloze en ontoelaatbare wijze heeft geschaad is niet gebleken. De klacht is overigens kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang.

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van 2 februari 2026
in de zaak 25-900/A/A 
naar aanleiding van de klacht van:


klager

over:

verweerder 


De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 23 december 2025 met kenmerk 2485368/ER/KV, door de raad ontvangen op 23 december 2025, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 00 tot en met 04. 

1    FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1    Het kantoor van verweerder staat al geruime tijd een notaris (hierna: de notaris) bij in een geschil over de verkoop van 1.600.000 certificaten van aandelen in 2014 tussen bedrijf I en bedrijf II. Deze transactie werd begeleid door de notaris. Klager is een familielid van de aandeelhouders van bedrijf I.   
1.2    Op 26 februari 2025 heeft verweerder bedrijf I namens de notaris in kort geding gedagvaard. In die procedure vorderde de notaris, kort gezegd, medewerking van bedrijf I tot ontvangst van de restant koopsom en een contactverbod voor de aandeelhouders. 
1.3    Op 6 maart 2025 heeft de mondelinge behandeling van dit kort geding plaatsgevonden en bij vonnis van 1 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van de notaris toegewezen. 
1.4    Naar aanleiding van dit kort geding zijn op 6 maart 2025, 7 maart 2025, 31 maart 2025 en 1 april 2025 publicaties verschenen op internet en in een fysieke krant (het Leidsch Dagblad) waarin de naam van klager wordt genoemd. 
1.5    Op 7 april 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerder. 

2    KLACHT
2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerder het volgende: 
a)    verweerder heeft vertrouwelijke informatie naar buiten gebracht tijdens een kortgedingzitting, naar aanleiding waarvan publicaties zijn verschenen in verschillende media waarin de naam van klager wordt genoemd. Hiermee is de notariële geheimhoudingsplicht geschonden en aan klager reputatieschade toegebracht; 
b)    verweerder heeft daarbij verschillende belangrijke feiten onvermeld gelaten. 

