We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TADRAMS:2026:142 Raad van Discipline Amsterdam 25-905/A/A 25-908/A/A

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2026:142
Datum uitspraak: 29-06-2026
Datum publicatie: 03-07-2026
Zaaknummer(s):
  • 25-905/A/A
  • 25-908/A/A
Onderwerp: Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Raadsbeslissing. Verzet ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 29 juni 2026
in de zaken 25-905/A/A en 25-908/A/A 
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 9 februari 2026 op de klacht van:

klager

over:

verweerster 1 
verweerster 2
samen: verweersters 
gemachtigde: verweerster 1 


1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1    Op 7 juli 2025 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerders. 
1.2    Op 29 december 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerken EvR/AS 2505978 en 2505977 van de deken ontvangen. 
1.3    Bij beslissing van 9 februari 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht over verweersters in de zaken 25-905/A/A en 25-908/A/A, met toepassing van artikel 46g, lid 1 onder a Advocatenwet, niet-ontvankelijk verklaard omdat de klacht te laat is ingediend. Deze beslissing is op dezelfde datum verzonden aan partijen.
1.4    Bij niet gedateerde brief, door de raad ontvangen op 3 maart 2026, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. 
1.5    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 18 mei 2026. Daarbij was klager aanwezig.  
1.6    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.  

2    VERZET
2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:
2.2    Klager heeft gemotiveerd gesteld dat zijn klacht ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Klager heeft allereerst een andere visie op de beschreven gang van zaken in de beslissing van de voorzitter. Daarnaast is volgens klager het verkeerde toetsingskader gehanteerd en is er bewust geen rekening gehouden met de feitelijke omstandigheden tot nu toe. Klager is van mening dat verweersters zich niet kunnen beroepen op de driejaarstermijn. 
2.3    Tegen de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op. 

3    FEITEN EN KLACHT
3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. 

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2    De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen. Ook in verzet is klager er niet in geslaagd om duidelijk te maken wanneer hij op de hoogte is geraakt van het volgens klager onrechtmatig handelen van verweersters. De voorzitter heeft aldus bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. 
4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 

BESLISSING
De raad van discipline verklaart:
-    het verzet in de procedures 25-905/A/A en 25-908/A/A ongegrond. 

Aldus beslist door mr. J.J. Roos, voorzitter, mrs. C.C. Horrevorts en T. Felix, leden, bijgestaan door mr. N. Borgers-Abu Ghazaleh als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 29 juni 2026.


Griffier    Voorzitter

Verzonden op: 29 juni 2026