3    VERWEER
3.1    Verweerder heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

4    BEOORDELING
Maatstaf 
4.1    De klacht gaat over de advocaat van een derde, te weten de advocaat van de wederpartij van familieleden van klager. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.
Beoordeling klachtonderdelen a) en b)  
4.2    De voorzitter ziet gelet op de onderlinge samenhang aanleiding voor een gezamenlijke beoordeling van de klachtonderdelen. Klager heeft ter toelichting het volgende naar voren gebracht. Verweerder heeft ervoor gekozen om allerlei vertrouwelijke informatie tijdens een openbare zitting naar buiten te brengen. De notariële geheimhoudingsplicht werd hierdoor geschonden en de reputatie van klager als klokkenluider is zware schade toegebracht (klachtonderdeel a). Het Leidsch Dagblad vermeldde echter niet dat de rechter (mr. V) op 6 maart 2025 voorzitter was van het kort geding, terwijl een collega-rechter (mr. H) een kantoorgenoot is van verweerder. Mr. H is ook bij deze zaak betrokken. Verweerder erkent in zijn correspondentie dat er foutieve boekingen zijn gedaan op de kwaliteitsrekening. Er blijkt in 2021 en 2023 gebankierd te zijn met de derdengeldenrekening, waar gedurende een lange periode beslag op rustte. Verweerder heeft aantoonbaar onjuiste informatie verstrekt aan de rechter. De notaris heeft zich niet gehouden aan haar informatieplicht, onderzoeksplicht en waarschuwingsplicht. Er is in 2021 aangifte gedaan tegen de notaris. Verweerder had deze zaak nooit mogen aannemen, aldus steeds klager. Klager beschikt over een getuige die kan verklaren dat het standpunt van verweerder dat de notaris over de jaren heen meerdere malen door de aandeelhouders van bedrijf I zou zijn geïntimideerd en bedreigd, waarbij zelfs politie-ingrijpen noodzakelijk was, niet klopt. Ook het standpunt van verweerder dat mr. H (verweerders kantoorgenoot) al ruim tien jaar geen praktiserend rechter-plaatsvervanger meer is klopt niet. Mr. H staat nog steeds op de website van de rechtspraak vermeld als rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Den Haag (klachtonderdeel a).  
4.3    De voorzitter overweegt ten aanzien van klachtonderdeel a) dat hem niet is gebleken van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerder. Verweerder heeft toegelicht dat de enige verwijzing die in het procesdossier naar klager is gemaakt, is dat de huidige bestuurder van bedrijf I samen met klager, een oom van de bestuurder, in de periode maart t/m augustus 2021 meerdere malen al dan niet aangekondigd bij het kantoor van de notaris verscheen. Hierbij zijn ook lasterlijke teksten door de megafoon geroepen en zijn ongevraagd beeldopnames van de notaris gemaakt. Ook zijn kantoorgenoten van de notaris op straat benaderd en gevolgd. Meerdere malen moest de politie worden ingeschakeld om klager en de bestuurder te laten vertrekken. Daarnaast is in de dagvaarding vermeld dat klager meerdere malen lasterlijke berichten over de notaris op de sociale media heeft geplaatst. Deze informatie heeft verweerder van zijn cliënte gekregen. 
4.4    De voorzitter overweegt dat verweerder - zoals volgt uit het toetsingskader in r.o. 4.1 - mocht uitgaan van de juistheid van deze informatie, waarbij het de voorzitter niet gebleken is van uitzonderingsgeval op grond waarvan verweerder nader onderzoek had moeten doen naar de juistheid van deze informatie. 
4.5    Het stond verweerder als partijdig belangenbehartiger naar het oordeel van de voorzitter bovendien vrij om deze informatie te gebruiken in de procedure die hij namens de notaris voerde. Verweerder heeft toereikend aangevoerd dat deze informatie relevant was voor de vorderingen van de notaris. Dat verweerder met het opnemen van deze informatie over klager (waarvan afgevraagd moet worden waarom klager deze als vertrouwelijk bestempelt), de belangen van klager op nodeloze en ontoelaatbare wijze heeft geschaad is de voorzitter niet gebleken. Daarvoor acht de voorzitter ook relevant dat verweerder onbetwist heeft betoogd dat klager van de bezoeken aan het kantoor van de notaris ook zelf filmopnames heeft gemaakt en op de sociale media heeft geplaatst. Ook is de voorzitter met verweerder van oordeel dat hem niet kan worden aangerekend wat een krant vervolgens publiceert over een zitting. Dat verweerder bij zijn bijstand aan de notaris de grenzen van het betamelijke jegens klager heeft overschreden, is niet gebleken. Klachtonderdeel a) is gelet hierop kennelijk ongegrond. 
4.6    De verwijten in klachtonderdeel b) gaan over de inhoud van de kortgedingprocedure tussen de notaris en bedrijf I en zaken die hiermee in verband staan. Zo heeft verweerder volgens klager aantoonbaar onjuiste informatie verstrekt aan de rechter, heeft de notaris zich niet gehouden aan haar informatieplicht, onderzoeksplicht en waarschuwingsplicht, is een kantoorgenoot van verweerder rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Den Haag en daarmee ook collega van de behandelend kortgedingrechter en had verweerder deze zaak nooit mogen aannemen. Op grond van de Advocatenwet komt het recht om te klagen uitsluitend toe aan degene die door het handelen of nalaten van de advocaat rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen. Aangezien klager geen partij is in de kortgedingprocedure ontbreekt bij klager een rechtstreeks relevant belang bij deze verwijten. Klachtonderdeel b) is gelet hierop kennelijk niet-ontvankelijk.    

BESLISSING
De voorzitter verklaart: 
-    klachtonderdeel a) met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond; 

-    klachtonderdeel b) met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk niet-ontvankelijk. 

Aldus beslist door mr. S.D. Arnold, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2026. 

Griffier          Voorzitter

Verzonden op: 2 februari 2026